‘Entertainen, dat klinkt goedkoop’

„Als choreograaf is je eigen stemming allesbepalend,” zegt Alexander Ekman.

Daarom experimenteerde hij met lach- en huiltherapie, straks ook op toneel.

Choreograaf Alexander Ekman aan het werk aan Flockwork. Foto Leo van Velzen Den Haag, 02-11-06. Repetitiebeelden van nieuw ballet van Alexander Ekman bij het Nederlands Dans Theater II. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

„Ik wil mensen vermaken”, zegt choreograaf Alexander Ekman (Stockholm, 1984). „Entertainen. Dat woord klinkt zo goedkoop, hè? Bij dans denk je dan al snel aan flitsende videobeelden, of mensen die woest met hun haren schudden en met hun armen maaien. Maar dat bedoel ik niet. In de danskunst mag de snelheid van het moderne leven juist worden losgelaten.

„Wat ik wél wil, is de blik van het publiek vasthouden. Moderne dans heeft de reputatie saai te zijn, en daar is echt wel een reden voor. Mijn vrienden klagen erover als ze een keer naar een voorstelling gaan, en mijn grootouders ook. Dat is zonde. Je maakt je werk toch voor hun, voor gewone mensen. Niet voor je collega’s uit het danswereldje.”

Donderdag gaat bij het Nederlands Dans Theater Flockwork in première, Ekmans eerste grote choreografie voor de groep. Het stuk maakt deel uit van het programma Sleepless, waarin verder reprises van huischoreografen Lightfoot León en Jirí Kylián zijn opgenomen. Ekman is veel serieuzer en volwassener dan je op grond van zijn leeftijd misschien zou verwachten, maar tijdens de repetities de afgelopen weken greep de ernst van deze eervolle klus hem af en toe wel bij de strot.

Om te beginnen moest hij leiding geven aan de vijftien dansers van Nederlands Dans Theater II, het jongerengezelschap waar hij tot de zomer van 2005 zélf in danste. „Als choreograaf is je eigen stemming allesbepalend voor de stemming in de groep”, zegt hij. „Als je goed voorbereid de studio binnenkomt, als je kalm bent en je weet precies wat je wilt, dan luistert iedereen naar je en wordt er hard gewerkt. Maar ben je gestresst, of heb je geen duidelijk plan voor die dag, dan slaat dat ook meteen over: mensen gaan hangen, ze verliezen hun respect.”

Hoewel zijn vertrek uit Den Haag dus nog maar ruim een jaar geleden is, kende Ekman bij NDT II geen enkele danser meer; zo snel is het verloop in de groep, waar iedereen na een paar seizoenen óf naar elders vertrekt óf doorstroomt naar het ‘grote’ gezelschap, NDT I. „Sommige dansers bij het huidige NDT II zijn ouder dan ik ben”, zegt Ekman.

Om het ijs te breken, begon hij de eerste repetitie met lachtherapie. „Ik wist dat ik de resultaten in Flockwork wilde gebruiken, want het stuk gaat over de mens als kuddedier. Maar ik geloof er ook echt in. Als je de mensen om je heen maar hard genoeg ziet lachen, doe je na een tijdje mee. En dat beïnvloedt ook je stemming: wat je lichaam doet, slaat over op je gemoed.”

Huiltherapie deden ze ook – zonder treurverhalen uit te wisselen, maar puur door de fysieke handeling van het huilen te onderzoeken. Lachen en huilen zijn straks allebei in het theater te zien; er wordt ook gelispeld door de dansers, geschreeuwd, gegiecheld naar de zaal. Ekman houdt van theatrale dans, waar hij tijdens zijn éénjarig verblijf bij het Zweedse Cullberg Ballet vorig seizoen nader kennis mee maakte.

Verder moet dans ‘scherp’ zijn van hem, ‘precies’. En synchroon. „Het is niet erg in de mode nu, maar ik vind grote groepen die exact tegelijk bewegen, zoals in oude Hollywood-musicals of bij de opening van de Olympische Spelen, altijd heel indrukwekkend.” In het begin van Flockwork laat Ekman de dansers zwaan-kleef-aan achter elkaar lopen, met platvoeten en ver naar links en rechts buigende bovenlijven; hij stelt ze naast elkaar op in een lange rij, en het stuk besluit met een slim spel met lange, rijdende tafels, waar dansers in hoog tempo overheen walsen en vanaf vallen.

Het geheel ademt een gezellig ouderwetse sfeer, mede dankzij de Charlie Chaplin-kostuums en de muziek: er klinkt onder meer een Hawaiiaans wiegeliedje en Ah! Dis donc, dis donc, een snel Frans mopje van Zizi Jeanmaire. „Dat chanson móest erin”, zegt Ekman. „Toen ik dat voor het eerst hoorde, in mijn kamer in Stockholm, ging ik vanzelf...” Zijn schouders en armen schudden; hij swingt.

Behalve de dansers moest Ekman ook de leiding en de technische staf van NDT van zijn visie overtuigen. Ekman werd vorig jaar, toen hij even op bezoek was bij zijn oude club, door artistiek leider van NDT II Gerald Tibbs gevraagd om een stuk te maken. Hij kreeg carte blanche: zijn geestige bijdragen aan de choreografieworkshops stonden nog vers in het geheugen. Maar toch: „Gerald nam een enorm risico”, zegt Ekman. „Hij wist niet wat ik zou bedenken, en ook niet of ik het wel aan zou kunnen.”

Het gaat goed, denkt hij. Alleen de technici ,,haten hem”. ,,Ik wilde per se die enorme tafels, die zitten al maanden in mijn hoofd. En aan het slot komen er grote emmers met vloeistof naar beneden, die over de hoofden van de dansers worden leeggegoten. Voor mij is dat fantastisch, ik zie mijn dromen waarheid worden. Voor de crew is het minder leuk.”

Nederlands Dans Theater II, Sleepless. Vanaf 9/11 in het Lucent Danstheater, Den Haag; tournee t/m 19/12. Kaarten via tel. 070-8800333. Zie ook www.ndt.nl.