Witleren handschoen grijpt de kristallen karaf

Moderne kunst hangt in een 17de eeuws grachtenpand.

Le nouveau siècle is geslaagd.

Bij het openzwaaien van de kolossale deur van het deftige pand aan de Keizersgracht in Amsterdam, komt een armpje in beweging. Het is een sculptuur van de Nieuw-Zeelandse kunstenaar Francis Upritchard (1976). Twee in wit leren handschoentjes gestoken stoffen armen bungelen aan de sierlijke balustrade van de trap in de entreehal. Eén ervan is met een touwtje aan de voordeur bevestigd, om elke bezoeker met een ferme zwaai welkom te heten.

Museum Van Loon heeft zijn eeuwenoude stijlkamers tijdelijk toevertrouwd aan de hedendaagse kunst. Na de bouw in 1672 was Ferdinand Bol de eerste bewoner van het pand. In de 19de eeuw nam de familie Van Loon er haar intrek. Op initiatief van de jongste telg van het geslacht wordt sinds een aantal jaren eigentijdse kunst geëxposeerd in het grachtenhuis, dat nog volledig met de oorspronkelijke meubels, portretten en serviezen is ingericht.

Een aantal jonge internationale kunstenaars, van enig tot een boel statuur, werd gevraagd werk te exposeren in het pand, dat sinds 1973 gedeeltelijk toegankelijk is voor publiek. Sommige kunstenaars tonen bestaand werk, de meesten hebben zich door het interieur en de historie van het monumentale huis laten inspireren tot nieuwe schilderijen, sculpturen en installaties.

De Blauwe Salon, van origine de ontvangstkamer en daarmee het pronkstuk van het huis, is gereserveerd voor Nederlander Michael Raedecker (1963). Zijn komeetachtig verlopen carrière verleende hem die eer: vertegenwoordigd in de Saatchi collectie, in 2000 genomineerd voor de prestigieuze Britse Turner Prize en winnaar van talloze andere. Zijn werk kenmerkt zich door het gebruik van garen en borduursels in combinatie met verf. De stemmige voorstellingen van landschappen en lege interieurs op de haast monochrome schilderijen die hij voor deze expositie uitkoos, zijn in complete harmonie met de blauw gestoffeerde salonwanden.

Ook de schilderijen van de Nederlandse Rezi van Lankveld (1973) ogen fraai en volstrekt vertrouwd tegen hun ongebruikelijke decor van rood slaapkamerfluweel. Van Lankveld maakte voor de grootste slaapkamer vier werken in exact dezelfde formaten als de schilderdoeken die er gewoonlijk hangen. Door abstrahering van de voorstelling geven haar barokke schilderijen zich niet in eerste oogopslag prijs. Er wordt vooral een broeierige sfeer neergezet. Pas na enige tijd doemen uit de zwierige vormen langzaam erotische scènes op, die zich zomaar in het antieke hemelbed hadden kunnen afspelen.

Once it was today heet de meesterlijke installatie van de Nederlandse Germaine Kruip (1970), onder meer bekend van haar lichtinstallatie in het Amsterdamse Rijksmuseum. Zij koos met de Rode Salon de meest kleurrijke ruimte van het huis, en besloot één van de wanden van zijn kleur te ontdoen. Een uiterst zorgvuldig geconstrueerde lichtprojectie van contrakleuren filtert minutieus alle kleur uit de wand en de twee geschilderde portretten die er hangen, waardoor alleen grijstinten zichtbaar zijn. Zo refereert haar hypermoderne installatie aan lang vervlogen tijden, toen de wereld nog zwart-wit was.

De Brit Tim Braden (1975) nam Salon Drakestein voor zijn rekening, vernoemd naar de oorsprong van de wandschilderingen in die ruimte, Kasteel Drakestein. Twee van de vier muurschilderingen zijn vervangen door schilderijen van Braden, die zich baseerde op familiekiekjes van de Van Lonen tijdens een jacht. Braden heeft de kalmte niet willen verstoren met zijn ingetogen, pastelkleurige schilderijen. Toch ogen de originele schilderingen wat flets naast de werken van Braden, en een eerste blik in de kamer doet eerder een onvoltooide restauratie, dan honderden jaren tijdsverschil vermoeden.

De elegante, witleren handschoenen van Upritchard komen een paar keer terug. Veelal getooid met ringen en armbanden uit goud en edelstenen. Ze hadden een 17de eeuwse adellijke dame niet misstaan. In de eetkamer grijpen ze naar kristallen karaffen die in de antieken servieskast staan. Huize Van Loon blijkt een vruchtbare inspiratiebron. Met eerbied voor de dwingende entourage van het majesteitelijke huis, alsof het de geur van de vele vorstelijke gasten die er door de jaren heen ontvangen zijn nog draagt, en niet geremd door de technische beperkingen van een monument, geen spijker kan onverlet de muur in, hebben de kunstenaars oud en nieuw met elkaar verweven. Door hun subtiele interventies is Le Nouveau Siècle een verrukkelijke speurtocht naar belangwekkende, eigentijdse kunstcreaties door marmeren gangen en tussen eeuwenoude familieportretten.

Le Nouveau Siècle t/m 15/1 in Museum Van Loon, Keizersgracht 672, Amsterdam. Zie ook www.museumvanloon.nl