Stemwijzer heeft goede en slechte kanten

De Stemwijzer van het Instituut voor Publiek en Politiek, ontwikkeld in samenwerking met het Documentatiecentrum voor Nederlandse Politieke Partijen, trekt enorm veel aandacht op internet, en dus ook (terecht) kritiek. Kennistechnoloog Wouter Teepe draaft hierin echter wel erg ver door (`Stemwijzer van IPP deugt van geen kant`, Opiniepagina, 26 oktober). De Stemwijzer is volgens hem te veel gericht op beleidsvoornemens en te weinig op de onderliggende maatschappijvisie van partijen.

Dat vind ik een behartenswaardige opmerking. Het Instituut voor Publiek en Politiek is dan ook van plan een soort `ideologiewijzer` te ontwikkelen die de Stemwijzer zou kunnen aanvullen, maar blijkbaar is het niet gelukt die voor de verkiezingen te testen en uit te brengen.

Bovendien vreest Teepe dat veel kiezers zich door het advies van de Stemwijzer laten beïnvloeden, en verwijt de makers hun verantwoordelijkheid hiervoor te ontlopen. Nu is de Stemwijzer ooit ontstaan als educatief hulpmiddel met een knipoog, om kiezers bewust te maken van verschillen en overeenkomsten tussen verkiezingsprogramma`s. Een minderheid van de gebruikers (4 of 5 procent?) zou het advies blindelings opvolgen. Vermoedelijk zijn dit kiezers die geen duidelijke mening hebben en ook niet de tijd of de belangstelling om zich in verkiezingsprogramma`s en dergelijke te verdiepen. Wat moeten zij dan? Afgaan op het advies van buren, collega`s en familieleden? Dan is het advies van de Stemwijzer - of dat van `concurrenten` als het Kieskompas - niet per se slechter.