Schaakmusical ‘Chess’ luid en groot gespeeld

Musical: Chess, door Mark Vijn Theaterproducties. Regie: Marcel Sijm. Tournee t/m 23 feb. Inl. 0900-3005000, www.mvtp.nl.

Chess heeft een grillige geschiedenis. Vanaf 1986 was de musical drie jaar lang een kassucces in Londen, maar daarna flopte de Broadway-productie. Een echte klassieker is de show nooit geworden. Ondanks de hits One Night in Bangkok en I Know Him So Well en ondanks de reputatie van de makers: tekstdichter Tim Rice, die met Andrew Lloyd Webber topshows als Jesus Christ Superstar en Evita vervaardigde, en het componistenduo Benny Andersson en Björn Ulvaes dat alle Abba-hits schreef. Hooguit valt te bedenken dat er al snel iets gedateerds aan Chess kleefde: een liefdesverhaal tegen de achtergrond van de Koude Oorlog, geïnspireerd op de roemruchte schaaktweekamp tussen Bobby Fischer en Boris Spasski van 1972. Want wie weet dat nog?

De nieuwe Nederlandse versie, die gisteravond in première ging, is gebaseerd op een bewerking die Andersson en Ulvaes vier jaar geleden voor het Zweedse publiek hebben laten maken. Het verhaal moest iets duidelijker worden verteld, vonden ze. Maar nog steeds neemt de intrige abrupte wendingen, die het lastig maken bij de karakters betrokken te raken. De Amerikaanse schaker, zijn Russische uitdager en de vrouw die zo graag haar Amerikaan voor de Rus wil inruilen, blijven schimmige figuren wier motieven weinig reliëf krijgen. Dat daar een handvol lekkere songs op Abba-niveau tegenover staat, kan niet alles goedmaken.

In 1994 was de musicalafdeling van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen hier op tournee met een voorstelling in fraaie, sobere toneelbeelden die verder niet veel indruk naliet. Ook de nieuwe regie van Marcel Sijm is uiterst stijlvol geënsceneerd, met treffend gebruik van live-projectie die niet alleen de context van de tijd geeft (foto’s van Nixon en Brezjnjev) maar ook effectieve close-ups vertoont van de hoofdpersonen en hun intermenselijke schaakspel. Sijm durft bovendien stiltes te laten vallen die eigenlijk met alle musicalwetten spotten, maar wel iets spannends hebben: een schoonmaakster die langdurig de stoelen en de tafel van de schakers poetst, en de match zelf die eveneens in stilte begint.

Des te merkwaardiger is het daarom dat Sijm tegelijkertijd zijn hoofdrolspelers zo pathetisch hun gang laat gaan, zelfs laat handenwringen en over de vloer laat kronkelen. Jeroen Phaff (de Rus) en Jasper Kerkhof (de Amerikaan) zingen voortdurend op de toppen van hun stembereik en schieten daar soms op volle kracht overheen. Zo forceren ze zich een weg door hun songs die daar niet mooier van worden.

Joke de Kruijff schept meer intimiteit, maar doet ook een paar keer keihard mee. Het resultaat is af en toe, mede door het gebrek aan balans in het geluid, uitgesproken lelijk. En het schept bovendien extra afstand tot wat er met dit drietal gebeurt, omdat het extreme volume veel nummers nauwelijks verstaanbaar maakt. Terwijl op betere momenten te horen is, dat vertaalster Petra C. van der Eerden de teksten in levendig en wendbaar Nederlands heeft omgezet: „Takkewijf! Als ik niet oplet, ruk jij me echt m’n hart uit m’n lijf!”

Hoe het óók kan, laten Joke de Kruijff en Mieke Dijkstra heel gaaf horen in het duet I Know Him So Well dat hier Ik weet wat hij wil heet. De ingetogen manier waarop hun stemmen in dit nummer vervlochten raken met de tere klanken van het orkestje, biedt ware schoonheid. En eindelijk komt deze Chess dan toch nog iets dichterbij.