Minister: centrale examens in mbo

Er moeten centrale eindexamens worden ingevoerd in het mbo. Die moeten ervoor zorgen dat het maatschappelijk vertrouwen in diploma’s van het middelbaar beroepsonderwijs toeneemt.

Dat zei minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) gisteren op een door de Volkskrant georganiseerd debat in de Rode Hoed in Amsterdam. De minister noemde de huidige praktijk van examinering, waarbij iedere mbo-instelling zelf examens afneemt, een „witte vlek in de kwaliteitsborging” van het onderwijs. Volgens Van der Hoeven moet elk mbo-diploma in het hele land dezelfde waarde hebben. In eerste instantie denkt de minister aan centrale examens voor bepaalde vakken, zoals Nederlands, Engels en wiskunde.

Momenteel wordt de kwaliteit van mbo-diploma’s gecontroleerd door het Kwaliteits Centrum Examinering (KCE). Die instantie beoordeelt sinds twee jaar alle beroepsopleidingen in Nederland aan de hand van door de minister vastgestelde kwaliteitsstandaarden. Volgens een woordvoerder van de minister kun je daarmee „toch niet voorkomen dat er kwaliteitsverschillen ontstaan” tussen de diverse beroepsopleidingen.

De MBO-raad, brancheorganisatie van mbo-instellingen, ziet „geen noodzaak” voor een landelijk mbo-examen. Volgens een woordvoerster hebben werkgevers en scholen al met elkaar afgesproken wat de leerlingen moeten kunnen en biedt de toetsing van examens door het KCE al „voldoende kwaliteitsgarantie”.

Dat vindt ook Ben Rijgersberg, directeur van de vereniging van de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven (COLO). Hij noemt het plan van centrale examens bovendien „niet haalbaar”.