De Gazastrook is nog steeds bezet ‘Zij doden ons en wij mogen niets terugdoen?’

Israël zegt de Gazastrook te hebben verlaten. Maar het geweld gaat door. De jongste Israëlische operatie eiste in Beit Hanoun 56 levens. Nu gaan de tanks naar het buurstadje.

Een familielid rouwt om de 16-jarige Ramzi al-Shrafi, die gisteren werd gedood toen een Israëlische raket vlakbij een schoolbus in het noorden van de Gazastrook insloeg. Foto Reuters A Palestinian relative of 16-year-old Ramzi al-Shrafi, who was killed by a missile from an Israeli aircraft, mourns next to his body during his funeral in northern Gaza strip November 6, 2006. An Israeli aircraft fired a missile into a town in the northern Gaza Strip on Monday, killing a boy and wounding four other people, witnesses and hospital officials said. REUTERS/Mohammed Salem (GAZA) REUTERS

„Israël heeft de Gazastrook gewoon opnieuw bezet. Zij zeggen dat ze zijn weggegaan, maar dat is niet waar. Er gaat geen dag voorbij zonder geweld, er zijn altijd wel ergens tanks en scherpschutters in de straat, het is hier altijd oorlog”, zegt Morad Jaradad, een werkloze leraar, uit het belegerde Beit Hanoun terwijl hij een deken over zijn zwaargewonde zoontje trekt.

De 5-jarige Khaled ligt met twee paars-zwarte kogelwonden in het ziekenhuis van Gazastad. Bijna een week geleden stapte hij uit de schoolbus en liep in het schootsveld van Israëlische infanteristen en Palestijnse militanten.

De binnenplaats van het ziekenhuisje is een kampeerterrein voor familieleden van gewonde patiënten uit Beit Hanoun, het stadje ten noordoosten van Gazastad dat zes dagen lang omsingeld is geweest door Israëlische eenheden op zoek naar „terroristen” van de zogeheten Qassambrigades.

Alle mannen en jongens van veertien jaar en ouder zijn ondervraagd in het schoolgebouw van Beit Hanoun. Tientallen van hen zijn gearresteerd en overgebracht naar Israëlische gevangenissen. Jaradad: „We moesten ons uitkleden en we werden ondervraagd door de geheime dienst.”

Beit Hanoun zelf is onbenaderbaar, alleen ambulances mogen van het Israëlische leger via de Saladinweg in de buurt komen. Gistermiddag passeerden daar in het tijdsbestek van een paar uur zes ambulances met een gelijk aantal stoffelijke overschotten. In totaal is het dodental sinds woensdag opgelopen tot 56, de zes Palestijnse doden van vandaag meegerekend.

Boven het stadje met 30.000 inwoners hangen zwarte en grijze wolken, vermoedelijk van de branden en de vernietiging van huizen door de Israëlische troepen. Vanochtend trok een aantal tanks zich terug om elders in de Gazastrook, in Beit Lahiya, te worden ingezet.

Jaradad en tientallen anderen vertellen een identiek verhaal: „Mijn hele familie zit thuis opgesloten. Ze hebben geen water, geen melk, geen brood, de stroom is afgesloten en niemand, ook het Rode Kruis, mag er in of eruit, tenzij je gewond of dood bent.” Woordvoerders van het Rode Kruis en de Verenigde Naties bevestigen de strekking van dit relaas.

Hoewel Israëls regering en leger benadrukken dat een herbezetting van de Gazastrook geen officieel doel is, heeft Jaradad toch gelijk. Van Zomerregens naar Herfstwolken: de poëtische benamingen van de Israëlische operaties in de Gazastrook wisselen met de seizoenen, net als de locaties van de gevechtshandelingen. Was gisteren Beit Hanoun aan de beurt dan komen de Israëlische eenheden morgen elders in de Gazastrook in actie. Zoals vandaag gebeurde.

Vervolg Gazastrook: pagina 5

GAZASTROOK

‘Zij doden ons en wij mogen niets terugdoen?’

