‘Afkeer CDA van PvdA zit diep’

Frans Leijnse zag in 2003 als informateur hoe groot de weerzin was bij CDA tegen PvdA. Hij twijfelt of die „negatieve grondtoon” nu zomaar verdwenen is.

Jarenlang ging het er nauwelijks nog over, maar nu – een paar weken voor de verkiezingen – is het opeens weer relevant: waarom lukte het CDA en PvdA in 2003 niet om samen een kabinet te formeren? En waarom zou het na 22 november eventueel wél lukken? Oud-Tweede-Kamerlid Frans Leijnse (PvdA), die samen met oud-minister Piet Hein Donner (Justitie, CDA) in 2003 informateur was van het kabinet dat er niet kwam, schrijft erover in het boek ‘Vier jaar Balkenende’ van de Wiardi Beckman Stichting dat gisteren werd gepresenteerd. Zijn hoofdstuk heet: ‘Naar een definitieve uitschakeling van de linkse kerk?’

Het vraagteken is belangrijk want volgens Leijnse is het niet onmogelijk dat er nu wel een kabinet komt van CDA en PvdA. Maar de weerzin die het CDA van Jan Peter Balkenende in 2003 voelde voor de PvdA van Wouter Bos, maakte diepe indruk op Leijnse. Hij schrijft dat de onderhandelingen ’s ochtends te vaak begonnen met een bespreking van de krantenkoppen of de laatste uitzending van Nova. „Alsof hiermee werkelijkheden werden gecreëerd die voor de informatie van belang waren. Al te vaak moest er iets ‘rechtgezet’ worden alvorens een zakelijker gesprek mogelijk was.”

Die „negatieve grondtoon” werd volgens Leijnse gezet door het CDA en in het boek analyseert hij de ‘diepere gronden’ van de afkeer van die partij voor de PvdA. In de tijd van de paarse kabinetten was de PvdA een bestuurderspartij geworden, zonder ideologie en zonder volk. Leijnse: „De sociaal-democraten hadden zich vanaf 1991 bewust losgemaakt van hun actieve achterban door de ledendemocratie goeddeels af te schaffen.” Het CDA was op zoek gegaan naar een nieuwe missie – mensen ervan doordringen dat ze ‘eigen verantwoordelijkheid’ hebben – en het CDA werd volgens Leijnse weer een volkspartij. Het Project van het CDA, in de woorden van Leijnse, moest koste wat kost worden uitgevoerd. Door samenwerking met de PvdA zou die opdracht alleen maar ‘verwateren’. „Of in ieder geval zou het geestelijk eigendom ervan betwist worden.”

En nu? De VVD, denkt Leijnse, neigt steeds meer tot populisme en plat conservatisme, met politieke boodschappen die „doelbewust” zijn gericht op maatschappelijke verdeeldheid en uitsluiting van minderheden. „Vroeg of laat moet het CDA hardhandig afstand nemen van dergelijke boodschappen wil het zijn eigen gedachtegoed zuiver houden.” Volgens Leijnse is er nu ook een deel van het CDA dat er zo over denkt. Maar: „Balkenende heeft tot nu toe iedere gelegenheid laten passeren om zich enigszins van de VVD los te maken en een opening naar de PvdA te maken.”

De afkeer bij het CDA is niet zomaar verdwenen. Het advies van Leijnse aan de volgende informateurs: maak een kort regeerakkoord – de coalitie zal zo’n ruime meerderheid hebben in de Kamer dat er genoeg „marges” zijn voor het bedenken van beleid – en laat de twee partijen met elkaar meedenken over de ministers en staatssecretarissen die ze in het kabinet willen hebben. De positie van de premier zou er sterker door worden en het onderling vertrouwen zou groeien, schrijft Leijnse. Anders wordt het wéér niks.