Zelfs gewapend beton kan slijten

Hoewel zijn lichaam nog goed is, stopt Gianni Romme met schaatsen. „Geestelijk verzadigd”, is de verklaring van de man, die in zijn hoogtijdagen schaatsen naar een hoger niveau tilde. „Ik ben alleen bochten aan het rammen.”

Olympisch goud, liefst zes seconden voorsprong op nummer twee, een dik wereldrecord. Gianni Romme rijdt op 8 februari 1998 in de M-Wave van Nagano een ‘onvoorstelbare’ vijf kilometer. Die avond beleeft hij zijn gouden race opnieuw, als hij in zijn dagboek schrijft: „Ongelofelijk, ook voor mezelf. Ik ben alleen maar bochten aan het rammen. Het rechte eind gaat zo easy. Heerlijk gewoon! Op 4.200 meter flitst door mijn hoofd: Ik ga winnen! En meteen daarna: Op je poten blijven staan!”

In Nagano bevestigt Romme zijn aparte klasse. Iedere training declasseert hij met machtige klappen de rest van het veld tot krabbelaars op een boerensloot. Het goud op de vijf en tien kilometer hoeft hij bij wijze van spreke alleen maar op te halen. Wereldrecords zijn al even vanzelfsprekend. Als hij met tien seconden voorsprong de tien kilometer wint, is hij niet eens tevreden. „De laatste acht rondjes waren technisch heel slecht, daar heb ik de pest over in.”

Gianni Romme (33) besloot gisteren zijn carrière als langebaanschaatser met een rijke erelijst. Twee keer olympisch goud, een keer zilver (in 2002). Twee keer wereldkampioen allround, één keer Europees kampioen. Liefst zeven maal won hij de wereldtitel op een afstand, vier keer op tien kilometer, drie keer op de vijf. Hij is recordwinnaar van de wereldbeker op de lange afstanden: vier keer. Veelvoudig nationaal kampioen en wereldrecordhouder. Zijn grote verdienste was dat hij de schaatssport tussen 1997 tot 2001 in z’n eentje naar een hoger niveau tilde.

Het lichaam is nog goed, zei Romme gistermiddag in Assen bij de start van het nieuwe schaatsseizoen, de NK afstanden, waar hij nog aan had willen deelnemen. „Maar geestelijk ben ik verzadigd”, zei hij. „Het echte doorzettingsvermogen is er niet meer, het echte afzien is er niet meer, de dingen die je nodig hebt om te winnen.” Om te blijven schaatsen voor twaalfde plaatsen, zoals Romme gistermiddag zei, heeft hij te vaak op het podium gestaan.

Romme merkte dat hij de afgelopen jaren niet meer vooruitging. De aanstormende jeugd des te harder. Bladerend in zijn trainingsdagboeken kwam hij onlangs een tijd van 6.30 minuten tegen bij een recente 5.000 meter. „Die tijd reed ik in 1997 ook al, maar toen was het een wereldrecord. De tijd ging vooruit, maar de tijden van Romme niet meer. Als je niet meer het absolute topniveau haalt, moet je je conclusies trekken.”

Als eerste benaderde Romme de vijf en tien kilometer als een middenafstand. „Ik ben van origine helemaal geen stayer, meer een 1500-meterrijder”, zei hij. In het tijdperk vóór Romme gingen schaatsers eerst een paar ronden rustig „in gesprek met het ijs”, zoals toenmalig trainer Henk Gemser het uitdrukte. Maar Romme vloog er vanaf de start vol in. Hij kon aan zijn revolutionaire benadering prachtige Rommiaanse zinnen wijden. „Steeds vaker worden wedstrijden gewonnen in de kop. Hoe lang kun je pijn lijden? Durf je vanaf de start te denken: krijg de tyfus en gáán! Snel naar de pijngrens rijden en binnen die pijngrens doorgaan. Denken: ik kan dit. Ik denk zelfs dat het mentale aspect inspeelt op je poten. Op het moment dat je jezelf toestaat om te denken dat je moe bent, kan het opeens, poef, afgelopen zijn.”

Fysiek kon hij bijna niet kapot. „Die jongen kon zichzelf sommige periodes vermoorden, iedere training opnieuw”, zegt Peter Mueller, die Romme met veel succes drie jaar coachte. „Gianni heeft een fundering van gewapend beton”, zegt zijn ‘ontdekker’ Wim den Elsen, onder wiens aanpak Romme in het gewest Zuid-Holland de basis legde voor zijn carrière.

Maar mentaal was het vaak himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Zijn sterke geest bracht hem grote successen, maar ook diepe dalen. In zijn biografie schreef Romme dat hij zich in zijn jeugd soms ernstige ziektes inbeeldde. Na het succesjaar 1998 volgde een inzinking. Op het EK in Thialf eindigde hij als vijftiende en werd hij zelfs uitgefloten. In de aanloop naar de Olympische Spelen van Salt Lake City (2002) won hij aanvankelijk alle vijf kilometers, totdat hij zich eind december moest plaatsen. Ineens was het over. „Voor mij nog altijd onverklaarbaar”, zegt coach Mueller. Want er volgde weer een goed seizoen, waarin hij als laatste Nederlander wereldkampioen allround werd.

Daarna werd hij mentaal kwetsbaar. In 2004 volgt nog één ouderwetse oprisping als hij in Berlijn bijna het wereldrecord op de vijf kilometer verbetert. „Het was heus nog niet zo gek wat ik deed, maar de rest was veel beter geworden”, zei hij onlangs in Inzell.

Na een slecht olympisch seizoen had hij weinig aanknopingspunten om door te gaan. Maar hij wilde niet stoppen met een slecht gevoel. In een trainingsgroepje met Anni Friesinger, voor wie hij de programma's schrijft, Ralf van der Rijst en Risto Rosental vond hij het plezier terug. „Als ik nu stop, heb ik al een beter gevoel dan eind vorig seizoen", zei hij twee weken geleden. Toen wees alles nog op deelname aan de NK in Assen. „Ik laat daar in geen geval van afhangen of ik stop”, verzekerde hij.

Afgelopen zondag, tijdens de lange autorit van Inzell naar huis, drong het langzaam tot hem door dat het voorbij was. „Ik heb afgelopen zomer met veel plezier getraind, maar ik heb in Inzell tijdens drie wedstrijden gemerkt dat ik niet meer het niveau heb voor de absolute top. Dan is het voor mij einde oefening. Het is alles of niks.”