VS moeten in Irak illusies opgeven

In Irak moeten de VS nu niet langer het beste willen, maar het slechtste voorkomen. En de Irakezen moeten kiezen: een land waar Amerikaanse militairen zijn, of een grote chaos zónder die soldaten. Totdat er meer duidelijkheid komt, moeten de Amerikanen zich concentreren op drie prioriteiten: Al-Qaeda bestrijden, Koerdistan versterken en een bloedbad voorkomen.

Columnist en redacteur van Newsweek International. Hij schreef ‘De toekomst van vrijheid’ (2003).

In 1952, zijn laatste jaar als president, zag Harry Truman in dat een overwinning in Korea niet langer mogelijk was. De Amerikanen waren niet aan het verliezen, maar ook niet aan het winnen. Ze zaten vast in een bloedig en kostbaar handhaven van de status-quo. Tweederde van de Amerikanen was tegen de oorlog. Republikeinen zeiden dat de Democraten niet hard genoeg waren tegen de communisten en anderen vroegen zich af waarom 50.000 Amerikaanse soldaten moesten sterven zonder een duidelijke overwinning.

Trumans opvolger Dwight Eisenhower kon bogen op een sterke geloofwaardigheid – hij was een legendarische generaal. Daar maakte hij gebruik van, hij stopte de militaire offensieven en gaf op essentiële punten toe aan de Noord-Koreanen en Chinezen. Op 27 juli 1953 tekenen alle betrokken partijen een vredesverdrag – behalve de Zuid-Koreanen, die het veroordeelden als verraad.

Een dergelijke afloop – geen overwinning, maar ook geen nederlaag – is eigenlijk de beste optie voor Irak. Slechtere uitkomsten zijn eenvoudig voorstelbaar: een bloedbad, politieke versplintering, een chaotische stroom vluchtelingen en een wereldwijde golf van terroristische aanslagen. Maar met een beetje planning, intelligentie en geluk zou de Amerikaanse inmenging in Irak een grijze afloop kunnen hebben – wel één die voor alle partijen onbevredigend is, maar die de slechtste scenario’s voorkomt, enkele successen boekt en de VS in staat stelt om te herstellen voor een bredere leidinggevende rol in de wereld.

Om dat te bereiken moeten we Irak wel beschouwen zoals het ís, niet zoals we hopen dat het zal zijn. Het is een echt land, waar we steeds minder grip op krijgen. Irak is als natie en als staat uit elkaar gevallen. De hoofdstad en zijn directe omgeving, waar bijna 50 procent van de bevolking woont, zijn onveilig en leven onder toenemende interne verdeeldheid. Het zuiden is iets stabieler, maar heeft te maken met theocratische, corrupte lokale regeringen die er gangstermethodes op na houden.

Het meest onthullende cijfer over Irak is niet het aantal doden, maar het werkloosheidscijfer. Dat schommelt de laatste twee jaar tussen de 30 en 40 procent. Als we daarbij meewegen dat de situatie in het Koerdische noorden van Irak nagenoeg normaal is, kunnen we schatten dat in de rest van het land de werkloosheid dichter bij de 50 procent ligt. Wat Amerika ook aan het doen is in Irak, het heeft niets te maken met vrede, werkgelegenheid of zorgen dat het leven normaal verloopt. Wie denkt dat het huidige Irak het product is van zijn eigen cultuur, religie en geschiedenis, moet zich eens voorstellen hoe de VS eruit zouden zien na drie jaar van 50 procent werkloosheid.

De hoofdoorzaak van die werkloosheid is natuurlijk het gebrek aan veiligheid. Op sommige plaatsen is dat vacuüm opgevuld door lokale milities, maar dat leidt vaak tot sektarisch geweld tussen sunnitische en shi’itische gemeenschappen.

Praktisch alles in het huidige Irak moet worden bezien door deze sektarische bril. President Bush zegt dat we werken aan een Iraaks leger en een Iraakse politie en dat Amerika een stapje terug kan doen als dat voor elkaar is. Maar feitelijk werken we aan de opbouw van een Koerdische en shi’itische krijgsmacht – veel leden van shi’itische milities zijn opgenomen in het leger en de nationale politie. Hoe meer die eenheden zich uitbreiden, hoe meer de sunnieten zich bedreigd voelen en hoe harder zij daardoor gaan terugvechten.

