Florerende Spaanse economie draait op migranten

Spanje is de snelst groeiende economie van West-Europa, maar heeft wel veel immigranten nodig om dat groeitempo vast te kunnen houden.

Met een jaarlijkse groei van zo’n 4 procent is Spanje de snelst groeiende economie van West-Europa. Foto Bloomberg People look at shoes at the Plaza Norte shopping mall in San Sebastian de los Reyes, Madrid, Spain, Saturday, October 29, 2005. Photographer: Santi Burgos/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

De werkloosheid in Spanje staat op het laagste niveau sinds eind jaren zeventig. Volgens tellingen van het arbeidsbureau daalde de werkloosheid in het derde kwartaal tot ruim 8 procent. En met een jaarlijkse groei van zo’n 4 procent blijft Spanje de snelst groeiende economie van West-Europa.

Maar er is niet alleen goed nieuws. Want om de economische motor draaiende te houden, zijn volgens sommige berekeningen jaarlijks zeker 250.000 immigranten nodig. En bij een toenemende druk vanuit Europa om de buitengrenzen dicht te houden, slaagt Spanje er tot dusver niet in een ordelijke immigratiepolitiek te ontwikkelen. Minder werklozen en meer tijdelijk werk zijn al jaren de trend op de Spaanse arbeidsmarkt. Het werkloosheidspercentage zakte terug tot het Europese gemiddelde.

Toch waren de reacties gemengd door de aard van de nieuwe arbeidsplaatsen die worden gecreëerd. Terwijl staatssecretaris voor Economische Zaken David Vegara de werkloosheidsdaling omschreef als een teken van vertrouwen in de koers van de Spaanse economie, hoonde de conservatieve oppositie dat er niets terechtkomt van nieuwe arbeidswetgeving van afgelopen zomer die vaste arbeidsplaatsen moet stimuleren. De nieuwe banen – vooral in de horeca, de bouw en de agrarische sector – bestaan immers vooral uit kortlopende contracten. Volgens de regering moeten de nieuwe maatregelen echter nog effect sorteren.

De tevredenheid over de meer dan 700.000 banen die in de afgelopen twaalf maanden werden gecreëerd staat in contrast tot de verwarring over de wijze waarop de vraag naar arbeidskrachten moet worden aangepakt.

Het huidige socialistische kabinet baarde vorig jaar opzien door in één klap 700.000 illegale immigranten met werk te legaliseren. Die stap werd fel bekritiseerd door de conservatieve oppositie, die sprak van een aantrekkend effect voor illegale immigranten. Premier Zapatero wees er echter op dat het probleem van de illegalen onder de vorige regeringen was ontstaan en dat met de legalisering de buitenlanders uit het zwarte circuit werden gehaald en zo bijdragen aan de belastinginkomsten.

Na de aanzwellende stroom van illegale bootimmigranten deze zomer op de Canarische Eilanden begon echter ook de kritiek uit de rest van Europa aan te zwellen. Zapatero kreeg het openlijk aan de stok met de Franse minster van Binnenlandse Zaken Sarkozy, die luidkeels verklaarde dat het afgelopen moest zijn met massale legaliseringen.

Hoewel de bootimmigranten met enkele tienduizenden slechts een verwaarloosbaar deel uitmaken van de naar schatting 650.000 immigranten die afgelopen jaar de grens overkwamen, brengt de kwestie de regering in een lastig parket. Het beeld moest voorkomen worden dat Spanje enerzijds meer Europese steun wil hebben om zijn grenzen te sluiten, maar anderzijds oogluikend de deur openzet voor illegale immigratie.

Vice-premier Fernández de la Vega onderstreepte dan ook dat Spanje geen massale amnestie voor illegale buitenlanders zal toepassen en dat van nu af aan de instroom een gereguleerd karakter moet krijgen. De vraag is hoe. Al jarenlang (ook onder de conservatieve kabinetten-Aznar) werd gepoogd om de toestroom te reguleren door alleen nieuwkomers toe te staan die van tevoren over een werkvergunning beschikken. Een systeem dat echter zorgt voor flink wat rompslomp en vermoedelijk niet werkt. Het feit dat het huidige aantal illegaal werkende buitenlanders in Spanje na de amnestie van vorig jaar volgens sommige schattingen al weer is aangezwollen tot een miljoen is hiervan een indicatie.

De vraag naar arbeidskrachten in Spanje, waar de bevolking de laatste vijf jaar door de instroom van vier miljoen buitenlanders tot 44 miljoen is gegroeid, zal de komende jaren sterk afhankelijk zijn van de groei. De afgelopen tien jaar is Spanje echter met een gemiddelde van 4 procent groei Europa’s koploper. De extreme bouwactiviteiten in het land zijn hiervoor deels verantwoordelijk. Maar zelfs bij stagnatie van de onroerendgoedsector zal de groei aanhouden.

Een economische studie van de Universiteit van Barcelona schat dat bij een lage groei tot 2020 ruim 2 miljoen nieuwkomers nodig zijn. Bij een aanhoudend hoge groei zelfs 10 miljoen. Voor de komende jaren lijkt Spanje eerder meer dan minder immigranten nodig te hebben. Geen politieke boodschap die erg aanspreekt bij kiezers en in de rest van Europa. Verwacht mag worden dat de illegale immigratie in Spanje zijn langste tijd nog niet gehad heeft.