Thuisfluiter?

Engelse voetbalarbiters in de Premier League bestraffen bezoekende clubs eerder met rode of gele kaarten, blijkt uit onderzoek. Mogelijke oorzaken?

Bert van Oostveen, manager competitiezaken (betaald voetbal) KNVB: „Dit soort onderzoeken (Peter Dawson van Universiteit van Bath analyseerde tussen 1996 en 2003 2.660 duels in Premier League, red.) is leuk om te lezen, maar ik betwijfel de wetenschappelijke waarde. Er is altijd discussie over voordeel van de thuisclub. Het heeft te maken met de speelstijl. Een thuisclub speelt aanvallender. Logisch dat de bezoekende club dan meer overtredingen nodig heeft. Hetzelfde geldt voor de underdog (volgens onderzoek meer bestraft dan favoriete club, red.) wanneer ze van tevoren aangeven met alle mogelijke middelen een grote club te gaan bestrijden en dat ook uitvoeren op het veld. Een twijfelachtige beslissing kan aan het waarnemingsvermogen van een scheidsrechter liggen. Arbiters weten ook dat ze driedubbel gevolgd worden op tv en dat er waarnemers van de bond zijn bij de wedstrijden. Bij enig vermoeden van beïnvloeding van het publiek volgen gesprekken met de superieuren.”

Dick Jol, scheidsrechter betaald voetbal: „Een thuisspelende club geeft meer druk, dus zal de bezoekende club meer overtredingen nodig hebben. Het publiek in Zuid-Europa is veel emotioneler dan in Scandinavië. Als scheidsrechter moet je daarmee kunnen omgaan. Ik heb zelf geen last van het thuispubliek. Het laat mij koud, ook met 80.000 mensen.”

Barry Hughes, Britse oud-coach van onder meer Sparta en Haarlem: „De uitkomst verbaast niet. Bij twijfelgevallen – wel of geen penalty, wel of niet rood – merk je dat de thuisclub iets in het voordeel is. Dat komt door het publiek. Hoe groter het stadion en hoe fanatieker het publiek, des te groter is die invloed. In Nederland vond ik het verschil tussen uit en thuis spelen niet groot, behalve bij Feyenoord. In Engeland merk je dat de aanhang van Liverpool of Manchester United wel van invloed is. Een scheidsrechter is ook maar een mens. Ik kan me voorstellen dat hij geïmponeerd is door de ambiance in een groot stadion en in soms denkt: ‘Laat ik geen gekke dingen doen.’ Als hij twijfelt, stuurt hij minder snel iemand van de thuisclub van het veld. Verder heb ik gemerkt dat spelers met een grote naam minder snel worden bestraft.”

Jan van Halst, oud-profvoetballer: „Mijn ervaring is dat ik als speler van Ajax bij een beslissing van de scheidsrechter toch eerder dacht ‘Hé, dat is een meevallertje’ dan als speler van FC Twente. Maar dat thuisclubs minder worden bestraft, is maar voor tien tot vijftien procent toe te schrijven aan de status van vedetten en topclubs of de druk van het thuispubliek. Voor 80 tot 90 procent komt het doordat de thuisploeg meer in de aanval is. En een underdog die tegen een topclub speelt, heeft meer overtredingen nodig. Ik hecht niet veel waarde aan dit onderzoek. In Nederland vind ik het verschil tussen uit of thuis spelen meevallen.”

Frans Derks, oud-scheidsrechter: „Het verbaast me niet, maar ik kan niet zeggen of dat hier ook het geval is. Zo’n onderzoek in Nederland zou leuk zijn. Het ligt natuurlijk ook opgesloten in het speltype, waarbij een thuisclub gemiddeld meer in de aanval is. ‘Thuisfluiter’ is een veelgehoord begrip. Maar ik heb niet de indruk dat het veel voorkomt in Nederland en dat een scheidsrechter zoiets bewust doet. Je ziet wel eens dat een scheidsrechter in een bepaalde situatie in het voordeel van de thuisclub fluit, ter compensatie na gejoel van het publiek. Het publiek kan van invloed zijn. Nederlandse scheidsrechters staan niet bekend als de beste, maar ze hebben wel een reputatie van onkreukbaarheid. Hoe zuidelijker je in Europa komt, des te meer ‘thuisfluiten’ gebeurt. Dat heeft te maken met de cultuur, het hoge verwachtingspatroon en het gastheerschap. Als scheidsrechter ben je te gast en word je door de thuisclub in de watten gelegd. Dat hoort allemaal bij het spel.”