Een Afghaans tapijtje voor de Nederlandse minister

Minister Bot vroeg steun aan stamhoofden in Uruzgan.

Nederlandse militairen helpen graag, zei hij.

Twee aan twee worden de stamhoofden van Uruzgan van de toegangspoort van de Nederlandse basis in Tarin Kowt – waar zij op explosieven zijn onderzocht – per auto overgebracht naar een speciale ruimte. Daar zullen zij minister Bot van Buitenlandse Zaken ontmoeten.

De ruimte bestaat uit aan elkaar geschakelde, gepantserde containers. Zij doet normaal dienst als alcoholloze caféruimte voor de Nederlandse militairen. ’s Zondags biedt zij ruimte aan de Nederlandse kerkdienst.

Niemand van de streng-islamitische aanwezigen – Uruzgan geldt algemeen als het Staphorst van Afghanistan – lijkt aan het christelijke kruis in de ruimte aanstoot te nemen. Beleefdheid is troef: de gasten hebben voor Bot zelfs een cadeautje meegebracht, een Afghaans tapijtje.

Het betreft hier een tegenbezoek, heeft Bot voorafgaand aan de ontmoeting uitgelegd. Een halfjaar geleden had hij de stamoudsten al eens ontmoet, toen in de Afghaanse hoofdstad Kabul. Bij die gelegenheid hadden deze laten weten dat de volgende ontmoeting bij hen, in Uruzgan, moest zijn.

Het idee achter Bots contact met de stamoudsten is om steun te vragen voor de Nederlandse militaire missie in Uruzgan aan de traditionele machtsstructuren in een gebied, waar heel lang de Afghaanse staat weinig tot geen rol heeft gespeeld.

Wie daar wel macht hebben uitgeoefend zijn de Talibaan – de politiek-religieuze beweging die in 2001 door de inval van Westerse troepen uit de macht is verdreven. Deze zomer hebben de Talibaan in het zuiden van Afghanistan een opmerkelijke militaire comeback gemaakt.

Bot maakt vóór de ontmoeting geen geheim van het doel van zijn contact met de stamhoofden: wanneer zij ervan doordrongen zijn dat zij meer te verwachten hebben van de Nederlanders dan van de Talibaan, zullen zij hopelijk hun loyaliteit leggen bij de opbouw brengende buitenlanders.

Het zou ook zeer wenselijk zijn dat de stamhoofden daarbij hun onderlinge rivaliteiten begraven, merkt gouverneur Munib op. Munib is de opvolger van de vorige gouverneur Jan Mohammed. Mohammed was een persoonlijke vriend van president Karzai van Afghanistan. Hij bestreed de Talibaan, maar bracht verder weinig mee dat in Nederlandse ogen als ‘behoorlijk bestuur’ zou kunnen gelden. Volgens ingewijden dreef hij privé-gevangenissen en misbruikte hij lokale jongetjes als seksslaafje.

Bot verzekert de stamhoofden dat de Nederlanders het beste voor hebben, maar dat – uiteindelijk – de toekomst van Afghanistan in de hand van de Afghanen ligt. De Nederlandse militairen vechten als er gevochten moet worden. Maar liever hélpen de Nederlanders, bijvoorbeeld met het opknappen van moskeeën.

Een paar uur later staat Bot bij de stoffige airstrip van Tarin Kowt te wachten op een vliegtuig dat hem naar Kabul brengt voor een ontmoeting met Karzai. Een hoge diplomaat van het ministerie van Buitenlandse zaken draagt het kleedje.

www.minbuza.nl/nl/actueel/ of 80320 naar 7585