Met het onttronen van Saddam Hussein en de introductie van democratie hebben de VS de wet van de shi’itische meerderheid opgelegd aan Irak. Amerika ontbond het leger, met zijn grotendeels sunnitische officierenkorps, ontsloeg 50.000 van de voornamelijk sunnitische bureaucraten en sloot tientallen staatsfabrieken die vooral door sunnieten werden bestuurd. De VS hebben zo het oude Irak vernietigd en geen plan achtergelaten om de leegte te vullen.

Met alle soldaten van de wereld kan Amerika nog geen nieuw nationaal verbond afdwingen. Dat is een taak voor Iraakse leiders. De contouren van die overeenkomst liggen voor de hand. Het zou erop uit lopen dat Irak een vrije confederatie wordt, maar zijn olie-inkomsten zo zou opdelen dat alle drie de regio’s zouden deelnemen aan de nieuwe natie. Een breed pardon zou verleend worden aan allen die hebben gevochten, wat vooral betrekking zou hebben op de sunnitische rebellen maar ook op leden van de shi’itische doodseskaders. Overheidsbanen zouden verdeeld worden over de drie gemeenschappen, wat de acties van na de invasie zou terugdraaien, zoals het wegsaneren van leraren die lid waren van de Ba’ath-partij. Ten slotte, misschien als dringendste actie, moeten de shi’itische milities ontbonden worden of, als dat onmogelijk blijkt, worden opgenomen en in toom gehouden binnen nationale instellingen.

Even voor de hand liggend is dat zo’n overeenkomst niet ophanden lijkt. Shi’itische leiders blijven extreem fel gekant tegen wat voor concessie dan ook ten aanzien van de voormalige sunnitische overheersers. De shi’itische politici zijn mordicus tegen de mogelijkheid van het delen van de macht. Premier Nuri al-Maliki zei dat als Iraakse soldaten het lot in eigen hand zouden hebben, dat dan in zes maanden de orde hersteld zou zijn. Het is niet moeilijk te bedenken wat hij bedoelt: de shi’ieten zouden de sunnieten platwalsen. Die opvatting wordt breed gedeeld onder oudere shi’itische leiders. Hun weigerachtige houding om projecten te financieren in sunnitisch gebied, of onderzoek te doen naar doodseskaders, wijst er op dat ze weinig trek hebben in een broederlijke verzoening.

De sunnieten op hun beurt worden te veel in beslag genomen door hun eigen woede, radicalisme en vetes. Ze blijven zo kwaad dat de VS hun macht hebben afgepakt dat ze er, tot voor kort, blind voor blijven dat als de Amerikaanse manschappen er niet geweest waren, zij ten prooi waren gevallen aan een massaslachting. Het politieke leiderschap dat de sunnieten genieten, is zwak en lijkt weinig invloed uit te oefenen op de rebellen. Er zijn geen sunnieten met wie je een deal kunt sluiten.

Alle partijen in Irak kijken uit naar de dag dat Amerika vertrekt. De strijd om de macht in het post-Amerikaanse Irak is al begonnen. De Koerden hebben weten te bereiken dat hun autonome regio als een afzonderlijk land wordt geregeerd, met een eigen leger. De grootste shi’itische partijen willen hun milities handhaven om hun eigen machtsbasis te ondersteunen, onafhankelijk van de staat. En de sunnieten willen de rebellie niet verminderen, uit angst dat zij tot de bedelstaf worden gebracht of worden uitgemoord in het nieuwe Irak. Niemand gelooft dat deze machtsstrijd wordt opgelost met stembriefjes. Dus bewaart iedereen zijn kogels.

Het is zo goed als zeker dat, als de VS morgen Irak zouden verlaten, het bloedvergieten zich zal verspreiden als een virus. Amerikaanse soldaten zijn goed in het stoppen van vuurgevechten en sektarische slachtpartijen. Maar als er geen vooruitgang wordt geboekt bij het realiseren van een duurzame politieke oplossing, doen die soldaten weinig anders dan het deksel dichthouden op een vat vol spanningen die maar blijven toenemen. Misschien kan Amerika vrede brengen in Bagdad, maar zal die rust standhouden als we weg zijn?

Wat moeten de VS doen? Om te beginnen moet Washington de Iraakse leiders duidelijk maken dat de Amerikaanse aanwezigheid niet is vol te houden als Irak niet zelf ook wat doet. Zo moeten de Iraakse leiders beslissen of ze willen dat Amerika blijft. Op dit moment hoeven ze geen poot uit te steken dankzij de massale Amerikaanse aanwezigheid. Met uitzondering van de Koerden spelen de meesten een smerig spelletje. Ze wijzen publiekelijk de acties van Amerikaanse soldaten af om aan populariteit te winnen, maar in stilte aanvaarden ze de betrokkenheid van Amerika.

