Gregoriaans aan het IJ

„Een echte gothische kerkakoestiek heeft een nagalm tot wel vijf, zes seconden. Extreem is de San Petronio in Bologna met dertien seconden. Daar transformeert na vier seconden elk mineur-akkoord in majeur. Net als in het eenstemmige gregoriaans is akoestiek met een lange nagalm in de polyfone – meerstemmige – muziek een verplicht ‘instrument’. De zang kan niet zonder een galmende akoestiek, die de noten verlengt en ze naast elkaar doet blijven klinken.”

Voor het eerst klinkt in het vorig jaar geopende Muziekgebouw aan ’t IJ gregoriaanse kerkmuziek. Hoewel het Muziekgebouw aan ’t IJ geldt als de opvolger van de concertzaal De IJsbreker voor nieuwe muziek, is er in het repertoire ruimte voor ‘duizend jaar muziek’. Daaraan wordt maximale invulling gegeven door Cappella Amsterdam, dat o.l.v. Erik van Nevel in het programma Requiem voor II muziek zingt uit de periode 1000-1600. De akoestiek in het Muziekgebouw is te variëren door het plafond maximaal dertien meter naar boven te trekken. Voor dit concert wordt de nagalm verlengd tot ongeveer 3,5 sec. Erik van Nevel, dirigent van het ensemble Currende, was zeventien jaar kapelmeester van de Brusselse St. Michielskathedraal. Het concert wordt eerder uitgevoerd in Utrecht.

„Ideaal is de akoestiek van het Muziekgebouw aan ’t IJ niet voor het zingen van deze mystieke muziek. Maar het is wel een uitdaging. De akoestiek is in ieder geval niet droog, het minimum is er en het is zeker het proberen waard.

„We beginnen met gregoriaans: Media vita in morte sumus (Midden in het leven sta ik in de dood). Diezelfde tekst is eeuwen later getoonzet door Nicolas Gombert op een prachtige, beklijvende manier. De teneur van het programma is er, zo kort na Allerzielen op 2 november, uiteraard een van ‘requiem’. Ik heb het programma met muziek uit het Fleury-manuscript van rond 1200, het Requiem van Da Vittoria, Dolorum solatium van Abelardus en vier motetten van Gombert, zó geconcipieerd dat de mystiek zoveel mogelijk kansen krijgt.

„Het wordt ook geen gewoon concert met tussendoor telkens applaus, maar we laten het ene stuk in het andere vervloeien. Daarbij is zorgvuldig rekening gehouden met toonaarden en verwante toonaarden, zodat een positieve monotonie ontstaat met één constante gedachte. We beginnen met een doodstrom, die twee keer terugkomt, ook in de ‘Lectio’ aan het slot van het Requiem van Da Vittoria, waarin gregoriaans is verweven met polyfone muziek. Die ‘Lectio’ is na al die zesstemmige muziek een vierstemming deel, waarschijnlijk een processiezang bij het naar de laatste rustplaats brengen van de overledene.

„Dit programma is een ‘memento mori’, ‘gedenk te sterven’. We leven allemaal om te sterven. Media vita is een heel confronterende tekst, de bewustwording van vergankelijkheid. Tegenwoordig is de mens op zoek naar mystieke momenten, contemplatie. In jachtige tijden wordt gezocht naar spiritualiteit. Deze muziek accentueert stilte. Met een goede balans tussen hemelse muziek en verstilling, zijn we op het goede spoor.

„Met mijn ensemble Currende doen we veel muziek van Gombert, een componist aan het hof van Karel V wiens muziek met los van elkaar staande harmonische lijnen niet is te vatten. Zou men mij verbannen naar het IJ en zou ik één soort muziek mogen meenemen, dan koos ik polyfonie.”

Cappella Amsterdam o.l.v. Erik van Nevel: 10/11 20.15 uur Pieterskerk Utrecht. Res.: 020-5191866; 15/11 20.30 uur Muziekgebouw aan ’t IJ Amsterdam. Res.: 020-7882000. Radio 4: 23/11 20 uur KRO; Inl. www.cappellaamsterdam.nl