GroenLinks haalt veel overhoop

De meeste partijen blijken bij de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s marginale hervormers. Het CDA verandert het minst, GroenLinks het meest.

GroenLinks en het CDA zijn de twee uitersten bij de komende verkiezingen. Van alle partijen willen de christen-democraten de komende vier jaar het minst veranderen en haalt GroenLinks verreweg het meeste overhoop.

Uit de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s die het Centraal Planbureau (CPB) anderhalve week geleden heeft gepresenteerd, blijkt dat GroenLinks maar liefst 20 miljard euro aan verschuivingen op de begroting wil aanbrengen (hetgeen overeen komt met tien procent van alle collectieve uitgaven) en voor 70 miljard euro wil vertimmeren aan de belastingen en premies (een derde van alle lasten). Dit is een veelvoud van de verkiezingsvoorstellen van alle andere partijen.

De plannen van GroenLinks zijn zo complex, dat het CPB een voorbehoud maakt bij de doorrekening ervan. Enigszins vertwijfeld schrijft het CPB: „Het is onzeker of de gehanteerde modellen voor zulke ingrijpende wijzigingen nog wel betrouwbaar zijn.”

Hoe anders is het bij het CDA. Het verkiezingsprogramma van de christen-democraten spoort naadloos met het voorzichtige basisscenario van het CPB, dat uitgaat van onveranderd beleid. Bij het CDA verandert er de komende vier jaar het minst. De slogan van de West-Duitse, christen-democratische bondskanselier Adenauer uit de jaren vijftig van de vorige eeuw, ‘Keine Experimente’, zit ingebakken in het CDA-programma.

Vergeleken met GroenLinks, dat radicaal de belasting op arbeid naar belasting op consumptie verschuift, zijn de andere partijen die het CPB heeft onderzocht (CDA, PvdA, VVD, SP, D66, ChristenUnie) maar marginale hervormers. Ze blijven meer of minder in de buurt van het basisscenario voor publieke uitgaven, lastendruk en economische groei dat het CPB hanteert. Ze voegen bijvoorbeeld allemaal 0,1 procent toe aan de economische groei, bovenop de verwachte jaarlijkse groei in het basisscenario (1,75 procent) voor de komende kabinetsperiode.

Als dit het enige criterium zou zijn, is het lood om oud ijzer welke partijen de volgende coalitie vormen. Maar op talloze onderwerpen onderscheiden ze zich wel degelijk. Er loopt weer een ouderwetse scheidslijn tussen links en rechts door de Nederlandse politiek, met als ijkpunt de nadruk op collectieve goederen.

SP, GroenLinks en in mindere mate ChristenUnie en PvdA staan voor het sociale gezicht van grotere collectieve uitgaven. Ze trekken (veel) meer geld uit voor de derde wereld, herverdeling van inkomen, zorg en onderwijs. D66 is eveneens voor extra investeringen in onderwijs, het CDA wil extra inkomensondersteuning, maar bezuinigt op de zorg. De VVD is de enige partij die zich onderscheidt aan de andere kant: bezuinigingen op zorg, sociale zekerheid en ontwikkelingshulp. De liberalen leggen de nadruk op startende ondernemers en op inkomen uit werk in plaats van afhankelijkheid van uitkeringen.

Waar de PvdA zich profileert als onderwijspartij en GroenLinks zich op milieu onderscheidt, ontpopt de SP zich in haar programma als dé partij van de zorg. Geen wonder voor een partij die onder zorgpersoneel – van verplegers tot medisch specialisten – een grote aanhang heeft opgebouwd. Niet alleen gaat er bij de SP méér extra geld naar de zorg dan bij andere partijen, de SP stelt ook de uitbreiding van het zorgpakket, beperking van de premies, afschaffing van eigen bijdrages en hogere inkomens voor werknemers in de zorg voor.

Overigens wil iedere partij meer geld uitgeven aan zorg. Bij ongewijzigd beleid nemen de zorguitgaven de komende kabinetsperiode bijvoorbeeld met 8 miljard euro toe. Wat partijen met hun verkiezingsvoorstellen doen, is nog méér dan 8 miljard extra of (iets) minder dan dat bedrag uitgeven aan zorg.

Bij de financiering van hun verkiezingsprogramma’s halen de SP en GroenLinks de grootste bedragen weg bij Defensie. De SP verzwaart de lasten van goedverdieners het meest en GroenLinks verschuift de belasting op arbeid naar belasting van consumptie. Met uitzondering van de VVD en het CDA willen alle partijen de onbeperkte aftrek van de hypotheekrente beperken en willen alle partijen, met uitzondering van CDA, VVD en SP, iets doen aan de AOW.

De VVD financiert de kosten van de vergrijzing door de sociale uitkeringen te ontkoppelen van de loonstijgingen. GroenLinks wil de AOW als volksverzekering vervangen door een stelsel waarbij AOW-rechten worden verdiend met werken. Mensen die niet werken of tegen een laag loon in deeltijd werken, bouwen geen AOW op. Dit resulteert, in de woorden van het CPB, „in een structurele inkomensvermindering van gepensioneerden, overeenkomend met 12 procent van de AOW-uitgaven”.

Er zijn ook detailverschillen in de partijvoorstellen voor extra inkomsten. Zo willen het CDA en de VVD de btw op boeken verhogen naar 19 procent. De VVD wil ook de btw op kranten en tijdschriften verhogen naar 19 procent; het CDA wil dat kermisattracties in het hoge btw-tarief komen.

De PvdA wil de vrijstelling van de motorrijtuigenbelasting voor antieke auto's afschaffen. GroenLinks en D66 willen een vaarbelasting; de ChristenUnie, D66, GroenLinks, SP, PvdA en CDA willen een belasting op vliegreizen.