Gevecht om het Huis is een gevecht over Irak

Tammy Duckworth hoort vandaag of ze in het Huis van Afgevaardigden komt.

Als ex-militair wil ze dat het leger zich terugtrekt uit Irak.

Een vervallen winkelcentrum aan de snelweg buiten Chicago, tussen ‘Ultimate Hair’ en ‘Jimmy John’s Gourmet Sandwiches’. Daar, in een leegstaand winkelpand, zit het hoofdkwartier van de campagne die is uitgegroeid tot het symbool van de Amerikaanse Congresverkiezingen van dit jaar: de race van L. Tammy Duckworth, een voormalige helikopterpilote die beide benen verloor in Irak.

Nu is zij Democratisch kandidaat voor een district in de staat Illinois en pleit ze voor een gefaseerde terugtrekking van de troepen. De regering-Bush moet verantwoording afleggen voor de fouten in Irak, vindt ze. Hoewel ze kandidaat is in een district dat ruim drie decennia Republikeins stemde, maakt ze vandaag een goede kans op de overwinning.

Zondagmorgen, kwart over tien, de slaap nog in haar ogen, komt ze in een ranke rolstoel binnenglijden. Alleen van haar linkerbeen is nog een centimeter of 25 over: haar rok bolt op van het stompje.

„Héééy!” De zaal vrijwilligers veert op. Ze gaan vandaag de wijken in – uiteraard. Maar eerst peptalk met koffie en donuts. „Laten wij de Republikeinen verleiden uit hun veilige leventje te stappen”, zegt ze met krachtige stem.

De race gaat gelijk op. „Ik denk aan de man die mijn leven redde”, zegt ze. „Ik werd geraakt. Hij nam de helikopter over. Hij verzorgde me in de lucht. Hij landde het toestel veilig, haalde artsen – en twee dagen later vloog hij weer boven Irak. Hij is mijn voorbeeld in deze campagne.”

Duckworths geschiedenis bracht de laatste maanden de ene beroemdheid na de andere naar Chicago. Barbara Streisand, George Soros, Michael J. Fox en Bill Clinton wilden allemaal met haar op de foto. Duckworth – dochter van een Amerikaanse marinier en een Chinese moeder – sloot zich aan bij de reservisten toen ze eind jaren negentig internationale betrekkingen studeerde.

Ze werd daarna manager van de Rotary Club in de staat Illinois en nam in haar vrije tijd lessen om een Black Hawk-helikopter te vliegen. Ze wilde aantonen dat vrouwen dat ook kunnen. Bij de reservisten voerde Duckworth het bevel over 42 soldaten. Vlak voordat haar eenheid werd opgeroepen voor Irak zat haar tijd erop. Maar ze eiste dat ze toch mee mocht.

Duckworth werd tijdens een vlucht geraakt toen ze najaar 2004 chocolade milkshakes was gaan kopen in de Groene Zone van Bagdad (het zwaar beveiligde terrein waar de Amerikaanse ambassade en de Iraakse regering gevestigd zijn) – een cadeautje na weken hard werken.

In het militaire ziekenhuis van Washington kwam Tammy Duckworth in gesprek met Bob Dole, de Republikein die het in 1996 vergeefs opnam tegen Clinton. Hij adviseerde haar de politiek. Voor haar, legt ze nu uit, is een carrière in Washington een manier om het verlies van haar benen te overwinnen: haar leven moet er beter van worden, niet slechter. Ze is openhartig over de frustraties. „Ik kan in de auto niet eens meer een beker frisdrank tussen mijn benen houden.”

Haar Republikeinse tegenstander, de conservatief Peter Roskam, probeerde haar standpunt over Irak eerst volgens de vaste Republikeinse formule te bekritiseren: Democraten zijn slap en laf. Dat werkte in dit geval niet. Hij vroeg daarna, zoals bijna alle Republikeinen de laatste weken, aanpassingen van het beleid in Irak. Maar hij probeert vooral over andere onderwerpen te praten. „We moeten niet doen alsof álles om Irak draait”, zeggen ze op zijn hoofdkwartier.

Bill Bahr, adviseur van Tammy Duckworth voor veteranenzaken, stuurt zijn SUV zaterdagmiddag naar het stadje Carol Stream, drie kwartier van Chicago. Hier woont de lagere middenklasse, vertelt hij – de huizen zijn groot maar niet in perfecte staat, mensen staan er financieel onder druk. Op de achterbank zitten drie studenten die straks woningen afgaan waar Democratisch gezinde kiezers wonen: willen ze alsjeblieft gaan stemmen?

Bahr heeft er de pest in. Een dag eerder riep de regio van de bekendste veteranenorganisatie van de VS, de VFW, niet Tammy Duckworth maar haar tegenstander Roskam uit tot de beste kandidaat. „Ik ben actief in de VFW en wist nergens van’’, zegt Bahr. Er zijn volgens hem trucs uitgehaald. „Welke veteraan kan nou tégen Tammy zijn?”

Bahr woont al jaren in het district en voor veel mensen is Republikeins stemmen zoiets als het uitlaten van de hond. Daarvan afwijken komt niet in ze op. „Er wonen veel zakenmensen, er heerst een Republikeinse clubgeest. Dat doorbreekt Tammy – maar mensen staan onder druk de club bijeen te houden.’’ Duckworth wordt zo gedwongen tot gematigdheid. „We kunnen alleen winnen als Republikeinen op ons stemmen.’’

De laatste dagen – Duckworth leek te gaan winnen – gebeuren er eigenaardige dingen, zeggen ze in haar kamp. De nationale Republikeinen stelden extra geld beschikbaar. De lokale tv van Chicago zendt nu een bombardement anti-Duckworth spotjes uit, waarin alles draait om de neiging van Democraten om belastingen te verhogen – zelf heeft Duckworth niet één plan voor hogere belasting.

Maar haar campagne is ook niet zonder valse beeldvorming, zeggen Republikeinen. Omdat zij is uitgegroeid tot symbool van de anti-oorlogs-Democraten denken veel kiezers dat zij een onmiddellijke troepenterugtrekking wenst. Maar Duckworth wil een gefaseerde terugtrekking mits het werk van Amerikaanse soldaten overgenomen kan worden door getrainde Irakezen, beaamt ze.

Een genuanceerd standpunt dat in de anti-oorlogsretoriek makkelijk verloren gaat, denkt ook Ken Nielsen. Hij heeft zaterdagavond met de Chicago Veterans for Peace een etentje in de stad. Diverse veteranen werken voor Duckworth. Maar Nielsen denkt dat Duckworth het gevaar loopt dat ze na de verkiezingen opnieuw een symbool wordt – voor de „teleurstellend lage ambities van de Democraten over Irak”. Toch steunt hij haar. „We gaan met haar de goede kant op. Maar zij en de Democraten moeten véél scherper worden, anders wordt het nog niks.”