Advocaat van het ondernemen

Brigitte van der Burg werd, zonder politieke ervaring, vierde op de lijst met Kamerkandidaten voor de VVD. Een kordate vrouw die ijvert voor minder lasten en meer steun voor ondernemers. Niet iemand voor de barricades, eerder een zelfstandig denker: ze bepleit zwangerschapsverlof voor zelfstandigen terwijl de VVD dat niks vindt.

Brigitte van der Burg groeide op in Tanzania waar haar vader ondernemer was. Ze spreekt Swahili. Foto Roel Rozenburg Den Haag: 2.11.6 Kandidaat VVD-kamerlid vd Burg. © foto/Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Op een dinsdagmiddag, aan het eind van de zomer, organiseert kandidaat-Kamerlid Ton Elias een bijeenkomst voor zijn collega-nieuwkomers op de VVD-lijst. Ze zitten bij elkaar op de werkkamer van Elias Communicatie aan het Haagse Buitenhof. Ton Elias, vroeger parlementair verslaggever van het televisieprogramma Den Haag Vandaag, geeft Arend Jan Boekesteijn, Helma Neperus, Wiet de Bruijn en Brigitte van der Burg een mediatraining. „Een stoomcursus voor Haagse debutanten”, zegt Boekesteijn later. Ook fractievoorlichter Friso Fennema is erbij.

Halverwege de bijeenkomst beginnen de mobiele telefoons te rinkelen. De kandidatenlijst, die een dag later zou worden gepresenteerd, is uitgelekt. Arthur Docters van Leeuwen is ontevreden over zijn plaats op de lijst en bedankt voor de eer. „Paniek, maar leerzaam”, zegt Boekesteijn. „Ton voorspelde een Haagse hype die alle aandacht zou opeisen en de bijeenkomst werd direct opgebroken. Jammer voor Brigitte.” De training was nog lang niet afgelopen.

Brigitte van der Burg, de hoogste nieuwkomer op de kandidatenlijst van de VVD (vierde plek), zat een dag ná die bijeenkomst bij het televisieprogramma Nova. Het was haar eerste televisieoptreden. Ze was zenuwachtig. „Als ze wat meer had kunnen trainen”, zegt Boekesteijn, „had ze het er beter van af gebracht.” Zelf vond ze haar optreden achteraf „te strak”.

De VVD is trots op de hoogste nieuweling. „Een ondernemer pur sang”, zegt bijvoorbeeld Uri Rosenthal, VVD-fractievoorzitter in de Senaat. „Ze kent alle ins en outs van het bedrijfsleven. En ze weet welke maatregelen er genomen moeten worden om ondernemingen te laten excelleren.”

De ondernemerszin zit Brigitte van der Burg (45) in haar genen. Haar vader was manager en mede-eigenaar van een cacaobedrijf in Tanzania. Het gezin woonde dichtbij het oerwoud, bovenop een heuvel. „Een prachtig leven”, zegt Van der Burg. Zij en haar broer waren de enige blanke kinderen in de directe omgeving en ze speelden veel met kinderen uit de buurt. Ze sprak vloeiend Swahili. Kuddes olifanten liepen ’s ochtends langs de heuvel om te gaan drinken uit de rivier. Naar school ging ze niet – samen met haar oudere broer kreeg ze les van haar moeder, een onderwijzeres. „Twee uur per dag les en een half uurtje huiswerk, dat was genoeg.”

Op haar negende remigreerde de familie naar Nederland omdat haar broer naar de middelbare school ging. Het gezin streek neer in de omgeving van Deventer. Haar moeder kon als lerares direct aan de slag, haar vader liet zich omscholen en werd directeur van een stichting voor buitenlandse werknemers in Deventer. Een warm, sociaal gezin – omschrijft Van der Burg – waar eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid erg belangrijk werden gevonden.

Haar jeugd in Afrika was de aanleiding om sociale geografie van ontwikkelingslanden te gaan studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Haar bijvakken economie volgt ze aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze is lid van studentenvereniging Veritas en speelt hockey en tennis. Ze houdt van feesten, maar zit ’s morgens weer achter de boeken. „Mijn opvoeding: serieus zijn en verantwoordelijkheid dragen.” Haar doctoraal onderzoek doet ze in Mali waar hongersnood heerste. „Daar ben ik gevormd als mens”, zegt Van der Burg. „De overvloed in de supermarkt. En de luxe Sheba-patés voor katten. Ik vond het vreselijk.”

