De baas op internet

De Amerikanen beheren het ‘adresboek’ van internet, tot ongenoegen van landen als India, Brazilië of China.

In Athene spraken kenners over de toekomst van het web.

Rotterdam, 6 nov. - „Een kleine stap voor de mensheid, maar een grote sprong voor de Verenigde Staten”, zegt Wim Rullens telefonisch vanuit Athene. De VS lijken bereid om zeer geleidelijk de controle over internet uit handen te geven. Rullens, internetexpert van het ministerie van Economische Zaken, was vorige week in Athene voor het eerste Internet Governance Forum (IGF). Onder de vlag van de Verenigde Naties bespraken 1.300 vertegenwoordigers van overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties de toekomst van internet. Zij hadden het over toegang tot informatie, computercriminaliteit, openheid en diversiteit op het web. En over de vraag: wie is de baas op het net?

Deze discussie speelt al lang. Eind vorig jaar beheerste het bijvoorbeeld de World Summit on the Information Society (WSIS) in Tunis, een VN-top over informatie- en communicatietechnologie voor ontwikkelingslanden. Men besloot deze onderwerpen te bespreken op een speciale bijeenkomst, het IGF.

Met de stap – of sprong – doelt Wim Rullens op de „voorzichtige bereidheid” van de VS om de controle te verminderen op het centrale adresboek van internet, de zogeheten rootzone file. Dit adresboek zorgt dat e-mails op de plaats van bestemming komen, dat de juiste webpagina’s worden getoond, dat chatberichten hun weg vinden. De Amerikaanse invloed op het adresboek bleek bijvoorbeeld uit het feit dat er geen apart domein .xxx kwam voor sites met seks, zoals www.porno.xxx.

„Het Amerikaanse bedrijfsleven stelde voor om geleidelijk het toezicht van de Amerikaanse overheid te internationaliseren”, zegt Rullens vanuit Athene. Het beheer van het adresboek ligt bij ICANN, de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers. Het Amerikaanse ministerie van Handel is de baas over ICANN. Dat stoort landen als China, Brazilië en India. Vorige maand gaf het Amerikaanse ministerie van Handel aan dat men de verbintenis met ICANN met drie jaar wil verlengen, maar dat het zich zeer terughoudend zou opstellen. De Europese Commissaris voor de informatiesamenleving, Viviane Reding, noemde dat in Athene tegenover persbureau Associated Press „een eerste stap in de juiste richting. We zijn tevreden over het werk van ICANN. De Europese kritiek op ICANN betrof slechts het overheidstoezicht.”

ICANN maakte in Athene ook bekend dat het ver gevorderd is met onderzoek naar webadressen in niet-westerse talen. Chinese, Griekse en Indiase internetgebruikers zouden zo webadressen in hun eigen schrift kunnen gebruiken. Critici zeggen dat hiermee het mondiale karakter van het web verdwijnt. Sites met een Grieks of Chinees adres zijn onbereikbaar voor veel internetgebruikers. Zij kunnen dan nauwelijks het juiste adres intikken.

De discussie over ICANN als voorbeeld van de Amerikaanse dominantie op het web is relatief. Veel meer dan ICANN beheersen Amerikaanse bedrijven als Microsoft, Google, Yahoo en Cisco het web. Deze vier bedrijven kregen in Athene kritiek van mensenrechtenorganisatie op het feit dat zij zaken doen met China en andere repressieve overheden.

Wim Rullens zegt het diplomatiek: „We hebben vragen gesteld hoe dergelijke bedrijven in China een bijdrage kunnen leveren aan de privacy van burgers en de vrijheid van meningsuiting.” Volgens Rullens antwoordde Google dat het met opzet de gratis webmail Gmail niet beschikbaar stelt in China, omdat de overheid de mails zal lezen. Een manager van Microsoft, Fred Tipson, verklaarde in Athene dat de softwaregigant zich zou willen terugtrekken uit landen met een repressief beleid zoals China. Microsoft floot Tipson echter terug en verklaarde, zo meldde BBC zondag, dat het bedrijf geenszins overweegt zich van de Chinese markt terug te trekken.

Volgend jaar vindt het IGF plaats in Brazilië.