Feind hört mit

Ik heb mijn vrouw overgehaald om met me mee te gaan naar een reünie. Ze voelt zich bij voorbaat opgelaten, want ze kent bijna niemand van mijn toenmalige werkkring. Onderweg in de trein haal ik herinneringen op. Met name over Tom en Eefje. Dat was me een stel zeg, vooral die Eefje! Moet je horen...

Op de reünie sta ik oog in oog met Tom en Eefje. Ze zijn níéts veranderd. Dat wil zeggen: vergeleken met een halfuur geleden, toen ze tegenover ons in de trein zaten.