Sterke benen, graag

Een herhaling van het juichende einde van de jaren negentig is het nog lang niet, maar het blijft bijzonder goed gaan met de Nederlandse economie. Een greep uit de recente cijfers zegt genoeg: de omzet van de industrie steeg in augustus met 11 procent ten opzichte van een jaar geleden, de detailhandelsverkopen schoten, na een mindere julimaand, in augustus met 9,7 procent omhoog. De inflatie is en blijft laag, de huizenmarkt oogt nog steeds gezond.

Het vertrouwen van consumenten is inmiddels terug op het niveau van begin 2001 – dat van ondernemers bevindt zich zelfs op recordhoogte. De werkloosheid bleek de afgelopen maand wat gestegen, maar dat is toe te schrijven aan een groter aantal werkwilligen, en dus in wezen positief. De absolute niveaus van de rente zijn, zowel voor de geldmarkt (kortlopend lenen) als de obligatiemarkt (hypotheken) nog steeds vriendelijk laag. De prijs van ruwe olie lijkt vooralsnog zijn piek voorbij, en noteert onder de 60 dollar.

Natuurlijk zijn er wolken te ontwaren aan de horizon. De Amerikaanse economie vertraagt en hoewel Europa al voldoende vaart lijkt te hebben om niet direct meegetrokken te worden, kan dat op termijn wél gebeuren. Onduidelijk is hoe de voor 2007 geplande verhoging van de btw in de belangrijke buureconomie Duitsland zal doorwerken. En de Nederlandse economie lijkt de forse prijsstijging van brandstoffen dan wel goed te hebben doorstaan, maar de burger zal nog lang te maken hebben met een hogere energierekening omdat de prijsstijging vertraagd wordt doorgegeven. Dat neemt allemaal niet weg dat voorlopig weinig de voortzetting van het huidige herstel in de weg staat.

In het zicht van de parlementsverkiezingen over ruim twee weken is zelfs een diagnose van de huidige stand van de conjunctuur op dit moment politiek geworden. Maar los van partijprogramma’s of kleur kunnen er lessen worden geleerd van de vorige hoogconjunctuur. De eerste is dat een bovenmatige lastenverlichting vanuit het oogpunt van economische politiek niet nodig is en zelfs schadelijk kan zijn, zoals de lastenverlichting bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 illustreerde. Daarmee hangt samen het zo veel mogelijk met rust laten van het begrotingssaldo, dat moet worden toegestaan een groeiend surplus te bereiken. Daarmee kan worden voorkomen dat er, zoals de afgelopen jaren, ‘procyclisch’ bezuinigd moet worden als de conjunctuur weer omslaat.

Ook zal moeten worden getracht een al te snelle loonstijging te voorkomen. Nu al is sprake van ontluikende krapte op de arbeidsmarkt in veel sectoren, waaronder de detailhandel en de informatietechnologie. De ervaring uit de vorige hoogconjunctuur is dat de lonen en andere bezoldigingen, in weerwil van gematigde cao’s, fors kunnen stijgen en zo de concurrentiepositie uithollen.

2006 wordt een goed jaar, 2007 wellicht ook. Er zijn banen, er is welvaartsgroei en de tijd van draconische Haagse bezuinigingen is voorlopig voorbij. Maar het dragen van de weelde vergt sterke benen. Van wie dan ook.