Vraagtekens bij proces Saddam

Washington beschouwt het doodvonnis voor Saddam Hussein als een kans voor Irak op een betere toekomst. Maar op het proces valt wel wat af te dingen.

In de shi’itische wijk van Bagdad Sadr City werd met blijdschap op het vonnis gereageerd door betogers die portretten meedroegen van de radicale sh’itische geestelijke Muqtada Sadr. Foto AP Iraqis hold a poster of radical Shiite cleric Muqtada al-Sadr as the death sentence verdict for former leader Saddam Hussein is known, in Baghdad's Shiite enclave of Sadr City, Sunday, Nov. 5, 2006. Iraq's High Tribunal on Sunday found Saddam Hussein guilty of crimes against humanity and sentenced him to hang, as the visibly shaken former leader shouted "God is great!" (AP Photo/Karim Kadim) Associated Press

„Snel voor een krijgsraad brengen en dan na een summier proces tegen de muur zetten.” Dat was aan het eind van de Tweede Wereldoorlog het recept van Winston Churchill voor de voornaamste nazi-oorlogsmisdadigers. Ze kregen echter een serieuze berechting door het Internationale Militaire Tribunaal in Neurenberg. Dat proces resulteerde inderdaad in doodstraffen. Maar het is onlangs, na zestig jaar, vooral herdacht als een bijdrage aan de bewustwording van de Duitsers van wat er allemaal in hun naam was aangericht.

Nu heeft Saddam Hussein in Irak de doodstraf gekregen. Op zijn proces wegens misdrijven tegen de menselijkheid in verband met de massamoord in Dujail – de dood van 148 shi’itische inwoners van het stadje na een mislukte aanslag op Saddam Hussein in 1982 – valt echter het nodige af te dingen. Om te beginnen is Saddam berecht door een speciaal Iraaks tribunaal (inmiddels omgedoopt tot hoog tribunaal) en niet een internationale rechtbank. Het tribunaal van Neurenberg werd na de oorlog gevormd door rechters uit de geallieerde landen en is wel gekritiseerd als „overwinnaarsrechtspraak”. Maar het vertegenwoordigde in elk geval solide rechtstradities in de wereld. Zelfs met Amerikaanse steun staat het Iraakse Hoge Tribunaal beduidend minder stevig in zijn schoenen.

Het wisselen van rechters onder druk van de regering en het kortwieken van de verdediging hebben het Dujail-proces geen goed gedaan. Ook zijn drie van Saddams advocaten vermoord. Aan de andere kant vinden nogal wat Irakezen dat Saddam te veel juridische eer is bewezen, signaleerde de ‘Bagdad blogger’ van BBC Newsnight afgelopen week. De verleiding van een summiere afrekening in de trant van Churchill is nooit geheel verdwenen. Tijdens de Roemeense omwenteling van 1989 werden dictator Ceausescu en zijn vrouw binnen 24 uur voor een ad hoc ‘militair tribunaal’ gebracht en geëxecuteerd. Volgens het overgangsbewind was dat onvermijdelijk wegens een dreigende bevrijdingsactie door de beruchte geheime dienst Securitate.

Inmiddels is er wel iets veranderd in de wereld. De VN-tribunalen voor het voormalig Joegoslavië en Rwanda en het tribunaal voor Sierra Leone kennen de doodstraf niet, ook al gaat het om de ernstigste misdaden. Een meerderheid van staten, waaronder Nederland, heeft de doodstraf afgeschaft of legt hem niet ten uitvoer. Een algemeen geldend internationaal verbod op de doodstraf is er niet. Juist in het Midden-Oosten (en overigens ook de VS) blijft hij gehandhaafd.

Amnesty International is mordicus tegen de doodstraf maar wijst erop dat het internationale recht in elk geval strikte eisen stelt aan de toepassing. Zo moet het bewijs buiten redelijke twijfel zijn. Dat is strenger dan het statuut van het Iraakse tribunaal, dat zegt dat de schuld ‘ter voldoening’ van de rechter moet vaststaan. Ook moet tegen de doodstraf beroep openstaan. Het statuut zegt dat ieder doodvonnis van het tribunaal (vijf rechters) moet worden voorgelegd aan een Kamer van beroep van negen rechters. Het is niet duidelijk hoe lang dat gaat duren. Als het vonnis wordt bevestigd voorziet het statuut in een snelle terechtstelling.

Op dit moment is al een tweede proces tegen Saddam aan de gang, op de veel zwaardere beschuldiging van genocide op de Koerdische bevolking van Noord-Irak in verband met de zogeheten Anfalcampagne van 1987-1988, die rond de 100.000 Koerden het leven heeft gekost. Het is niet goed voorstelbaar dat Saddam wordt opgehangen voor dit proces is afgerond. En er wachten nog meer zaken, zoals de gifaanval op de inwoners van Halabja (1988) en de etnische zuivering van de Moeras-Arabieren, eveneens in de jaren tachtig. Eén zaak waarop met name het Westen niet zit te wachten is de oorlog tegen Iran (1980-1988). Saddam zou dan publiekelijk het Westen aan de kaak kunnen stellen voor de wapensteun die het hem toen leverde tegen het fundamentalistische Iran. Dat proces, dat Iran graag zou zien, zal er wel niet komen.

Of de berechting van Saddam Hussein en de zijnen wel of niet door de beugel kan is overigens vooral een kwestie voor internationale juristen en mensenrechtenorganisaties – de Iraakse bevolking heeft al lang vóór of tegen Saddam gekozen. De shi’ieten en Koerden, die beide zwaar onder Saddams Ba’athregime hebben geleden, willen hem in overgrote meerderheid zien hangen. In hun gebieden werd de uitspraak vrolijk gevierd. Maar bij de sunnieten, die de dominante bevolkingsgroep vormden onder Saddams leiderschap en zich nu zwaar gemarginaliseerd voelen door het overwegend shi’itische bewind, ligt dat heel anders. In deze groep heeft Saddam sinds zijn gevangenname eerder meer dan minder steun gekregen. Politiemannen huilden op straat, zo meldden persbureaus uit sunnitische gebieden, en in Saddams geboorteplaats Tikrit leidde een met posters van Saddam volgeplakte politieauto een betoging van duizenden woedende inwoners.

De ambassadeur van de VS in Bagdad, Khalilzad, liet weten dat de gerechtelijke afrekening met Saddam en zijn regime „een kans is [voor de Iraakse bevolking] om zich te verenigen en een betere toekomst op te bouwen”. Die verklaring roept de verheugde reactie op Saddams aanhouding in 2003 in herinnering van president Bush, die het inzakken van de sunnitische opstand voorspelde. Maar Saddam speelde nauwelijks een rol in het sunnitische geweld, dat juist in kracht toenam. Voor de geweldplegers van nu, de sunnitische extremisten en de shi’itische milities, is de doodstraf of zelfs terechtstelling van Saddam evenmin een reden ermee op te houden. Integendeel.