Partij van de eeuw

Hans Ree gedenkt een prachtschaakpartij in New York in 1956

Vorige maand werd hier en daar herdacht dat Bobby Fischer vijftig jaar geleden, op 17 oktober 1956, de partij speelde die bekend is geworden als de ‘Partij van de Eeuw’. Het gebeurde in het Lessing J. Rosenwald Trophy toernooi in New York, waar een aantal van de beste Amerikaanse schakers aan meededen. Fischer was 13 jaar. Hij had al een paar goede toernooien gespeeld, anders was hij niet uitgenodigd, maar dit toernooi was belangrijker.

Het werd gewonnen door een ander voormalig wonderkind, Samuel Reshevsky, die met 9 uit 11 oppermachtig was. Fischer scoorde 4,5 punt. Er moet een strenge wedstrijdleider zijn geweest, want volgens de toernooitabel had de partij Hearst-Mednis de uitslag 0-0, omdat ze allebei de tijd zouden hebben overschreden.

Er werd gespeeld in de Manhattan Chess Club, die toen op een benijdenswaardige locatie aan Central Park South was gevestigd. Voorbijgangers konden door de ramen de partijen bekijken. Ach, de onnozelen die na een korte blik gewoon verder liepen, onwetend dat achter het glas de schaakpartij van de eeuw werd gespeeld, wat zullen ze zich later voor het hoofd hebben geslagen.

Die uitdrukking partij van de eeuw werd bedacht door de directeur van de club Hans Kmoch, die een rubriek in het tijdschrift Chess Review had. Hij maakte een vergelijking met partijen die Morphy en Capablanca hadden gespeeld toen ze 13 jaar waren en hij vond de partij van Fischer indrukwekkender.

Niet alleen de Amerikanen waren onder de indruk. Wereldkampioen Botwinnik vond de partij ook erg mooi. Maar eenstemmigheid is er nooit en de Schotse meester David Levy schreef later dat als twee oude mannen op een bankje in het park de partij hadden gespeeld, geen schaakredacteur hem in een tijdschrift had willen afdrukken.

Dat was wel kras. Stel je toch voor dat je op een schaaktafeltje in het park de diagramstelling zou zien en dat een anonieme oude man dan de zet 17...Le6 zou spelen. Weinig schakers zouden je geloven als je over zo'n wonder zou vertellen.

Het is waar dat er indrukwekkender partijen zijn gespeeld in de twintigste eeuw. Die titel ‘Partij van de Eeuw’ is inderdaad te danken aan het feit dat Fischer zo jong was. Maar een prachtpartij blijft het.

Misschien om die partij te herdenken had de IJslandse radio op 16 oktober een lang interview met Fischer. Het kan beluisterd worden op de website http://fischer.jp, wat ik niet gedaan heb, want een uur naar Fischer luisteren is me te veel. Ik las dat hij lovende woorden voor Capablanca had en dat hij minder verkrampt leek dan een aantal jaren geleden, en dat deed me plezier.

Donald Byrne – Bobby Fischer, New York 1956

1. Pf3 Pf6 2. c4 g6 3. Pc3 Lg7 4. d4 0-0 5. Lf4 d5 6. Db3 dxc4 7. Dxc4 c6 8. e4 Pbd7 9. Td1 Pb6 10. Dc5 Lg4 11. Lg5 Een vreemde zet, die niet goed is, al ligt de weerlegging niet voor de hand. Wit wil verhinderen dat zwart 11...Pfd7 gevolgd door 12...e5 speelt, maar hij had beter bescheiden 11. Le2 kunnen doen. 11...Pa4 Dit brengt zwart al in groot voordeel. Na 12. Pxa4 Pxe4 zou wit er slecht aan toe zijn. 12. Da3 Pxc3 13. bxc3 Pxe4 14. Lxe7 Db6 15. Lc4 Als wit het kwaliteitsoffer aanneemt, krijgt zwart na 15. Lxf8 Lxf8 16. Db3 Pxc3 een winnende aanval. 15...Pxc3 16. Lc5 Na 16. Dxc3 Tfe8 wint zwart zijn stuk met groot voordeel terug. 16...Tfe8+ 17. Kf1

Nu lijkt het in orde voor wit. Als zwart zijn dame wegzet komt 18. Dxc3 en na 17...Pb5 wint wit met 18. Lxf7+. 17...Le6 De zet die de wereld rondging. Hij is niet alleen winnend, maar ook de enige die niet verliest. 18. Lxb6 Alles klopt als een bus. Na 18. Dxc3 heeft zwart 18...Dxc5, na 18. Lxe6 geeft zwart stikmat, te beginnen met 18...Db5+ 19. Kg1 Pe2+, en na 18. Ld3 kan zwart wel 18...Pb5 doen. Misschien was dat nog de beste kans voor wit, maar hij zou glad verloren staan. 18...Lxc4+ 19. Kg1 Pe2+ 20. Kf1 Pxd4+ 21. Kg1 Pe2+ 22. Kf1 Pc3+ 23. Kg1 axb6 Zwart moest eerst wits pion d4 verwijderen, om te zorgen dat zijn paard nu gedekt staat. 24. Db4 Ta4 25. Dxb6 Pxd1 Zwart heeft groot materieel voordeel en wit had het hier op kunnen geven. Byrne speelde echter door, omdat hij dacht dat de kleine jongen het misschien leuk zou vinden om het mat uit te voeren. 26. h3 Txa2 27. Kh2 Pxf2 28. Te1 Txe1 29. Dd8+ Lf8 30. Pxe1 Ld5 31. Pf3 Pe4 32. Db8 b5 33. h4 h5 34. Pe5 Kg7 35. Kg1 Lc5+ 36. Kf1 Pg3+ 37. Ke1 Lb4+ 38. Kd1 Lb3+ 39. Kc1 Pe2+ 40. Kb1 Pc3+ 41. Kc1 Tc2 mat.