Handbalsters tonen niet hun ware kracht

De les van het Holland Toernooi: handbalsters leren omgaan met tegenslagen.

‘Hoewel wat laat is het goed dat het handbalverbond weer in topsport investeert.’

Sjors Röttgers verontschuldigt zich tijdens de nababbel, omdat zijn Braziliaanse collega Juan Oliver Gorgnado de Nederlandse bondscoach van de handbalvrouwen kort wil spreken. Even later, een tikkeltje verbaasd: „Hij heeft ons uitgenodigd voor een toernooi in Brazilië.” Oprecht vereerd: „Mooi dat hij verder heeft gekeken dan onze resultaten tijdens dit Holland Toernooi.”

De Braziliaanse coach stak Röttgers daarmee een hart onder de riem na een voor Nederland miserabel – drie nederlagen en twee overwinningen – verlopen toernooi in het Rotterdamse Topsportcentrum. Van een gedegen voorbereiding op het Europees kampioenschap, dat over een maand in Zweden wordt gehouden, kon door de absentie van belangrijke speelsters geen sprake zijn. Het pluspunt van een weekje handbal in de schaduw van de Kuip: de ploeg moest leren omgaan met tegenslagen.

„Het heeft ons als speelsters dichter tot elkaar gebracht. Het was leerzaam, vooral die afstraffing van donderdag tegen Portugal”, zei Saskia Mulder na afloop van de nederlaag (22-32) in de laatste wedstrijd tegen Brazilië. Maar maakt de rechterhoekspeelster zich geen zorgen over het lage niveau van de ploeg, zo kort voor het EK. „Helemaal niet”, klinkt het vastberaden. „Als Pearl van der Wissel en Irina Pusic weer beschikbaar zijn en Natasja Burgers haar rentree maakt, keert ook de klasse terug.”

Röttgers somt dezelfde namen op om zich moed in te spreken. Maar de bondscoach beseft terdege hoe kwetsbaar zijn ploeg is; een paar blessures van sleutelspeelsters en het verval blijkt onrustbarend groot. En daarmee wreekt zich volgens Röttgers de jaren dat het Handbalverbond (NHV) de nationale vrouwenploeg heeft veronachtzaamd. Dat was de periode rond de Olympische Spelen in 2004, waarvoor Nederland zich niet wist te plaatsen. Destijds kwam er een eind aan het tijdperk van coach Bert Bouwer, die een periode ambitieus en fulltime met de nationale selectie heeft gewerkt. Maar onder hem bleef de internationale doorbraak uit.

Die kwam onder Röttgers, die vorig jaar op het wereldkampioenschap in Sint-Petersburg de handbalvrouwen naar een onverwachte vijfde plaats leidde. Het NHV, waar nieuwe beleidsmakers waren verschenen, besefte toen pas over een sleeping giant te beschikken en besloot hals over kop tot een revitalisatie van de vrouwenploeg. De belangrijkste stap: op het nationale sportcentrum Papendal werd de Handbal Academie in het leven geroepen om een constante toevoer van jeugdig talent te garanderen. Röttgers: „Hoewel iets te laat, is het goed dat opnieuw in de topsport wordt geïnvesteerd. En je zag hoe goed Academie-speelsters als Willemijn Karsten en Miranda Robben het de afgelopen dagen deden.”

Maar dat is mooi voor later, weet vooral de bondscoach. De actualiteit verlangt dat zijn gebutste ploeg over een maand het EK vrij van leed kan spelen en alle belangrijke speelsters fit zijn. Want alleen dan is Nederland in staat een goed toernooi te spelen.