De besten maken de besten op het ijs nog beter

De schaatsploeg van TVM scoorde uitstekend bij de NK afstanden in Assen.

Coach Gerard Kemkers kiest doelbewust voor collectieve trainingssessies.

Schaatsers jagen in groepen. Hoe individueel de sport ook is, concurrenten kiezen er doelbewust voor met elkaar te trainen, dag in dag uit. Om elkaar op te jagen, af te matten, te stimuleren en op te stuwen naar een niveau dat zij alléén niet kunnen halen. Deze ‘treintjes’ waren afgelopen weekeinde, op de NK afstanden in Assen, overal zichtbaar. En met succes.

Bij de ploeg van TVM is de filosofie van de ‘collectiefjes’, zoals Gerard Kemkers het noemt, tot beleid verheven. De resultaten waren er ook naar, want de ploeg won de helft van alle medailles. Bij de mannen waren Carl Verheijen en Sven Kramer superieur op de lange afstanden. De dominantie van de TVM-vrouwen in Assen was nog opvallender. Zowel op de 3.000 meter, zaterdag, als op de 1.500 meter, gisteren, kleurde het erepodium groen met de ploeggenoten Renate Groenewold, Ireen Wüst en Paulien van Deutekom. Bij de mannensprinters heeft TVM de beschikking over een trein met Erben Wennemars, Beorn Nijenhuis en het jonge 500-metertalent Jan Smeekens, die vrijdag zilver won op zijn favoriete afstand.

Eigenlijk grijpt TVM-coach Gerard Kemkers met de collectiefjes terug op het oude trainingsmodel van de KNSB, waar ooit kernploegen werden opgebouwd rond gelijkwaardige allrounders en sprinter. „Door de commercialisering van het schaatsen kreeg je een versplintering, waardoor de besten niet meer met de besten schaatsten. Daar lag altijd de kracht van het Nederlandse schaatsen.”

De collectiefjes waarmee Kemkers werkt zijn gebaseerd op drie duo’s, met een ervaren rijder en een jong talent. „Sven Kramer leert van Carl Verheijen bijvoorbeeld dat hij gedoseerd moet trainen. Tegelijkertijd neemt Carl van Sven de gretigheid over.” Kemkers keek het principe af bij het American football, waar hij een fan van is. „Alle posities zijn dubbel bezet. Zo maak je elkaar beter.”

Ook Renate Groenewold, die zaterdag en passant revanche nam voor haar olympische nederlaag tegen Ireen Wüst in Turijn, plukt de vruchten van de wisselwerking met haar jongere ploeggenoten. „We hebben elkaar afgelopen zomer enorm lopen opjutten. Het is elke keer weer onderlinge strijd, dat is mooi. Natuurlijk zijn we ook concurrenten, maar dat gaat eigenlijk nooit fout.”

Ook Wüst, die vrijdag haar Nederlandse titel op de 1.000 meter prolongeerde, is blij dat zij elke dag kan trainen met haar grootste binnenlandse rivaal. „Het loopt als een trein. We maken elkaar scherper. We zijn allemaal trainingsbeesten. Renate kan het ons heel erg zuur maken op de training.” En niet alleen elkaar, zegt sprinter Erben Wennemars. „Als wij op de fiets zitten en een van de vrouwen neemt de kop over, dan gaat het tempo echt niet omlaag.”

Als de sfeer in een ploeg goed is, blijft concurrentie gezond, stelt Kemkers. Want Wüst en Groenewold willen uiteindelijk van elkaar winnen, net als Verheijen er alles aan zal doen om Kramer te verslaan. Kemkers vindt dat niet erg: „Iedereen is ervan doordrongen dat je samen op een hoger niveau komt. Daar ga je elkaar weer bevechten.” Want schaatsen blijft een individuele sport.

Kemkers onderkent wel het gevaar dat de toprijders elkaar op de trainingen zodanig opstuwen dat ze zichzelf, of elkaar afbranden. „Daar heb je trainers voor om dat in de gaten te houden”, zegt Kemkers. „Wat mij opviel is dat toen wij in september heel zwaar trainden, de rijders en rijdsters elkaar juist stimuleerden door te gaan.”

Overigens is TVM niet de enige ploeg die de collectiefjesfilosofie hoog in het vaandel heeft. Ook de andere ploegen streven ernaar gelijkwaardige trainingspartners bij elkaar te brengen. Bij de trainingen van Telfort valt vaak het treintje met de sprinters Jan Bos, Stefan Groothuis en Remco Olde Heuvel op. Olympiërs Bos en Groothuis eindigden zaterdag op de 1.000 meter eerste en tweede. Bij DSB trekken de sprintsters Annette Gerritsen en Marianne Timmer samen op. Zij eindigden zaterdag op de kilometer op een podiumplaats.

Solorijders slagen niet vaak meer. Rintje Ritsma probeerde het in 1995 in zijn eentje, maar gaf toch de voorkeur aan een ploeg om zich heen. Nu rijdt hij weer alleen, maar op de langebaan lijkt het licht langzaam te doven. Hij eindigde vrijdag als laatste op de vijf kilometer, wat direct het einde van zijn toernooi betekende: hij plaatste zich niet voor de 1.500 meter en de tien kilometer.

Ook andere solisten beleefden weinig plezier in Assen. Gerard van Velde, die pas eind september besloot door te gaan met schaatsen, bleef achter de sprinttop. Ralf van der Rijst viel op zijn favoriete 1.500 meter zwaar tegen. En olympisch kampioen Bob de Jong ligt op grote achterstand van de hogesnelheidstrein van zijn concurrenten, Kramer en Verheijen.

De Nederlandse kampioenen per afstand

Mannen

500 m

Jan Bos in 72,730

1.000 m

Jan Bos in 1.11,36

1.500 m

Sven Kramer in 1.50,96

5000 m

Sven Kramer in 6.31,34

10.000 m

Sven Kramer in 13.32,70

Vrouwen

500 m

Margot Boer in 79,570

1.000 m

Ireen Wüst in 1.18,88

1.500 m

Ireen Wüst in 2.02,84

3.000 m

Renate Groenewold in 4.14,98

5.000 m

Gretha Smit in 7.32,57