Haar eerste baan is promotie-onderzoeker in dienst van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. Ze onderzoekt loopbaanverschillen tussen mannen en vrouwen in arbeidsorganisaties. „Een zeer goed proefschrift”, roemt haar promotor Jacques Siegers. „Scherp, analytisch, op het snijvlak van economie en sociologie.” Op basis van empirisch onderzoek brengt ze de beloningsverschillen in kaart. Van der Burg was zelf opgevoed met het idee dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. De behoefte om de barricade op te gaan, voelt ze niet. In de hoogtijdagen van de strijd voor gelijke rechten tussen mannen en vrouwen wilde ze wel een bijdrage leveren „met feiten, niet met ideologie”.

In haar dissertatie concludeert ze: „Doordat vrouwen minder handelingsruimte, macht en mogelijkheden hebben om hun eigen belang te behartigen via informele kanalen, zijn zij er vooral bij gebaat dat voor iedereen toegankelijke en op heldere wijze geformuleerde functieomschrijvingen opgesteld worden.”

Het was, vindt Siegers, een belangrijk onderzoek in het kader van de emancipatie. „Brigitte is niet een vrouw die voor het feminisme achter een spandoek gaat lopen, maar dit onderwerp pakte ze zeer gemotiveerd en nieuwsgierig aan.”

Tijdens het schrijven van de dissertatie kwam Brigitte van der Burg met de mededeling dat ze met haar vriend – met wie ze later is getrouwd – naar Mali zou gaan. „Dat getuigt wel van lef”, vindt Siegers. „Ze nam een grote verantwoordelijkheid omdat ze haar proefschrift nog niet afhad. Het heeft niet tot vertraging geleid.”

Na haar promotie, in 1992, vond ze het tijd „om praktisch” aan de slag te gaan. Ze ging werken bij het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf en ontwikkelde een nieuwe methode, MISTRAL, waarmee administratieve lasten worden gemeten. Als directeur van de Raad voor het Zelfstandig Ondernemerschap adviseerde ze over fiscaliteit, sociale zekerheid, ondernemerschap én administratieve lasten. „De vraag of beleid uitvoerbaar is, heb ik mij mijn hele loopbaan gesteld”, zegt Van der Burg.

In 2000 werd ze lid van het Adviescollege Toetsing Administratieve Lasten (ACTAL). Samen met VVD-politicus Robin Linschoten (voormalig staatssecretaris van Sociale Zaken en SER-kroonlid) en PvdA-lid Hans Kamps (ondernemer en ook SER-kroonlid) vormt ze het bestuur. Het college moet een cultuuromslag creëren binnen de departementen over de problematiek van de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en de burger. Alleen al het afgelopen jaar hebben bijvoorbeeld tal van wetswijzigingen geleid tot nieuwe administratieve verplichtingen voor werkgevers. ACTAL toetst de wet- en regelgeving op administratieve lasten voordat die in de ministerraad wordt behandeld. En ten slotte rapporteert het college over het streven van het kabinet om de administratieve lasten met 25 procent te verlagen.

„ACTAL werkt als een buitenboordmotor”, zegt VVD-minister Gerrit Zalm van Financiën. Hij heeft, net als zijn collega’s in het kabinet, regelmatig overleg met het college. Brigitte van der Burg is, vindt Zalm, de expert op dit terrein omdat ze het meetinstrument MISTRAL heeft ontwikkeld en „bijzonder gemotiveerd” is om het probleem op te lossen. „Ze blijft niet steken in slogans.”

De VVD-minister was verbaasd dat ze op de kandidatenlijst van de VVD stond. Zalm: „Ik wist niet eens dat ze lid van de club was.” Op verzoek van de scoutingcommissie onder leiding van Pauline Krikke hebben prominente VVD’ers gesprekken gevoerd met nieuwkomers op de lijst. „Brigitte kende ik al”, zegt Zalm. „Die hoefde niet langs te komen.” Van der Burg sprak wel met Uri Rosenthal, voorzitter van de VVD-fractie in de Senaat. „Ik kende haar niet, maar ik was meteen onder de indruk: inhoudelijk, kordaat, recht door zee”, aldus Rosenthal. „Ze wordt onze no-rule woman in de strijd tegen de bureaucratie.”

