Bezweer de theremin

De Amsterdamse Museumnacht associeer je vooral met kunst. Maar ook andersoortige musea, kerken en Artis stelden zaterdagnacht hun deuren open.

Al voor zeven uur staat een rij wachtenden op de Plantage Middenlaan, maar er zijn verlichtingsproblemen in het pas geopende Vlinderpaviljoen. Dan eerst naar het aquariumgebouw, waar vrijwilliger Stijn Berkhout een groepje rondleidt: „Het water niet aanraken, want het kan ons besmetten met ziekten en wij kunnen de vissen besmetten.”

We zien ontluisterende, gemetselde waterbakken van bovenaf, dalen via smalle trappen af naar gewelfde catacomben waar zeven soorten water (anderhalf miljoen liter; zoet, zout, diverse temperaturen) in grote bakken kolken, die via grind, zand en biologische filters worden gezuiverd. Berkhout: „Het zoete water komt uit de kraan, het zeewater wordt door een autotransportschip als ballast ingenomen bij de Golf van Biskaje en gratis geleverd.” Als iemand Berkhout naar zijn lievelingsvis vraagt, antwoordt hij: „De discusvis vind ik erg boeiend, die voedt de jongen met een slijmlaag op zijn huid.”

De tweede poging bij het vlinderpaviljoen slaagt wel. Via een meanderend pad lopen we door een schemerig tropisch regenwoud. Vlinders hangen aan boombladeren; een exemplaar met twee prachtige groen fluorescerende lijnen slaapt onverstoord door als hij op amper tien centimeter afstand wordt bekeken. Een vrijwilligster beschijnt met een zaklantaarn een grote uilvlinder met op iedere vleugel een geel omrand ‘oog’ om af te schrikken. Op een bananenblad zit een bijna tien centimeter lange, grijszwarte rups en bij de uitgang hangen in een kast rijen opgeprikte poppen. Een vrijwilligster: „Ze worden per vliegtuig aangevoerd vanuit Azië en Zuid-Amerika; als het eenmaal vlinders zijn, zijn ze te kwetsbaar.”

In het kleine pianolamuseum heerst een nostalgische sfeer. In een salon, met gedrapeerde rode veloursgordijnen voor een klein podium, vindt de première plaats van het eerste deel van Sketches of Summer, een driedelig stuk voor pianola. Conservator Kasper Janse: „De pianola is een automatische piano die begin vorige eeuw in huiskamers en salons van welgestelden een bloeitijd kende.”

Componist Thijs van Otterloo, nadat zijn werk is uitgevoerd: „Het is vrij uniek dat nog pianolamuziek wordt gecomponeerd. Dit stuk kan niet door een pianist – met slechts tien vingers – worden uitgevoerd, ook vanwege moeilijk te overbruggen afstanden. Zonder aanpassingen zou het zelfs twee pianisten niet lukken.”

Het ‘bespelen’ blijkt op zich een kunst te zijn: „Je moet een vertaalslag maken om het instrument te laten doen wat je wil. Harrie van de Voort beheerst het tot in de puntjes, weet er dynamiek aan te geven en er een ziel in te leggen. Ik popelde om het zelf uit te proberen, maar het kost twee weken om zo’n rol te maken en deze eerste kwam vandaag aan vanuit een dorpje vlakbij Leipzig. De première van het gehele stuk vindt later plaats in Muziekgebouw aan ’t IJ.”

De sfeer in ‘Elektriciteitsmuseum’ Energetica aan de Hoogte Kadijk contrasteert nogal met het knusse pianolamuseum. Buiten is al een discodreun te horen vanuit de grote machinehal van deze vroegere elektriciteitscentrale. Bij de uitgang vertelt Willem Schippers, voormalig leraar elektrotechniek, dat Energetica grotendeels drijft op vrijwilligers: vooral gepensioneerde mannen met een technische achtergrond.

In het spooky verlichte zaaltje spelen, voor een paneel met koperen leidingen en ronde meters, de Zuid-Afrikaanse kunstenaar James Beckett en de Bulgaarse performer Zhana Ivanova vervreemdende muziek met twee theremins. Ze bewegen hun handen tussen de rechtopstaande en liggende antennes van deze elektronische muziekdozen, in 1919 uitgevonden door de Rus Léon Theremin. Ze maken bezwerende gebaren, bewegen hun vingers snel heen en weer, zodat vibrerende geluiden ontstaan, afgewisseld door katachtige, golvende en jankende uithalen, die associaties oproepen met zwart-wit horrorfilms à la Frankenstein.

Luister naar de wonderlijke theremin via www.theremin.nl.