Linker dan Mohammed B.

Het einde van het zogenoemde Piranha-proces tegen Samir A. en vijf anderen komt in zicht.

Vandaag worden de strafeisen bekendgemaakt.

De aanklagers konden er niet omheen om de ‘Groep van Samir A.’ te vergelijken met de Hofstadgroep rond Mohammed B., de tot levenslang veroordeelde moordenaar van Theo van Gogh. De groep van Mohammed B. telde veertien leden, van wie er negen werden veroordeeld tot celstraffen van één tot vijftien jaar. In het Piranha-proces – de strafzaak tegen de groep van Samir A. – staan ‘slechts’ zes verdachten terecht, van wie een al op vrij voeten is.

Afgezien van dit mathematische verschil, onderscheiden de ‘Leeuwen van Tawheed’, zoals justitie de groep rond Samir A. noemt, zich ook strafrechtelijk van de Hofstadleden. Mohammed B. en consorten hadden geen specifieke terroristische misdrijven in gedachten. Hun ideologie was zo radicaal dat geweld vroeg of laat vanzelf zou volgen, zei de aanklager in dat proces. De moord op Van Gogh werd de verdachten in het Hofstadproces niet verweten omdat Mohammed B. die alleen zou hebben beraamd en uitgevoerd. Buiten Mohammed B. hadden andere Hofstadleden geen wapens in hun bezit, evenmin waren er aanwijzingen dat ze gezamenlijk een aanslag aan het voorbereiden waren.

De Leeuwen van Tawheed waren wel degelijk van plan „een of meer aanslagen” te plegen, zeiden de officieren van justitie afgelopen vrijdag in het eerste deel van hun requisitoir. Vandaag maken ze de strafeisen bekend. Later deze week houden de advocaten de pleidooien.

De aanklagers wezen op de drie wapens die zijn aangetroffen. Er werd een gecodeerde brief gevonden met namen en adressen van Haagse politici. Bovendien probeerde Samir A. volgens de aanklagers een bomgordel te vervaardigen. Samir A. zou ene Mohammed R. hebben proberen te ronselen voor zijn groep. Met hem erbij zou Samir zijn groep compleet hebben voor het plegen van een zelfmoordaanslag op het gebouw van de inlichtingendienst AIVD.

Gedurende het Hofstadproces hielden de verdachten de kaken stijf op elkaar. Ze duldden geen andere wetten dan die van Allah. Als ze al spraken, was dat om slechts warrige verklaringen af te leggen, zoals Mohammed B. deed. Tijdens het Piranha-proces zeurden de verdachten de rechters juist de oren van hun hoofd. Ze gaven uitgebreide antwoorden en stelden lange vragen. Verdachte Mohammed C. had wel „driehonderd vragen”. Hij stelde een boekwerk op over de ‘tegenstrijdigheden’ in zijn dossier. Noureddine El F., in het Hofstadproces tot vijf jaar veroordeeld, zweeg toen in alle talen. Nu las hij een verklaring van vijf pagina’s voor. Hij zei dat hij in zijn eerste proces had gezwegen op advies van zijn toenmalige advocate. Met het gevolg dat men aan de haal ging met de feiten, die hij nu wilde rechtzetten. „Ik heb van mijn huidige advocaat begrepen dat praten beter is”, zei hij.

„Geloof je in de wederopstanding?”, vroeg El F. aan kroongetuige Lahbib B., die tientallen belastende verklaringen tegen de verdachten had afgelegd. Volgens de Leidse rechtsgeleerde Afshin Ellian, was die vraag „pure intimidatie”. „El F. zegt hier eigenlijk: ik zit wel vast hier, en ik kan je niets aandoen, maar wacht maar af, Allah zal je te zijner tijd wel bestraffen. Een pure Hamas-tactiek.”

Een soortgelijke waarschuwing kreeg verdachte Mohammed H. van medeverdachte Mohammed C. De eerste had verklaard dat hij in de slaapkamer van Mohammed C. een vuurwapen had gezien. Mohammed C. citeerde uit de koran en zei erachteraan dat Mohammed H. „de waarheid” moest verklaren. Een dag later maakte een oudere broer van Mohammed H. vanaf de publieke tribune snijdende bewegingen langs de keel en hij legde een vinger voor zijn mond. Hij werd gearresteerd en overgebracht naar een politiebureau.

Er was nog meer drama in de rechtzaal. Verdachten Soumaya S. en Noureddine El F. gingen scheiden. Advocaat Y. Özdemir, verdachte Mohammed C. en Soumaya’s vader waren getuigen van de verstoting van Soumaya. Enkele dagen later wilde El F. het huwelijk echter weer herstellen. Soumaya wees dat af.

De verdachten en hun advocaten ergerden zich de afgelopen weken openlijk aan de slechte dossierkennis van de rechters. Bij het verhoor van El F. bleek dat rechtbankvoorzitter Koning het dossier slechts oppervlakkig kende. „Ik heb een uitreksel van een uitreksel gelezen.”

Naar verwachting zal de rechtbank eind november uitspraak doen.