Haar twee collega’s in het ACTAL-bestuur hebben een grote invloed op het verdere verloop van haar carrière. Als in 2004 de Raad voor het Zelfstandig Ondernemerschap wordt opgeheven, adviseert Hans Kamps haar zelf een bureau op te richten. Kamps was een van de oprichters van het Bureau voor Economische Argumentatie. Robin Linschoten loodst haar de politiek in. In 2002 wordt ze lid van de VVD („Ik het het pleit verloren”, verzucht Hans Kamps. „Ik had liever gezien dat ze lid zou worden van de PvdA”). Ze koos, zo motiveert ze, relatief laat voor een politieke partij omdat ze als onderzoekster graag onafhankelijk opereerde. „Voor je onafhankelijkheid is het handig als je niet de ballast hebt van een partijlidmaatschap.” Sindsdien bezoekt ze de halfjaarlijkse congressen, maar ze zit liever achterin de zaal dan vooraan.

En het is ook Linschoten die haar voordraagt bij de scoutingcommissie. „Hij heeft niet overlegd of mij gepolst”, zegt Van der Burg. „Ik kreeg een telefoontje van hem dat hij mij had voorgedragen.” Linschoten: „Ze is een absolute professional en ik verwacht dat ze het politieke handwerk snel onder de knie heeft.”

VVD-leider Mark Rutte had nog nooit van Brigitte van der Burg gehoord toen hij in juli door Pauline Krikke op haar werd geattendeerd. „Een hele goeie tante”, zegt Rutte nu. „De scoutingcommissie zei tegen mij: praat eens met haar, ze weet nog niet helemaal zeker of ze het wil, maar wij zien het met haar zitten.”

Rutte was naar eigen zeggen direct verkocht: „Ze is een leuk, modern mens. Een krachtige vrouw met een duidelijke visie op het liberalisme.” Over haar hoge positie op de lijst zegt hij: „We wilden als VVD echt vernieuwen, en dan niet alleen in de staart van de lijst, ook in de top-tien.”

Na het oordeel van Pauline Krikke, en na overleg met Zalm, Rutte en Rosenthal besloot de VVD „gegeven haar profiel” Brigitte van der Burg bij de eerste tien te zetten. Rutte zelf besliste dat ze meteen na de ministers Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken) en Henk Kamp (Defensie) op de vierde plaats zou komen. Rutte: „Ze is natuurlijk niet tien keer beter dan mensen buiten de top-tien, maar ze is wel sterk.” Als karaktereigenschappen van Van der Burg noemt Rutte: „Ze heeft humor en ze is deskundig.” Ze heeft volgens hem een „niet al te zwaar ego”, waardoor ze makkelijk draagvlak krijgt voor haar ideeën.

Van der Burg was verbaasd over de hoge plaats. „Ik had wel een verkiesbare plaats bedongen omdat ik het één en ander moet opgeven.” Meteen nadat haar kandidatuur bekend was geworden, heeft ze de activiteiten van haar bedrijf, Britburg, gestaakt of afgebouwd.

In de Tweede Kamer wil Van der Burg ‘het ondernemerschap’ – zowel sociaal als commercieel – hoog op de politieke agenda zetten. „Onze opleidingen zijn erop gericht dat kinderen werknemers worden, waarom geen ondernemers?”, vraagt ze zich chargerend af. Wet- en regelgeving mogen nooit een belemmering zijn een bedrijf te starten. Ondernemerszin stimuleren en terugbrengen in onze maatschappij. Van der Burg: „Mijn drijfveer is dat ik wil voorkómen dat mensen te makkelijk door zichzelf, anderen of de werking van onze stelsels in de situatie van ‘kan niet’ of ‘zielig’ worden geplaatst. Elk mens heeft kwaliteiten en moet de kans krijgen deze te ontwikkelen.”

Bang om af te wijken van de partijlijn is Van der Burg niet. Tijdens de bijeenkomst Women on top discussiëren enkele honderden vrouwen en enkele tientallen mannen over het al dan niet verplichten van een quotum aan vrouwen in de top van het Nederlandse bedrijfsleven.

Op het podium zitten publiciste en initiator van de bijeenkomst Heleen Mees, eurocommissaris Neelie Kroes, GroenLinks-leider Femke Halsema en British Telecom-topman Ben Verwaayen (hij schreef het VVD-verkiezingsprogramma). Prominent vooraan zit Brigitte van der Burg. Ze bemoeit zich nauwelijks met de discussies, die soms fel zijn.

Pas als het gaat over kinderopvang en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen steekt ze haar hand op. „Ik ben voorstander van zwangerschapsverlof voor zelfstandigen”, zegt Van der Burg (moeder van twee kinderen). Ze krijgt er een luid applaus voor. Jammer alleen dat de VVD ertegen is.