De locaties verschillen, maar de drama’s hebben een monotoon karakter. De cyclus van gekte, geweld en propaganda is zo eenvormig en grimmig als de grijze wijken van ingeschilderd beton in en rondom Gazastad, waar het altijd broeit en gist. Feit is dat de aaneenschakeling van militaire acties sinds de zomer van 2005 toen de 21 joodse nederzettingen werden ontruimd, neerkomt op een militaire herbezetting, die gepaard gaat met een complete afsluiting van zee- en luchtruim. Sinds juni zijn daarbij 320 Palestijnen gedood, de helft burgers, de helft militanten.

Geen visser mag uitvaren, de grensposten zijn vaker dicht dan open, geen tomaat of garnaal komt Gaza uit, het laatste vliegtuig steeg op in 1996. Kortom, Gaza was en is nog steeds een grote gevangenis met een groeiende, radicaliserende bevolking, waarvan de helft jonger is dan 18 jaar en 65 procent van de volwassen mannen werkloos is. Verbitterde mannen met vroegoude koppen, die niets anders omhanden hebben dan moskeegang en familie-uitbreiding en vrouwen die zich steeds meer terugtrekken in pikzwarte gewaden.

Het belangrijkste doel van Israël is het uitschakelen van de Qassambrigades, de cellen van Hamas en Islamitische Jihad die amateuristische raketten afvuren op de stad Sderot en de dorpen langs de grens met de Gazastrook. Maar juist tijdens grote acties, zoals de afgelopen dagen bij Beit Hanoun, slagen de Qassambrigades erin tientallen Qassamraketten af te vuren richting Israël – vandaag nog. Daarbij vielen geen doden.

De brigadisten, vaak jonge jongens op motorfietsen of in pickup trucks van Aziatische makelij, zijn ongrijpbaar en weten zich gesteund door de bevolking. „Dit is meer van hetzelfde. Dit is op deze manier niet op te lossen”, klaagde de Israëlische minister Avi Dichter over Herfstwolken.

Zelfs met een doorzeefd zoontje in het ziekenhuis stelt Jaradad, die zegt bij geen enkele groep te horen: „Wij hebben het recht ons te verdedigen tegen de bezetters. Ik ben voor de erkenning van Israël, maar zij moeten stoppen met de bezetting. Zij doden ons en wij mogen dan niets terugdoen? Nee. Ik denk dat ik Khaled als hij groot is niet kan tegenhouden als hij lid wordt van een Qassambrigade.”

Dat zegt ook Jameela Abdulla, namens Hamas lid van het Palestijnse parlement. Zij leidde vorige week een demonstratie van 1.500 vrouwen in Beit Hanoun. Doel was 60 in de Al-Nasrmoskee verschanste mannen te ontzetten. Twee ongewapende vrouwen werden door de Israëlische soldaten doodgeschoten toen zij te dicht bij hen in de buurt kwamen.

‘De mars van de vrouwen’ is stof voor legendevorming in Gaza. Jameela, een ongetrouwde, strenge vijftigster, heeft geen enkele spijt van haar actie, die zij verdedigt als een „ongewapende actie” tegen „gewapende terreur van de Israëliërs”. En: „Wij vrouwen betalen in alle opzichten een zeer hoge prijs. Wij hebben niets te verliezen en daarom steunen wij de Qassambrigades.”

Tegen middernacht, komen we Jameela opnieuw tegen in het huis van de familie van Mirvat Masoud in Jabalya, het grootste vluchtelingenkamp van Gaza, het domein van Hamas en Islamitische Jihad. De 18-jarige Mirvat heeft zich eerder op de dag in Beit Hanoun opgeblazen in de buurt van een Israëlische compagnie. Zij werd gedood en een soldaat raakte licht gewond.

In het kleine huis, diep in een kamp van onverlichte en onverharde stegen en straatjes, golven de emoties door de kamers: moeder en grootmoeder Masoud zijn intens bedroefd, tientallen zusters, tantes en buurvrouwen bewenen en bewieroken het martelaarschap van Mirvat, een studente chemie.

Haar 16-jarige zusje Naiwat vertelt dat Mirvat de afgelopen dagen had gevast, veel in de moskee was geweest en die ochtend al vroeg van huis was gegaan. De slaapkamer van de meisjes is behangen met posters van shaheeds, martelaren. Een broer blijkt deel genomen te hebben aan een zelfmoordaanslag in de Israëlische havenstad Ashdod. Naiwat, met tranen in de ogen: „Als God het wil en ik word uitgekozen dan volg ik het pad van Mirvat. Dat is nu mijn diepste wens.”