Peutertoets

De ergernis van Sieneke Goorhuis-Brouwer over taaltoetsen (W&O 14 okt) delen wij. Vroeg toetsen is schadelijk omdat het kinderen die zich `normaal` ontwikkelen op achterstand kan zetten. Ze krijgen een etiket waar ze niet meer vanaf komen en schoolse taaloefenprogramma`s die de brede ontwikkeling die Goorhuis-Brouwer bepleit, eerder tegenhoudt dan bevordert. Bovendien zijn die voorgestructureerde programma`s voor jonge kinderen niet productief omdat ontwikkeling meer vraagt dan woordenschat en taal.

Maar het andere uiterste dat zij ons voorhoudt, klopt ook niet: ontwikkeling gaat echt niet vanzelf. Ook niet als de peuters klimrekken, springtouwen en een praatgrage juf hebben. Ze zijn afhankelijk van een intensieve talige omgang met volwassenen en andere kinderen; niet alleen in het bewegingsspel maar vooral in gezamenlijk rollenspel. Juist in dat rollenspel wíllen ze én leren ze communiceren en op elkaar in te spelen; ze leren de taal gebruiken die bij de wereld van de volwassenen hoort. Voor kinderen spontaan en vanzelfsprekend, voor leidsters doelbewust, planmatig en pedagogisch verantwoord.

Dat het niet altijd zo gaat wil nog niet zeggen dat `het` kleuteronderwijs verschoolst. Er zijn maar weinig leidsters en leerkrachten die oefenprogramma`s willen, laat staan toetsen. Wie dat wel willen zijn de soms veeleisende (vaak witte) middenklassers, de politiek (wordt ons geld wel goed besteed?), schoolbesturen (is onze school wel de beste?) en de inspectie (is er voldoende meetbare opbrengst?).

In de voor- en vroegschoolse educatie (zeg maar peutergroepen en kleutergroepen) werken veel leerkrachten en leidsters met gedegen kennis van de ontwikkeling van jonge kinderen en met voldoende vaardigheden om hun eigen rol daarin te nemen. Zij kunnen veel en willen veel. Geef hen de ruimte en de tijd om hun kwaliteiten verder te ontwikkelen en schenk meer vertrouwen aan de manier waarop zij taalontwikkeling stimuleren én controleren!