En zo sterft Saddam toch nog als martelaar

Saddam zou ook schuldig zijn bevonden door elk internationaal gerechtshof.

Verschil is dat dan sprake zou zijn geweest van een eerlijk proces.

Zondag werd de doodstraf uitgesproken tegen Saddam Hussein en twee medebeklaagden. Hij reageerde met een duidelijk ingestudeerde tirade: „Lang leve Irak! Lang leve het Iraakse volk! Weg met de verraders!” – en verliet vervolgens het gerechtshof met een lachje om zijn lippen, alsof hij had gewonnen. Hetgeen ook het geval is, binnen de nauwe grenzen van wat voor hem mogelijk blijft.

Tenzij het tweede proces tegen Saddam, inzake andere aanklachten, prioriteit krijgt – hetgeen nog onduidelijk is – duurt het hoogstens twintig dagen voordat een panel van negen rechters een beroep zal afwegen, waarna de doodstraf binnen dertig dagen moet worden uitgevoerd. Maar Saddam wint dan nog steeds, omdat hij – in de ogen van vele sunnitische Arabieren in Irak en daarbuiten – de geschiedenis zal ingaan als een martelaar voor de zaak van het Arabische nationalisme. Zijn zonen zijn dood, zijn land ligt in puin en hij zal sterven aan de galg maar hij heeft het Westen getrotseerd en zijn waardigheid behouden, dus sterft hij als een held.

Maar hij is geen held en Irak zou een beter land zijn geweest als hij nooit zou zijn geboren. Door elk ordentelijk samengesteld internationaal gerechtshof zou hij schuldig zijn bevonden aan dezelfde aanklachten als die waarvoor hij in Irak terechtstaat. Maar bij een internationaal gerechtshof zou sprake zijn geweest van een reguliere rechtsgang, zou de Iraakse regering niet in staat zijn geweest rechters te vervangen die de rechten van de verdachten wilden respecteren, en zouden de advocaten van de verdediging niet zijn vermoord. Als gevolg daarvan zou het proces nog enige geloofwaardigheid hebben gehad. Helaas geldt dat niet voor het proces in Irak.

Er was één voor de hand liggende reden waarom de VS niet wilden dat Saddam voor een onpartijdig internationaal tribunaal zou verschijnen, net als eerder Slobodan Milosevic en binnenkort de Liberiaanse ex-dicator Charles Taylor. Zo’n tribunaal had het recht gehad documenten in te zien en getuigenissen te horen waaruit de omvang van de Amerikaanse medeplichtigheid aan Saddams misdaden in een eerdere fase van zijn carrière zou zijn gebleken, toen de regering-Reagan Irak steunde in de oorlog tegen Iran (1980-’88). Vandaar de schertsrechtbank in Bagdad en alle groteske gevolgen van dien.

De eerste opperrechter, Rizgar Amin, trad in januari af na klachten van de regering dat hij er niet in was geslaagd de orde in de rechtszaal te handhaven (dat wil zeggen: hij had Saddam te vaak toegestaan zichzelf te verdedigen). Vijf weken later werd zijn opvolger, Sayeed al-Hammashi, alweer op non-actief gesteld toen werd ontdekt dat hij lid was geweest van de Ba’ath-partij, de regeringspartij onder Saddam. En de opperrechter die werd aangesteld om leiding te geven aan het tweede proces, Abdullah al-Amiri, werd in september uit zijn functie ontheven omdat hij te welwillend jegens Saddam zou zijn.

Intussen kwam de ene advocaat van Saddam na de andere om het leven. De eerste, Saadoun Janabi, werd vorig jaar ‘gearresteerd’ door mannen die beweerden in dienst te zijn van de door shi’ieten gecontroleerde politie van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij werd later vermoord aangetroffen in Sadr City, het shi’itische bolwerk in Bagdad. De tweede, Adel al-Zubeidi, werd kort daarna neergeschoten, waarop een derde het land ontvluchtte. En de voornaamste verdediger, Khamis al-Obaidi, werd in juni ontvoerd. Hij werd eveneens gearresteerd door mannen in politie-uniformen, en zijn lichaam werd, met twee gebroken armen en acht kogelgaten, op dezelfde plek in Sadr City gevonden.

Na de moord op Obaidi trokken Saddams advocaten zich helemaal uit het proces terug en eisten ze dat het buiten Irak zou worden gehouden; Saddam zelf ging in hongerstaking. Hij hield daarmee weer op nadat hij zestien dagen dwangvoeding had gekregen. Daarna onderging hij de rest van zijn rechtszaken zonder enige wettelijke vertegenwoordiging, behalve een door het hof benoemde advocaat die weigerde te worden gefilmd of gefotografeerd, door een microfoon sprak die zijn stem vervormde en door Saddam als een „vijand van het volk” werd afgewezen.

Saddam heeft geen eerlijk proces gehad, hoewel hij ongetwijfeld ook dáárin schuldig zou zijn bevonden. Hij is nu het slachtoffer van een door de staat georganiseerde lynchpartij en zal derhalve in de ogen van velen als een martelaar sterven. Dat zal weinig uitmaken in Irak zelf, waar de mensen dringender zaken aan hun hoofd hebben maar het levert zeker geen bijdrage aan de reputatie van het internationaal recht.

Gwynne Dyer is een in Londen wonende journalist wiens artikelen in 45 landen worden gepubliceerd. Vertaald door Menno Grootveld.

Terecht dat Saddam de doodstraf krijgt? Discussieer mee op nrc.nl/discussie