Thé Lau komt idolen tegen, zoals Schubert

Concert: Tempel Der Liefde door Thé Lau. Gehoord: 1/11 Beaufort Huis, Austerlitz. Tournee t/m 20/4. Inl.: www.thelau.nl

„Misschien is de bewerking wel te goed geweest”, spreekt de Nederlandse rockzanger Thé Lau de zaal toe. Zojuist zong hij het openingsnummer van zijn nieuwe tour Tempel Der Liefde. Meteen zet Lau hoog in: zijn stem, ruig als een eenzame bergflank, vindt snel die kenmerkende, rauwe stijl van lyriek en gestamel. Een liefdesspel vol overgave tussen een vrouw en een jongen ontvouwt zich. Dit is de Nederlandse versie van Lou Reeds Street Hassle. Inderdaad, de bewerking is zo overweldigend dat niemand eraan denkt dat dit lied een cover is.

Daarna volgt een nieuw Nederlands liefdeslied vol passie en ook ironie. Dichteres Neeltje Maria Min kiest de ‘platte, stenen brug van Alkmaar’ als locatie voor een dramatische ontmoeting. De tekst krijgt een ritmische begeleiding met stuwende gitaren, melancholieke klanken van het tangostrijkkwartet Pavadita en scherpe contour door toetsenist Jan-Peter Bast.

In trage, cirkelende bewegingen jaagt Lau het lied op met kracht en intensiteit. De dit jaar verschenen cd Tempel Der Liefde nam Thé Lau thuis op. De intimiteit ervan keert terug in het concert, dreigend, donker soms met tal van verwijzingen naar de dood die altijd weer opduikt, zoals in songs als Strand, Soldaat en het magistrale Lantaarn.

Dit lied herinnert op bijzondere wijze aan Der Erlkönig van Goethe en Schubert over een vader met zijn kind. In lange zanglijnen en met obsederend staccato op gitaar en piano is het werkelijk alsof je kunt zeggen: Thé Lau meets Franz Schubert. Er schuilen meer verwijzingen naar de idolen van de muziek, maar dan hedendaagser, zoals Jacques Brel, Lou Reed, Tom Waits en Joe Cocker. Net zoals de laatste geeft Lau met hoekige bewegingen energie aan zijn muziek en teksten.

Opnieuw laat Lau horen dat de Nederlandse taal een uitstekende rocktaal is. Zowel met elektrische als akoestische gitaar drijft hij keer op keer een lied op tot een emotionele hoogte. De combinatie van zijn hese, doorgroefde stem met de strijkers van Pavadita is een gelukkige vondst. De sfeervolle klank van cello en violen harmonieert moeiteloos met de akkoorden uit de elektrische gitaar.

Exemplarisch voor Lau’s muzikale en dichterlijke stijl is het lied Vreemd. Terwijl de muziek aanzwelt als in een storm zingt Lau, met ongebreidelde rockstem, over hoe vreemd de liefde en geliefden voor elkaar zijn: ‘zware wolken razen over/ waar geharde oude liefde/ door een nieuwe wordt gestriemd’. Als toegift klinkt Blauw in duet met Ananta Roosens, zangeres en violiste van Pavadita. Na het jagende rockgeweld komt de verstilling weer terug.