Vogelgriep-vaccins zijn matig

De resultaten van studies met vrijwilligers van vaccins tegen de agressieve H5N1-vogelgriep zijn niet veelbelovend. Dat schrijven 24 griepdeskundigen in een donderdag verschenen rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). Het rapport is het resultaat van een bijeenkomst van de wetenschappers, zes weken geleden in Genève.

De vaccins die nu ontwikkeld worden, bieden volgens de wetenschappers enkel bescherming tegen een deel van de H5N1-griepvirussen. De virussen vallen uiteen in twee hoofdgroepen; vaccins van de ene groep richten weinig uit tegen virussen uit de andere groep. Binnen groep 2 zijn bovendien al zes subgroepen ontstaan. Het aanleggen van voorraden van experimentele vaccins, waartoe onder andere de Verenigde Staten vorig jaar besloten, is volgens de werkgroep ‘mogelijk prematuur’. Nederland slaat geen vaccins op.

Wilde eenden zijn volgens de WHO-werkgroep de belangrijkste verspreiders van het virus, terwijl zwanen (die de afgelopen winter veel dood gevonden werden) wel snel aan de ziekte doodgaan maar weinig bijdragen aan de verspreiding. Verspreiding zou ook versneld worden door contact tussen wilde vogels en pluimvee, waarbij beide groepen elkaar besmetten.

De werkgroep verwacht niet dat de kans op een pandemisch virus in de nabije toekomst vermindert. In Zuidoost-Azië en enkele Afrikaanse landen waren recent uitbraken onder pluimvee. Ook zijn er dit jaar wereldwijd meer menselijke slachtoffers dan in 2005. Dit jaar overleden 74 mensen aan de ziekte, van wie 43 in Indonesië.

In Europa en het Midden-Oosten werden veel vogels ziek in de vorige herfst en winter. Na maart waren er sporadisch uitbraken, en sinds de zomer niet meer.