De frustratie van het Iraakse volk over de bezetting komt grotendeels door de ondoelmatigheid ervan, het gebrek aan veiligheid en werkgelegenheid, en mishandelingen zoals in Abu Ghraib. Maar die gemaakte fouten kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Irakezen moeten zich ook realiseren dat we nu eenmaal op dit punt zijn aangekomen en dat ze kunnen kiezen: een land waar Amerikaanse militairen zijn, of een grote chaos zónder die soldaten.

Het Iraakse parlement zou publiekelijk moeten vragen of de Amerikanen willen blijven. De leiders zouden de bevolking moeten uitleggen waarom het land de Amerikaanse militairen nodig heeft. Zonder die publieke bevestiging zal de aanwezigheid van Amerika in Irak politiek onhoudbaar worden, zowel in Irak als in de VS.

Vervolgens moet de Iraakse regering snel maatregelen nemen om de sektarische spanningen tot een eind te brengen en de milities onder controle te brengen. Hoe langer de leiders wachten, hoe moeilijker het voor alle partijen is om een compromis te sluiten. Er zijn vele wegen die naar een normale toestand in Irak leiden. Er moeten banen komen, een degelijke elektriciteitsvoorziening en er moet meer olie worden gewonnen en geëxporteerd. Maar niets van dat alles is mogelijk zonder een stabiele omgeving, en die kan weer niet bereikt worden zonder een politieke oplossing voor Iraaks sektarisch geharrewar.

Er is één stap die de VS zelf moeten zetten: met de buren van Irak praten over hun gezamenlijk belang van veiligheid en stabiliteit in dat land. Geen van deze landen – zelfs niet Syrië en Iran – zou profiteren van de ineenstorting van Irak, want die zou een stroom vluchtelingen op gang brengen en hun eigen minderheidsgroepen in beroering brengen. Misschien zal zo’n strategische zet nergens toe leiden. Maar om het niet te proberen, in het licht van zo weinig andere opties, getuigt van een krankzinnig kortzichtige en ideologische halsstarrigheid.

Helaas is de kans groot dat al deze veranderingen de komende maanden uitblijven. Dan zouden de VS maatregelen moeten gaan nemen die leiden tot een veel kleinere, minder opdringerige aanwezigheid in

[Vervolg IRAK: pagina 14]

Maak er het beste van in Irak - nu het nog kan

[Vervolg van pagina 13]

Irak, geschikt voor een beperkter aantal doelen.

Per januari 2007 moeten we ophouden Irak een minimumveiligheid te verschaffen. In plaats daarvan zouden Amerikaanse eenheden een rapid reaction force moeten instellen om bepaalde kerntaken te waarborgen.

We kunnen de Iraakse leiders uitleggen dat zo’n machtsstructuur de Irakezen zal helpen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen veiligheid. Momenteel hebben de VS 144.000 manschappen in Irak, wat 90 miljard dollar per jaar vergt. Dat is gewoon niet vol te houden zonder zicht op een einde van deze missie. Ik zou daarom willen pleiten voor een krijgsmacht van circa 60.000 manschappen tegen 30 tot 35 miljard dollar per jaar – een verplichting die we verscheidene jaren kunnen volhouden, en die Irak de tijd gunt om nader tot elkaar te komen, in wat voor losse vorm dan ook, als een natie.

Toegegeven, als we ons dat op de hals halen, zal het geweld in veel delen van het land toenemen. We kunnen alleen maar hopen dat de leiders in Irak dan de koppen bij elkaar zullen steken. De shi’itische regering zal een kans krijgen om op haar eigen manier de rebellie te bestrijden. De sunnitische rebellen kunnen pogen om de macht te heroveren. En misschien zullen beide partijen sneller tot de conclusie komen dat een politieke deal de enige manier is om vooruitgang te boeken.

Prioriteiten

Tot dat moment zijn er drie prioriteiten voor de nationale veiligheid van de VS. Dit is wat we moeten doen.

