Erdogan zinspeelt op concessie EU

De Turkse premier, Erdogan, is bereid om het beruchte artikel 301 van het Wetboek van Strafrecht aan te passen, dat belediging van de Turkse identiteit strafbaar stelt. Erdogans toezegging komt enige dagen voordat, woensdag, de Europese Commissie met haar voortgangsrapportage over Turkije komt, die naar verwachting zeer kritisch van toon zal zijn. Duitsland, vanaf 1 januari roulerend EU-voorzitter, heeft intussen bij monde van bondskanselier Merkel gewaarschuwd dat een patstelling tussen de EU en Turkije over vrije handel tussen Turkije en Cyprus vergaande gevolgen kan hebben voor Turkse toetreding tot de EU.

Erdogans toezegging kan worden begrepen als handreiking richting de Europese Commissie, die in uitgelekte passages van haar rapportage aandringt op complete afschaffing van artikel 301. Dit artikel is inmiddels in stelling gebracht tegen een flink aantal schrijvers en journalisten, die overigens in ruime meerderheid zijn vrijgesproken. Een van hen was Nobelprijswinnaar Orhan Pamuk.

In een vraaggesprek met de Süddeutsche Zeitung vandaag waarschuwt Merkel Turkije over een andere kwestie, die van Cyprus. Als de kwestie niet wordt opgelost ontstaat een „zeer, zeer ernstige situatie wat betreft de onderhandelingen over toetreding”, aldus Merkel. Turkije moet voor het einde van dit jaar (lucht)havens openen voor goederen uit de Republiek Cyprus. Het opheffen van de handelsbelemmeringen is vastgelegd in het zogeheten protocol van Ankara.

De onderhandelingen tussen de EU en Turkije bevinden zich in een kritieke fase. Afgelopen week ging een bijeenkomst tussen EU-voorzitter Finland en Turkije over ‘Cyprus’ niet door wegens de verslechterde verhoudingen.

Merkel deed een beroep op Turkije de gesprekken over handel te hervatten. Gebeurt dat niet, „dan kan de EU niet eenvoudig over gaan tot de orde van de dag”.