Ook Van Straatens porno is verhalend

Peter van Straaten, tekening zonder titel uit exposotie ‘ Lust’. Inkt, potlood en waterverf op papier. 28,5 x 41cm Straaten, Peter van

Expositie: Peter van Straaten, Lust. T/m 21/1 De Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam.

De Kunsthal in Rotterdam is meer dan een kunsthal. Tentoonstellingen over sport, reclame en dinosaurussen zijn bedoeld om een breder publiek te trekken dan alleen de bezoekers van kunstmusea. De Kunsthal schermt met spektakel, met beroemdheden, met nostalgie of seks – en toch is er vaak ook interessante kunst te zien. In de kelder werden twee jaar geleden erotische Japanse houtsneden uit de achttiende en negentiende eeuw tentoongesteld, terwijl twee verdiepingen hoger, in het prentenkabinet, erotische prenten en tekeningen hingen van de Belg Félicien Rops (1833-1893).

Beide tentoonstellingen riepen de vraag op hoe het hier en nu gesteld is met de pornografische tekenkunst. Lang niet slecht, zo blijkt uit de ruim zeventig erotische tekeningen van cartoonist Peter van Straaten (1935) die nu in de bovenzaal worden getoond.

„Echt tevreden ben ik toch niet over mijn porno”, zei Van Straaten tien jaar geleden in een interview over zijn ‘vrije werk’. De tekeningen van Rops vond hij een goed voorbeeld van echte kunst en echte porno. „Bij mij klopt er te veel, ik werk te letterlijk.”

Van Straatens eigen erotische tekeningen zijn inderdaad illustratief. De wrang-komische onderschriften (‘Denk dan aan iemand anders’) uit zijn cartoons ontbreken, maar hij blijft een tekenaar van verhaaltjes, scènes. Waar Rops een fantasiewereld vol perversiteiten opriep, laat Van Straaten gewone mensen zien die elkaar hooguit op ongewone plaatsen of in ongewone situaties beminnen. Veel gekker wordt het niet. Wat dat betreft ligt zijn porno meer in de lijn van de Japanse erotica. Bij Kunisada was er een stelletje in de stromende regen bezig op een balkon; in Van Straatens nachtelijke balkonscène hangen lakens aan waslijnen en daartussen zoenen de Romeo en Julia van nu, allebei naakt, zij op het balkon en hij op een ladder. Ongegeneerd wordt de liefde bedreven op kantoor, tussen bureaustoelen en computers, of in het klaslokaal, tijdens de les of na afloop. Derden kijken besmuikt of geïnteresseerd toe. In een tekening van een vrijend paar aan de waterkant is van de toeschouwers alleen de weerspiegeling in de sloot te zien. Dat soort compositorische subtiliteiten onderscheiden Van Straatens pornotekeningen van zijn illustraties. Ze zijn groter en ingewikkelder, niet zo routineus en op de grap getekend als de cartoons. Soms lijken ze op goed uitgedachte film-stills, met doorkijkjes naar een vrijpartij en met voyeurs die in close-up de adem inhouden. Je merkt aan alles dat dit de tekeningen zijn waar Van Straaten het langst over denkt en doet. Hij gebruikt geen dekwit en plakt geen stukjes papier over fouten heen. Meestal werkt hij zelfs zonder ondertekening in potlood, meteen in de genadeloze, diepzwarte lijnen van de Oostindische inkt. Een enkele keer voegt hij kleur toe: groen voor het groen, bruinroze om bikini- en zwembroeklijnen in uit te sparen.

Natuurlijk komen in zulke meesterproeven ook de beperkingen bovendrijven. Van Straaten is virtuoos in het tekenen van soepel bewegende katten en honden, maar zet ze opvallend vaak in als repoussoir. Al zijn figuren lijken op elkaar (en op Hans van Mierlo); ook jonge mensen hebben een getekend gezicht, met bijna altijd een brede mond. Ook iedereen die bevredigd wordt, kijkt op dezelfde manier verzaligd – het hoofd achterover en een beetje scheef, ogen dicht, mond half open. Zoals iedere striptekenaar bedient Peter van Straaten zich dus van schema’s. Maar zijn arsenaal aan schema’s is jaloersmakend. En wat hij ermee tekent, daar kunnen wij alleen maar van dromen.