Bestrijd Al-Qaeda

De gevechten in plaatsen als Anbar zijn in wezen geen jihadistische kruistocht tegen Amerika, maar een sunnitisch gevecht om de macht. De kans dat Irak wordt overgenomen door een groep à la Al-Qaeda is non-existent. Circa 85 procent van de bevolking (Koerden én shi’ieten) is heftig tegen zo’n groep. En peilingen hebben keer op keer laten zien dat een overweldigende meerderheid van de sunnieten een hekel heeft aan Al-Qaeda en Osama bin Laden. De ware jihadisten in Irak zijn een kleine en impopulaire bende die zich heeft toegelegd op terreur en geweld om kracht te verwerven. Zwaar geschut – tanks, gepantserde voertuigen – hebben ze niet en grondgebied houden ze nooit lang in handen. Mocht er een akkoord tot stand komen tussen de shi’ieten en de sunnieten, dan zou Al-Qaeda binnen enkele maanden zijn verdwenen naar de marge. Ondertussen kunnen de Special Forces de Al-Qaeda-terroristen achterna zitten zoals ze nu in Afghanistan doen.

Versterk Koerdistan

De Iraakse Koerdische regio is het enige onbetwiste succesverhaal van de Iraakse oorlog. Het is stabiel en meer en meer welvarend. De politiek is meer gesloten en corrupt dan de meeste mensen weten – het gebied is in wezen opgedeeld in twee eenpartijstaten – maar heeft wel aspiraties om meer marktgeoriënteerd en democratisch te worden. Misschien nog het cruciaalste aspect: het is een islamitische regio in de Arabische wereld die deel wil uitmaken van de moderne wereld, in plaats van die op te blazen. De eenvoudigste manier voor de VS om de veiligheid van de Koerden te waarborgen is het afgeven van een veiligheidsgarantie. Koerdistan kan eenvoudig worden verdedigd met een politieke verzekering. En Koerdische leiders lijken te erkennen dat, net zoals in Taiwan, hun de facto onafhankelijkheid ervan afhangt dat ze geen de jure onafhankelijkheid eisen.

Voorkom een bloedbad

Dit is de moeilijkste opdracht. De VS zullen niet elk sektarisch gevecht kunnen tegenhouden in Irak. Inperken en plaatselijk houden, dat moet het doel zijn. Dat zal een zekere bekwaamheid vergen om toezicht te houden langs de autowegen, en het vergt toezicht op politie en leger. De strategie om het Iraakse leger te koppelen aan Amerikaanse adviseurs, heeft tot nu toe goed gewerkt. Iraakse strijdmachten vechten niet supergoed als Amerikanen in de buurt zijn maar wel beter en professioneler. Belangrijker, ze schenden geen mensenrechten als Amerika in de buurt is. Om de minimale veiligheid in Irak te garanderen en anarchie te voorkomen, moeten Amerikaanse manschappen handelen als de ruggengraat van het nieuwe Iraakse leger en van de nieuwe Iraakse politie.

Ook dit plan hoeft niet te werken. En als het niet werkt, worden de VS geconfronteerd met de pijnlijker vraag wat er gedaan moet worden, maar dan te midden van nog meer geweld en chaos, met waarschijnlijk enorme stromen vluchtelingen. Toch is er altijd de mogelijkheid dat de leiders van Irak het land tot verzoening brengen en het potentieel van hun staat zullen opbouwen.

Burgerlijk geharrewar gaat meestal niet eindeloos door. Een nieuwe natie en een nieuwe staat zouden best kunnen verrijzen. Maar het zal een traag en geleidelijk proces zijn dat jaren zal duren. De meest effectieve strategie is er een die duurzaam genoeg is voor die lange adem. Er is heus wat bereikt in de Irakoorlog. Een wrede dictator is weg. Een deel van het land, Koerdistan, is daadwerkelijk aan het veranderen in een veelbelovende samenleving. En de Arabische politiek getroost zich veel moeite om ruimte te scheppen in Irak, via politieke partijen en de pers, op een manier die je nergens anders in de regio tegenkomt. Maar deze wapenfeiten moeten nu stabieler worden, anders komen ze ook in gevaar.

De les van Korea, waar tot op de dag van vandaag meer dan 30.000 Amerikaanse militairen zijn gelegerd, is niet dat Amerika zich volledig moet terugtrekken. Maar om enige kans te hebben op blijvend succes, moeten we onze illusies opgeven, onze ambities bijstellen en moeten we zeker weten dat het ergste niet zal gebeuren. Misschien zal de tijd dan een keer in ons voordeel werken.

©Newsweek