Regels zijn regels, ook voor kampioene

Voor een profschaatser beginnen de voorbereidingen op het nieuwe seizoen ongeveer in april. Krachttrainingen, duurlopen, eindeloze ritten op de fiets, clusters van braakopwekkende sprinttrainingen. Het zweet gutst van de gezichten: vanaf de sluiting van Thialf in het voorjaar tot ver nadat schaatsminnend Nederland is teruggekeerd van de vakantie in Zuid-Frankrijk. Ligstoel, barbecue, voeten op het bierkratje.

Het sportersleven is loodzwaar, maar je doet het ergens voor. Dat ene moment van glorie, de ultieme beloning voor al die mensonterende arbeid: de medaille.

Schaatsfenomeen Marianne Timmer, de enige Nederlandse vrouw die op twee verschillende Olympische Spelen gouden medailles won, brak eind juli tijdens een krachtoefening op trainingskamp in Erfurt haar sleutelbeen en moest worden geopereerd. Maar Timmer vocht zich terug, met al haar wilskracht, en had afgelopen weekeinde, op de NK afstanden in Assen, bijna haar oude niveau weer te pakken: ze won geen goud, maar wel brons op de duizend meter. Háár kilometer.

Na haar rit, de laatste, kluunde zij onder de tribunes door naar de kleedkamer, om haar schaatsen om te wisselen voor een paar schoenen, en om iets warms aan te trekken. Toen zij een kwartiertje later terugkwam op de ijsbaan, was de ceremonie protocollaire op het middenterrein al begonnen. Ze haastte zich naar het hek in de boarding om zich alsnog aan te sluiten bij de andere medaillewinnaars. Dat had ze gedacht. Een official in ijsstadion De Smelt hield de olympisch kampioene tegen: ze was te laat, ze waren al begonnen.

Regels zijn regels, was de reactie van scheidsrechter Jan Augustinus. „Van tevoren was duidelijk afgesproken dat de prijsuitreiking zes minuten na de laatste rit zou worden gehouden. Alle coaches waren daarbij. We hebben veertien tot zestien minuten op Marianne Timmer gewacht. Toen zijn we begonnen.”

Terwijl Timmer zich verbouwereerd omdraaide met de woorden ‘laat maar’, werd voor twee schaatssters en een handvol toeschouwers het Wilhelmus ingezet.

Direct daarna, er was geen tijd te verliezen, ging het drukke programma in Assen verder. Met een dweilpauze van twintig minuten.

Rob Schoof