Debat over vonnis Saddam

Saddam heeft gewonnen

Saddam wint nog steeds, omdat hij – in de ogen van de meeste sunnitische Arabieren in Irak en van velen in andere landen – de geschiedenis zal ingaan als een martelaar voor de zaak van het Arabische nationalisme. Zijn zonen zijn dood, zijn land ligt in puin en hij zal sterven aan de galg, maar hij heeft het Westen getrotseerd en zijn waardigheid behouden, dus hij sterft als een held.

Maar hij is geen held, en Irak zou een beter land zijn geweest als hij nooit zou zijn geboren. Door ieder ordentelijk samengesteld internationaal gerechtshof zou hij schuldig zijn bevonden aan dezelfde aanklachten als die waarvoor hij in Irak terecht stond. Bij een internationaal gerechtshof zou sprake zijn geweest van een reguliere rechtsgang, zou de Iraakse regering niet in staat zijn geweest rechters te vervangen die de rechten van de verdachten wilden respecteren, en zouden de advocaten van de verdediging niet zijn vermoord. Als gevolg daarvan zou het proces nog enige geloofwaardigheid hebben gehad. Helaas geldt dit niet voor het proces in Irak.

Er was één voor de hand liggende reden waarom de Verenigde Staten niet wilden dat Saddam voor een soortgelijk onpartijdig internationaal tribunaal zou verschijnen als de Servische ex-president Slobodan Milosevic en – binnenkort – de Liberiaanse ex-dictator Charles Taylor. Zo’n tribunaal had het recht gehad documenten in te zien en getuigenissen aan te horen, waaruit de omvang van de Amerikaanse medeplichtigheid aan Saddams misdaden in de eerdere fase van zijn carrière zou zijn gebleken, toen de regering-Reagan Irak steunde in de oorlog tegen Iran (1980-’88). Vandaar de schertsrechtbank in Bagdad en alle groteske gevolgen vandien.

De eerste opperrechter, Rizgar Amin, trad in januari af na klachten van de regering dat hij er niet in was geslaagd de orde in de rechtszaal te handhaven (d.w.z.: hij had Saddam te vaak toegestaan zichzelf te verdedigen). Vijf weken later werd zijn opvolger, Sayeed al-Hammashi, alweer op non-actief gesteld toen werd ontdekt dat hij lid was geweest van de Baath-partij (de regeringspartij onder Saddam). En de opperrechter die werd aangesteld om leiding te geven aan het tweede proces, Abdullah al-Amiri, werd in september uit zijn functie ontheven omdat hij te welwillend was jegens Saddam.

Intussen kwamen Saddams advocaten de een na de ander om het leven. De eerste, Saadoun Janabi, werd vorig jaar ‘gearresteerd’ door mannen die beweerden in dienst te zijn van de door shi’ieten gecontroleerde politie van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij werd later vermoord aangetroffen in Sadr City, het shi’itische bolwerk in Bagdad. De tweede, Adel al-Zubeidi, werd kort daarna neergeschoten, waarop een derde het land ontvluchtte. En de voornaamste verdediger, Khamis al-Obaidi, werd in juni ontvoerd. Hij werd eveneens gearresteerd door mannen in politie-uniforms, en zijn lichaam werd, met twee gebroken armen en acht kogelgaten, op dezelfde plek in Sadr City gevonden. (....)

Saddam heeft geen eerlijk proces gehad, hoewel hij - als dat wel zou zijn gebeurd - ongetwijfeld óók schuldig zou zijn bevonden. Hij is nu het slachtoffer van een door de staat georganiseerde lynchpartij, en zal derhalve in de ogen van velen als een martelaar sterven. Dat zal weinig uitmaken in Irak zelf, waar de mensen dringender zaken aan hun hoofd hebben, maar het levert zeker geen bijdrage aan de reputatie van het internationale recht.

(De Britse journalist Gwynne Dyer in de column die hij onder de internationale pers verspreidt)

Verdachte timing

[…] Het proces tegen Saddam was geen voorbeeld van een onafhankelijke rechtspraak binnen het kader van een vrije en democratische staat.

[...] drie advocaten van Saddam zijn vermoord en de daders zijn niet opgespoord of berecht, terwijl de oorspronkelijke hoofdrechter na aantijgingen van politieke inmenging zijn taken heeft neergelegd. Mensenrechtenorganisaties en anderen hebben erop gewezen dat het de rechtbank, die was ingesteld door de voorlopige regering onder de VS-coalitie, ontbrak aan onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De timing van het vonnis, dat samenvalt met de aanloop naar de tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten, draagt niet bepaald bij tot de gedachte dat er recht is gedaan door een onafhankelijk en onpartijdig tribunaal. Integendeel, daardoor is de indruk gewekt dat het proces meer om politiek dan om gerechtigheid ging.

[...]

In plaats van een model van democratie en gerechtigheid in het Midden-Oosten te worden, vervalt het land in totale chaos. In een omstreden nieuwe studie in het Britse medische tijdschrift The Lancet wordt gesteld dat ten gevolge van de oorlog maar liefst 655.000 Irakezen zijn omgekomen – oftewel tweemaal zo veel doden als tijdens het 24-jarige schrikbewind van Saddam. De gemartelde, met kogels doorzeefde en/of onthoofde lijken die dagelijks op straat liggen zijn het laatste voorbeeld van duizenden slachtoffers gemaakt door Iraakse doodseskaders, waarvan ook leden zijn geïnfiltreerd in de nieuw gevormde veiligheidstroepen. Het geweld is zo wijdverbreid dat volgens de Verenigde Naties dagelijks minstens 3.000 Irakezen het land ontvluchten – oftewel 1 miljoen mensen per jaar. [...]

Hoofdartikel van het in Beiroet gevestigde dagblad Daily Star

Een routine-executie

[…] Het vonnis tegen Saddam had voor de Irakezen een hoofdstuk in de geschiedenis moeten afsluiten. Het had de nieuwe democratie de kans moeten bieden zich te zuiveren van het kwaad uit het verleden.

Maar Irak heeft op het ogenblik meer weg van een verzameling troepen en milities dan van een democratisch land. Executies op straat zijn aan de orde van de dag; ze zijn een routine-onderdeel van het dagelijks leven.

Daardoor mist een executie op last van een rechtbank de louterende macht die ze anders misschien zou hebben gehad. Ze kan geen hoofdstuk afsluiten of een nieuw tijdperk openen. Het is gewoon een doodvonnis als ieder ander – een van de tientallen die de Iraakse milities dagelijks uitvoeren tegen burgers van rivaliserende gemeenschappen.

Om deze reden zal de uitspraak ook geen echte invloed hebben op de gebeurtenissen in de straten van Bagdad en Mosul. Want Irak is allang verwikkeld in een nieuwe oorlog, die niet door Saddam is veroorzaakt en die niet kan worden beëindigd door zijn dood. [...]

(Midden-Oostencommentator Zvi Bar’el in het Israëlisch dagblad Ha’aretz)