Ahold koopt bedenktijd

Is Ahold erin geslaagd de honden van zich af te houden? Het Nederlandse detailhandelsconcern heeft bij zijn langverwachte strategische heroriëntatie de hedgefondsen die op een opsplitsing aandrongen zeker een kluif toegeworpen. De Amerikaanse cateringdivisie US Foodservice, die zo’n 4,7 miljard euro waard is, zal worden verkocht, evenals de apert slecht functionerende onderdelen van het concern. En de aandeelhouders krijgen 2 miljard euro retour. Maar Ahold had verder moeten gaan.

Ahold verdient zonder meer enig krediet. Het afstoten van winkels in Slowakije en Polen en van de Tops-keten in de VS lijkt een verstandige zet. Dat waren de gebieden waar Ahold het meest te kampen had met hevige concurrentie en niet genoeg schaalgrootte bezat om zijn territorium te verdedigen. Nu richt het concern zich, net als zijn grote branchegenoten, uitsluitend op de markten waar het de nummer één of de nummer twee kan zijn.

Maar het besluit om US Foodservice te verkopen, dat voedsel aan restaurants en bedrijfskantines levert, lijkt een zoenoffer. Een paar maanden geleden was de divisie nog een blok aan het been voor het concern, maar de laatste tijd is zij steeds beter gaan presteren, de markt voorbijstrevend en de eigen winstmarges omhoog trekkend. Samen met de Nederlandse keten Albert Heijn is het een van de weinige divisies die de winst van Ahold een impuls geven. Er was dus geen reden om US Foodservice snel te lozen.

Waarschijnlijk wil Ahold door met geld rond te strooien gewoon meer tijd kopen om de lastige vraag te omzeilen waarom het concern zijn Europese en Amerikaanse onderdelen niet helemaal uit elkaar trekt. Want terwijl het Albert Heijn voor de wind blijft gaan, pompen de Amerikaanse winkels van Ahold hun winsten nog steeds in prijsverlagingen, zonder dat er ook maar iets op duidt dat de klanten uiteindelijk zullen toehappen. Het is moeilijk het gevoel te vermijden dat ze het in andere handen beter zouden doen.

Toch heeft Ahold voorlopig waarschijnlijk genoeg gedaan. De hedgefondsen moeten blij zijn met de teruggave van 2 miljard euro. En het terugbrengen van de schuld van 5,2 miljard naar 3,2 miljard euro moet voldoende zijn om Ahold zijn kredietwaardigheidsstatus van ‘investment grade’ terug te geven, zijn kapitaalkosten te verlagen en waarde te scheppen voor de aandeelhouders. Maar beleggers zullen hopen dat het strategische oplapwerk louter een opmaat is naar veel radicalere stappen. En als die uitblijven, zullen de honden spoedig voor een sappiger kluif terugkomen.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld