Eerste Cellobiënnale is succesvol

Concert/Concours: Amsterdamse Cellobiënnale. Gehoord: 3 en 4/11, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam.

Het eerste Nationaal celloconcours tijdens de Amsterdamse Cellobiënnale die in het Muziekgebouw aan ’t IJ 13.500 bezoekers trok, is zaterdag gewonnen door Joris van den Berg (1986), aan het Amsterdamse Conservatorium de leerling van Quirine Viersen en Godfried Hoogeveen. De eerste prijs bestaat uit 8000 euro, een zelf te kiezen cello van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds in bruikleen, een lichtgewicht cellokist en een concert met Amsterdam Sinfonietta, gistermorgen in het Concertgebouw.

De tweede prijs van 6000 euro, de publieksprijs en de prijs voor de beste vertolking van de opdrachtcompositie Five Pieces van Theo Verbey ter waarde van 1000 euro gingen naar Maartje-Maria den Herder (1981), op dit moment leerling van Dmitri Ferschtman. De derde prijs ‘Kirill Kondrasjin’ van 4000 euro werd gewonnen door Sietse-Jan Weijenberg (1983) die de jury onder voorzitterschap van Sieuwert Verster in de voorrondes ‘versteld had doen staan’. Lidy Blijdorp (1986) kreeg de aanmoedigingsprijs vanwege haar ‘onthutsende muzikaliteit’.

De motivatie voor de eerste en tweede prijs werd niet nader toegelicht, vermoedelijk omdat de jury niet unaniem was in zijn keuze. In de Finale overtuigde Joris van den Berg met zijn gezonde en klankrijke lezing van Tsjaikofski’s Variaties op een Rococo Thema, waarna Maartje-Maria den Herder werkelijk ontroerde met haar verfijnde, genuanceerde en gepassioneerde spel in het Celloconcert van Schumann. De prijsuitreiking maakte duidelijk dat powerplay het ook op dit concours weer heeft gewonnen van de persoonlijke toon, want in technische vaardigheden deden Van den Berg en Den Herder in elk geval op de finaleavond niet voor elkaar onder.

Een van de spectaculaire hoogtepunten van de eerste Cellobiënnale was het afsluitende Galaconcert. Winnaar Van den Berg beet het spits af met zijn Rococo Variaties, die opnieuw recht door zee, welluidend en technisch gezond, maar net niet helemaal zuiver klonken. Zoals alle finalisten en cellisten werd hij voortreffelijk begeleid door Amsterdam Sinfonietta o.l.v. meestercellist David Geringas. Daarna gooide Ernst Reijseger met zijn achtkoppige ensemble al improviserend op geniale wijze alle cellotaboes overboord, resulterend in indrukwekkende odes aan de muzikale vrijheid.

Het Franse cellofenomeen Jean-Guihen Queyras, die tijdens zijn masterclass een originele en vrije geest bleek temidden van zijn vaak wat zwaarmoedige soortgenoten, kwam met een onorthodoxe maar duizelingwekkend muzikale visie op Haydns Celloconcert in C. Exceptioneel was de technische vrijheid en lichtvoetigheid waarmee Queyras alle noten liet opbloeien. Zo fris en sprankelend wordt Haydn zelden gespeeld.

Zo mogelijk nog indrukwekkender was het sublieme en waarachtige spel van Natalia Gutman, de bijna meedogenloos waarachtige en respect afdwingende Grand Lady onder de meestercellisten.

Haar uitvoering van Sjostakovitsj’ Eerste celloconcert overtrof met onontkoombare kracht en een bijna mystieke muzikale concentratie, al het eerdere moois op deze eerste Amsterdamse Cellobiënnale.