Stemmen met rood potlood in meer plaatsen

Acht procent van de Nederlandse stemgerechtigden stemt op 22 november met potlood op een papieren stembiljet. Het gaat om bijna 950.000 mensen.

Vorige week keurde het ministerie van Binnenlandse Zaken de 1.200 stemcomputers van 35 gemeenten af. De computers bleken van een afstand ‘af te tappen’, waardoor het stemgeheim niet gewaarborgd was. Elf van de 35 gemeenten krijgen vervangende computers van het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar er zijn er niet voldoende voor alle gemeenten. Tien gemeenten waren nooit van plan om stemcomputers wilden gebruiken. Het ministerie heeft vooral de grotere gemeenten de vervangende computers toegezegd, zoals Tilburg en Eindhoven. Van Amsterdam was al eerder bekend dat er met potlood gestemd wordt omdat de hoofdstad anders vrijwel alle vervangende stemmachines nodig heeft.

De burgemeester van Uden, Joke Kersten, moet wel op papier haar stem uitbrengen. Maar ze kan voor de verdeling „wel begrip” opbrengen. „In een kleine gemeente is het makkelijker te organiseren”, aldus Kersten. Ze vindt het ministerie wel langzaam. „Dit besluit hadden ze ook maandag kunnen nemen.”

De actiegroep Wij vertrouwen stemcomputers niet hamert al langer op de onbetrouwbaarheid van stemcomputers. De afgekeurde stemcomputers, van producent SDU, gaven een signaal af waaruit op tientallen meters afstand het stemgedrag was af te leiden. Overigens geven ook de 8.000 goedgekeurde stemmachines straling af, maar deze is slechts tot op een paar meter op te vangen. Bovendien zijn nu maatregelen genomen om te voorkomen dat de signalen zijn te herleiden tot bepaalde politieke partijen.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft inmiddels 100.000 rode potloden besteld, alsmede stemhokjes, -bussen en -biljetten.