Kramer en Wüst fenomenaal bij NK

De jonge schaatstalenten Sven Kramer en Ireen Wüst, en sprinter Jan Bos, waren de grote sterren op de NK afstanden. Rond een aantal oudere rijders lijkt het net zich te sluiten.

Ze zijn beiden pas twintig jaar oud, maar steken nu al met kop en schouders boven de rest uit. De grote talenten van het Nederlandse schaatsen, Sven Kramer en Ireen Wüst, zetten op de NK afstanden in Assen bijna alles wat zij aanraakten om in goud.

De manier waarop de twee ploeggenoten hun honger naar nationale schaatstitels stilden, belooft weinig goeds voor de concurrentie. Kramer, die nog geen nationale afstandstitel op zijn naam had staan, ontpopt zich steeds meer als een alleskunner. Binnen- of buitenijs, glij-ijs of werkijs, lange of korte afstanden – hij kijkt overal reikhalzend naar uit.

Kramer won vrijdag de 5.000 meter, nam zaterdag vrij en sloeg gisteren twee keer toe. Eerst op de 1.500 meter, waarbij hij specialisten als Simon Kuipers en Jan Bos de baas bleef; later op de dag reed hij op het werkijs in Assen een fenomenale tijd op de 10.000 meter (13.32,70), waarmee hij Carl Verheijen, toch niet de eerste de beste, op bijna zeven seconden reed en olympisch kampioen Bob de Jong op ruim twintig seconden.

Op de lange afstanden kon alleen Carl Verheijen de jonge Fries enigszins bijbenen. Het enorme gat dat Kramer heeft geslagen met de concurrentie, deed hem zichtbaar goed. „Dat is iets wat ik altijd heb gewild, de allerbeste worden. Ik train er ook hard voor.” Vooral de tien kilometer ging hem gemakkelijk af. „Als ik de slag eenmaal te pakken heb, kan ik doen wat ik wil. Ik voel veel macht in mijn benen. Ik ben sterker geworden vergeleken met vorig jaar.”

Of hij ook internationaal een stap heeft gezet in de achtervolging op zijn Amerikaanse allround-concurrenten Chad Hedrick en Shani Davis, moet nog blijken. „Ik heb in de zomer veel kort trainingswerk gedaan. Mijn opening op de 1.500 meter is veel sneller geworden. Nu kan ik in mijn opening met een sprinter als Remco Olde Heuvel meegaan. De rondjes daarna rijd ik daardoor veel meer ontspannen dan vorig jaar. Toen was het vaak wroeten. Dit geeft veel zelfvertrouwen.”

Ook ploeggenoot Ireen Wüst werkte hard aan haar snelheid op de korte afstanden om de kloof met de wereldtop – met name de Canadese Cindy Klassen – op de allroundtoernooien te verkleinen. „Vroeger werden allroundkampioenschappen beslist op de 5.000 meter, maar tegenwoordig is dat al op de eerste afstand, de 500 meter. Ik lag daar vorig jaar al een straatlengte achter.”

In Assen won Wüst de 1.000 meter en de 1.500 meter, werd tweede op de 3.000 meter en vierde op de 500 meter. Als haar sprintafstanden bij elkaar worden opgeteld is Wüst op dit moment de beste Nederlandse sprintster.

Het zadelt de Brabantse op met het luxeprobleem dat zij zich voor alle wereldbekerafstanden heeft gekwalificeerd. Komend weekeinde, bij de eerste wereldbekerwedstrijd in Heerenveen, verschijnt ze op vier afstanden aan de start.

Toch waakt de olympisch kampioene van Turijn voor overbelasting. „Mijn hoofddoelen zijn het EK en WK allround. Ik moet keuzes maken, alleen dan kan ik hard rijden. Ik kan niet elk weekeinde pieken. De schaatskalender is zo vol dat ik ook wedstrijden moet overslaan. Rust nemen is net zo belangrijk als trainen.”

Sprinter Jan Bos slaagde er in Assen net niet in zijn trilogie van vorig jaar te evenaren. Hij won wel de 500 en de 1.000 meter, maar kwam op de 1.500 meter net te kort op Simon Kuipers en Sven Kramer. Ook Bos moet dit jaar keuzes maken. Hij wil graag wereldbekerwedstrijden rijden op de 1.500 meter, maar wil ook meedoen aan de ploegenachtervolging. „Ik heb veel duurwerk gedaan. Het ging me in de zomer heel gemakkelijk af. Ik heb echt een stap gemaakt.”

Voor Mark Tuitert eindigde het toernooi in een drama. Kort na de start van de 1.500 meter – de afstand die hij zo graag wilde winnen – greep hij naar zijn been met vermoedelijk een spierscheuring in zijn lies. Vandaag wordt de blessure verder onderzocht. „Het schoot erin, mijn been zat helemaal vast”, zei Tuitert, die hoopt dat hij komend weekeinde toch kan starten op de 5.000 meter in Heerenveen. „Als het risico aanvaardbaar is, start ik”, zei hij.

Wat ‘Assen’ verder duidelijk maakte, is dat aan een tijdperk een einde dreigt te komen. Daarbij is de spoeling bij de allrounders plotseling dun geworden. Zodanig dat sprinter Erben Wennemars zelfs een gat in de markt ziet ontstaan. Hij overweegt deelname aan het NK allround.

Vrijdag sloot Gianni Romme zijn carrière af. Rintje Ritsma werd na zijn twintigste plaats op de vijf kilometer niet meer gesignaleerd in Assen. Jochem Uytdehaage kent ook een slechte start. Zijn tien kilometer – 46 seconden achter Kramer – was „de slechtste in jaren”. Toch wanhoopt hij niet. „Fysiek ben ik heel goed. Het is vooral een zoektocht naar mijn techniek.”