In restaurant Grenzeloos is de kelner een illegaal

Café Averechts in Utrecht laat elke week illegalen koken voor ‘Restaurant Grenzeloos’.

De organisatie is niet bang dat de Vreemdelingenpolitie ineens op de stoep staat.

„Natuurlijk eten we in Afghanistan ook bloemkool”. Mahmud Niazi (38) lacht zijn tanden bloot. „Zie je wel? We zijn hetzelfde als jullie.”

De Afghaan Mahmud is illegaal in Nederland. Elke dinsdagavond werkt hij in Café Averechts in de Utrechtse Vogelenbuurt. Het vrijwilligerscafé wordt dan omgetoverd tot ‘Restaurant Grenzeloos’; er wordt gekookt door illegale migranten uit alle uithoeken van de wereld. Twee in de keuken en een derde in de bediening.

Het restaurant is een initiatief van het STIL, een Utrechtse solidariteitsorganisatie voor vluchtelingen en migranten zonder verblijfsvergunning. Zes jaar bestaat het restaurant nu. Vrijwilligster Gé Bres (48) was er vanaf het begin bij. „We proberen de illegale asielzoeker een gezicht te geven”, vertelt ze aan de bar van het café, waarin ongeveer twaalf tafeltjes zijn opgesteld. „De mensen die hier werken hebben gedurende hun leven ontzettend veel meegemaakt. Bij ons kunnen ze rust en stabiliteit vinden.”

In Grenzeloos koken de migranten een vegetarisch gerecht uit hun geboorteland, aangepast aan de Nederlandse smaak. Vanavond (vorige week dinsdag) begint de maaltijd met groentesoep. Bloemkool en sperziebonen met rijst en friet vormen het hoofdgerecht. Vaste klant Hans de Koningh eet er twee keer per week. Een hoofdgerecht kost slechts vijf euro, maar De Koningh komt er niet alleen omdat het zo goedkoop is. „Het is dé manier voor deze mensen om aansluiting te vinden met de maatschappij en de taal te leren. Naar hun verleden vraag ik niet. Ik heb het wel eens geprobeerd, maar dan raken ze de kluts kwijt.”

Grenzeloos zoekt regelmatig de publiciteit en adverteert op internet. Bang dat de Vreemdelingenpolitie ineens op de stoep staat zijn ze niet. „Toen we zes jaar geleden begonnen waren we dat wel, maar het gaat al zo lang goed”, zegt Bres. „Af en toe komt er wel eens iemand van de gemeente langs. ‘Interessant café hebben jullie hier op dinsdag’, zeggen ze dan. Het wordt gedoogd. We krijgen zelfs subsidie van de gemeente.”

De migranten regelen zelf de financiën, de inkopen en het bereiden van de gerechten. „In het begin zetten ze gewoon alles tegelijk op tafel. Zo gaat dat in hun geboorteland”, vertelt Bres. „Maar nu zie je dat ze echt met verschillende gangen werken zoals wij dat hier in Nederland kennen. Een toetje is bijvoorbeeld typisch Hollands.”

Koken deed Mahmud niet voordat hij naar Nederland kwam. En hij moet nog wennen aan de vegetarische maaltijden. „In Afghanistan slachten we soms een schaap”, vertelt Mahmud met glinsterende ogen. „We hangen het vlees twee maanden in de tuin aan een draad te drogen. Heel lekker. Maar hier vinden ze dat zielig.”

Bres ziet de werknemers opbloeien. Ook Mahmud, die met zijn vrouw en kinderen voor de Talibaan vluchtte. Hij moet als enige van het gezin terug naar zijn geboorteland. Daar was hij elektricien, een vak dat hij hier zonder verblijfsvergunning niet uit mag oefenen. Bres: „Mahmud was in het begin heel stil. Hij zei vrijwel niks, maar na verloop van tijd zagen we hem steeds opener worden. Toen ik laatst in de keuken kwam stond hij zelfs uitgebreid te dansen op zijn Afghaanse muziek.”

Mahmud is inmiddels druk bezig met het bereiden van het toetje: ijs met vruchten. Als hem wordt gevraagd naar zijn geboorteland buigt hij zijn hoofd. „In Afghanistan is het niet veilig”, fluistert hij. „Ze zeggen dat de Talibaan verdreven zijn, maar ze zitten overal. Wat ik hier meemaak, kan ik daar niet vertellen. Er kan altijd iemand van de Talibaan meeluisteren. Ik wil graag in Nederland blijven samen met mijn kinderen. Hier is het goed.” De drie keer per maand dat hij in Grenzeloos kookt bieden afleiding. „Als ik kook hoef ik tenminste even niet na te denken.”

Restaurant Grenzeloos. Café Averechts, Lijsterstraat 49 te Utrecht. Elke dinsdagavond tussen 18.00 en 19.30. Reserveren via 030- 2710916 of www.averechts.nl.