In Afghanistan staan alleen opiumhandelaren op winst

Tienduizenden NAVO-militairen werken aan de opbouw van Afghanistan. Tegelijkertijd wordt het land systematisch ondergraven door opiumhandel en corruptie.

Een wrange constatering: uitgerekend in 2006, het jaar waarin tienduizenden NAVO-militairen naar Afghanistan zijn gestuurd om te helpen het land op te bouwen, zal de Afghaanse papaveroogst alle records breken. De opiumproductie komt uit op 6.100 ton. Dat is 50 procent meer dan vorig jaar.

Het ligt voor de hand de recordoogst te herleiden tot de terugkeer van de Talibaan. Maar dat is een misverstand, meent Doris Buddenberg, hoofd van het kantoor van UNODC in Kabul, de organisatie van de Verenigde Naties die verantwoordelijk is voor bestrijding van drugsteelt en -handel in de wereld. Juist onder de Talibaan werd de teelt van papaver in 2001 tijdelijk stil gelegd. Niet de Talibaan maar „elke regering in Afghanistan heeft sinds het aan de macht komen van de mujahedeen, nu veertien jaar geleden, de grootschalige papaverteelt getolereerd of bevorderd”, zegt ze.

De Afghaanse papaveroogst is goed voor zo’n 90 procent van de opiumhandel in de wereld. Geen wonder dat in de westerse hoofdsteden bezorgd wordt gereageerd op het vooruitzicht van nog meer Afghaanse aanvoer – met stijgende kwaliteit en dalende prijzen. Minister van Defensie Henk Kamp drong onlangs bij de Afghaanse regering aan nu eindelijk ernst te maken met de al vaak beloofde bestrijding van de papaverteelt.

Doris Buddenberg is sceptisch. „De exportwaarde van het spul maakt ongeveer een derde van het Afghaanse nationale inkomen uit”, zegt ze. Het gaat om een bedrag van ongeveer drie miljard dollar per jaar. „Daarvan blijft 750 miljoen bij de boeren in Afghanistan. De rest komt nooit in Afghanistan, maar belandt bij groothandelaren met bankrekeningen in Dubai en andere landen.”

„De handelaren vormen een elite die geen enkele bijdrage levert aan de ontwikkeling van Afghanistan”, zegt Biddenberg. „Maar hun belangen zijn zo groot dat het gehele staatsapparaat ermee besmet raakt, op alle niveaus.”

Ook aan de top, in regeringskringen? „Ik zei: alle niveaus!”, antwoordt Buddenberg.

Toch is de opbouw van een goedfunctionerend bestuursapparaat, met een betrouwbare politie en een serieus justitieel apparaat, de enige mogelijkheid de drugshandel en de corruptie te onderdrukken, zegt ze. Dat staat los van de opkomst van de Talibaan.

„In 2001 onderdrukten de Talibaan de papaverteelt door dorps- en stamoudsten persoonlijk verantwoordelijk te maken voor de teelt. En in tegenstelling tot alle andere Afghaanse regeringen, waar omkoping en corruptie hoogtij vierden, wisten de mensen dat de dreigementen van de Talibaan ook werden uitgevoerd.”

„Ik sluit niet uit dat de Talibaan op lokaal niveau wel eens tegen betaling een veldje aanplant beschermen. Maar de handelaren die de miljarden opstrijken hebben geen enkele reden de Talibaan die hen in 2001 hebben gedwarsboomd, nu tot hun handel toe te laten. En de Talibaan hebben trouwens genoeg andere financieringsbronnen, in de Arabische wereld bijvoorbeeld.”