OM eist 15 jaar tegen Samir A.

De officier van justitie heeft in het ‘Piranha-proces’ vanmiddag vijftien jaar gevangenisstraf geëist tegen Samir A. Tegen twee andere verdachten, Mohammed C. en Noureddine El F., werden celstraffen van vijftien en twaalf jaar geëist.

„Zij vormen onmiskenbaar de kern van deze terroristische organisatie”, aldus aanklager B. den Hartigh in de beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp. „Samir A. is kennelijk al jaren geobsedeerd om zijn leven te geven voor de in zijn ogen goede zaak. Wij twijfelen niet aan zijn intenties.”

De aanklagers beschouwen de andere drie verdachten als ‘gewone deelnemers’ aan een terroristische organisatie, van wie sommigen door de kernleden ideologisch rijp werden gemaakt voor het plegen van aanslagen. Tegen Soumaya S. , de ex-vrouw van El F., eisten ze tien jaar. Acht jaar luidde de eis tegen Mohammed H., vooral wegens wapenbezit en het bezitten en verspreiden van extremistische geschriften. Tegen de zesde verdachte, Brahim H., eisten de officieren ‘slechts’ twaalf maanden, waarvan zeven onvoorwaardelijk, wegens het verstrekken van een valse identiteitskaart aan een hoofdverdachte. Zijn lidmaatschap van de organisatie achten de officieren niet bewezen.

Volgens het Openbaar Ministerie is bewezen dat de verdachten van plan waren een of meer aanslagen te plegen op politici en het hoofdkantoor van de AIVD. Justitie twijfelt niet aan het terroristisch oogmerk van de verdachten. Ze wilden volgens justitie met geweld de Nederlandse politiek beïnvloeden en de samenleving angst aanjagen. „Zij vormden een bedreiging voor de democratische rechtsstaat’’, aldus de officier. „Hun ideologie was zo radicaal en de voorbereiding zo ver dat aanslagen een kwestie van tijd waren. Die hingen in de lucht’’, zei Den Hartigh. Volgens het OM waren de verdachten een voortzetting van het terroristisch netwerk rond Mohammed B., de tot levenslang veroordeelde moordenaar van filmer Theo van Gogh.