Stroomnet zonder storingen is illusie

De grote stroomuitval van afgelopen zaterdag heeft veel vragen opgeroepen. Hoe betrouwbaar is het Europese net? De ene deskundige pleit voor uitbreiding van de capaciteit. De andere wijst dat weer van de hand.

De kans dat zich in Europa grote stroomstoringen voordoen, zoals afgelopen zaterdag, neemt toe als er niks verandert. Dat zegt prof.ir. Jan Blom, hoogleraar elektrische energietechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven. Het heeft volgens hem onder meer te maken met de toename van het aantal windmolenparken. „Wind is onvoorspelbaar. Omdat er meer windparken komen krijg je meer fluctuaties in het net, en die kunnen tot storingen leiden”, zegt Blom via de telefoon. Hij pleit voor uitbreiding van de capaciteit van het Europese elektriciteitsnet.

Maar ir. Pier Nabuurs, directeur van onderzoek- en adviesbureau Kema, is het niet met Blom eens. „De storing van zaterdag is niet veroorzaakt door een gebrek aan capaciteit. Op zaterdag draaien veel bedrijven niet. De vraag naar stroom was verhoudingsgewijs laag.” Zolang niet precies duidelijk is wat de stroomonderbreking heeft veroorzaakt, is Nabuurs voorzichtig in zijn analyse. Incidenten zullen zich altijd blijven voordoen, zegt hij. „Een netwerk dat nooit stoort, is een illusie.”

De grote uitval van afgelopen zaterdag, waarbij tien miljoen mensen in grote delen van West-Europa tijdelijk zonder stroom zaten, heeft veel vragen opgeroepen. Hoe kan het dat de storing zich over zo’n groot gebied uitbreidde? Hoe betrouwbaar is het Europese elektriciteitsnet? Eurocommissaris Piebalgs (Energie) heeft vandaag gezegd dat hij een nieuw, formeel orgaan in het leven wil roepen dat toeziet op transmissie, het elektriciteitstransport over de grenzen.

Feit is dat de duur van stroomstoringen in Europa, gemeten in minuten per klant, de afgelopen jaren is afgenomen (zie grafiek). En dan treedt een psychologisch effect op: hoe minder ze zich voordoen, hoe meer het opvalt áls ze zich een keer voordoen.

Maar feit is ook dat een stroomuitval in Europa zelden zo omvangrijk was als afgelopen zaterdagavond. Zegt dat iets? Nabuurs vertelt dat de elektriciteitsnetten van de EU-lidstaten nou eenmaal aan elkaar gekoppeld zijn. Al decennialang. Blom vult aan dat de storing zich heeft voorgedaan in een hoogspanningsleiding van 400 kilovolt (kV). Dat is het hoogste niveau van het Europese net, en juist dat deel dat met andere landen is gekoppeld. „Als het probleem zich op een lager niveau, in een leiding van 150 of 50 kV, had voorgedaan was de storing regionaal gebleven.”

Maar er zijn ook de berichten dat de energiebedrijven in Europa de afgelopen jaren vooral op kosten hebben bespaard, en te weinig hebben geïnvesteerd in uitbreiding van het aantal elektriciteitscentrales. Dat heeft te maken met de liberalisering van de energiemarkt, en de concurrentie die daardoor is toegenomen. Consultantbureau Capgemini heeft voor die trend vorig jaar gewaarschuwd. Adviesbedrijf PricewaterhouseCoopers vroeg begin dit jaar 116 bestuursleden van internationale energiebedrijven of ze in Europa in de komende jaren meer of minder onderbrekingen verwachten in de toevoer van stroom of gas. Daarop antwoordde 45 procent met ‘meer’.

Volgens Blom is het ook de aard van het net dat het extra gevoelig maakt voor storingen. In tegenstelling tot olie, gas of water, is elektriciteit niet op te slaan. Vraag en aanbod moeten altijd met elkaar in evenwicht zijn. De frequentie van de stroom in de netten mag niet al te veel afwijken van 50 hertz. Een woordvoerster van de Nederlandse netbeheerder Tennet laat weten dat de frequentie zaterdagavond zakte tot 49 hertz. Te laag. „En dan treedt automatisch het veiligheidsmechanisme in werking”, zegt ze. „Centrales worden afgeschakeld.”

Volgens Nabuurs wordt in Europa nagedacht over een manier om de netten slimmer te maken. Zodat er sneller gereageerd wordt op storingen. Maar ook om in te springen op ontwikkelingen. De opwekking van elektriciteit zal steeds decentraler gebeuren. Huishoudens zullen meer zonnepanelen, kleine windturbines en micro-WKK (warmtekrachtkoppeling) gaan plaatsen, en de overtollige stroom die ze niet zelf nodig hebben afvoeren naar het net. Daarop is het huidige systeem onvoldoende afgestemd. Nabuurs: „In de auto hebben we allerlei elektronica en sensoren gekregen die het rijden veiliger hebben gemaakt. Die stap moeten we met de elektriciteitsnetten ook gaan zetten.”