'Over gerechtigheid valt niet te marchanderen'

Met de vanzelfsprekende straffeloosheid van staatshoofden is het gedaan. Steeds vaker worden ze ter verantwoording geroepen voor hun misdaden tegen de menselijkheid, constateert mensenrechtenjurist en advocaat Geoffrey Robertson tevreden.

Niemand kan er meer om heen, zeker tirannen en massamoordenaars niet. Een politieke of militaire leider die oorlogsmisdaden begaat, of misdaden tegen de menselijkheid, weet dat hij daarmee niet meer automatisch wegkomt. En dat, zegt de internationaal befaamde mensenrechtenjurist Geoffrey Robertson qc, is een wending van historische proporties. 'Het internationale strafrecht laat eindelijk zien dat het kan bijten.'”

Met vallen en opstaan begint die nieuwe praktijk vorm te krijgen, voor tribunalen en rechtbanken over de hele wereld. Slobodan Milosevic, Saddam Hussein, Charles Taylor en Augusto Pinochet, ze hebben het allemaal ondervonden. Met de vanzelfsprekende straffeloosheid van staatshoofden en voormalige staatshoofden is het gedaan. Ze kunnen zich niet meer verschuilen, internationale rechtsregels reiken over landsgrenzen heen.

Dat is een enorme stap voorwaarts, vindt Robertson, maar pas op, want 'optimisme is een oogziekte'. Wie om zich heen kijkt in de wereld ziet dat de strijd voor het afdwingen van mensenrechten pas is begonnen. En die strijd brengt ook dilemma's met zich mee. Want soms vragen oorlogsmisdadigers amnestie als voorwaarde voor het beëindigen van een jarenlange, bloedige oorlog. En waar kies je dan voor, voor vrede of rechtvaardigheid?

De berechting van misdadige staatshoofden, politici en militairen fascineert Geoffrey Robertson qc (qc staat voor Queen's Counsel, een ererang voor Britse topadvocaten). Zijn professionele leven staat al jaren in het teken van de mensenrechten en de bestraffing van degenen die daar de hand mee lichten. In de eerste zin van de nieuwe editie van zijn standaardwerk Crimes Against Humanity (een spannend geschreven geschiedenis van de mensenrechten) meldt Robertson dat hij geboren is op 30 september 1946, de dag waarop het Neurenberg-tribunaal zijn vonnis uitsprak over de Duitse oorlogsmisdadigers die daar terecht stonden - een historisch moment, want daarmee werd ook het internationale strafrecht geboren.

In tal van landen was Robertson actief voor Amnesty International en Human Rights Watch, hij vocht honderden doodvonnissen aan, schreef een reeks boeken, verdedigde Vaclac Havel en Salman Rushdie, was rechter bij het vn-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Sierra Leone en adviseur van de aanklager in het proces tegen de voormalige president van Malawi, Hastings Banda. In Londen is hij behalve advocaat ook rechter in deeltijd, en regelmatig is hij te gast op de Britse radio en televisie. Vorig jaar publiceerde hij een boek, The Tyrannicide Brief, over de eerste advocaat in de geschiedenis die de moed had om een staatshoofd aan te klagen, een zekere John Cooke, die in 1649 koning Charles i ter dood veroordeeld kreeg omdat hij 'oorlog tegen zijn eigen volk' had gevoerd.

Retorische volzinnen

Robertson ziet Cooke als een bron van inspiratie voor juristen in de 21ste eeuw, vertelt hij. In een rustige straat in de Londense wijk Camden, recht tegenover het enige nog bestaande huis van Charles Dickens in de stad, is het advocatenkantoor gevestigd dat Robertson heeft opgericht. Terwijl beneden collega's en cliënten in en uit lopen, staat Robertson me in een zaaltje op de eerste etage te woord, met retorische wendingen en bedachtzaam geformuleerde volzinnen alsof hij het heeft tegen een complete rechtszaal met jury, rechter en een volgepakte publieke tribune.

'Cooke', zegt Robertson over zijn held, 'vond de misdaad 'tirannie' uit om Charles i te kunnen vervolgen voor wat we nu 'misdaden tegen de menselijkheid' noemen. Het parlement had hem opgedragen een eind te maken aan de straffeloosheid, zoals ook Kofi Annan zegt dat de wereld niemand met rust mag laten die een massamoord heeft aangericht onder zijn eigen volk. De missie van Cooke - zorgen dat tirannen niet vrijuit gaan - is in onze tijd opgepakt door het Internationale Strafhof in Den Haag.' Cooke zelf werd overigens in 1660, na de restauratie van de monarchie onder Charles ii, de zoon van de onthoofde koning, voor zijn juridische primeur ook ter dood veroordeeld en op gruwelijke wijze omgebracht.

Waar kwam in onze tijd, een halve eeuw na de Neurenberger-processen en de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, opeens de politieke wil vandaan om internationale tribunalen op te richten, om verdachten van massamoord en marteling te gaan vervolgen?

'Het is geleidelijk gegaan', zegt Robertson. 'In 1993 en 1994 kwamen twee veelgeprezen boeken uit die beschreven waar het met de wereld naar toe zou gaan in de 21ste eeuw: Preparing for the Twenty-First Century van de historicus Paul Kennedy en The End of History and the Last Man van Francis Fukuyama. Maar mensenrechten noemden zij nergens, helemaal nergens.' Robertson zegt met nauwelijks ingehouden triomfalisme: 'Deze futurologen verkochten destijds wel veel boeken, maar ze hadden geen idee dat de global justice movement binnen een paar jaar een belangrijke factor zou worden in de internationale verhoudingen.

'Na de Tweede Wereldoorlog was onder meer de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen, maar decennialang is er weinig gedaan om individuen verantwoordelijk te houden voor hun daden. Dat soort verdragen stond tijdens de Koude Oorlog in de diepvries. Een reeks van gebeurtenissen heeft voor de omslag gezorgd.

'Cruciaal was dat de Verenigde Naties in 1993 het Joegoslavië-tribunaal opzetten. Het was een vijgenblad om het eigen falen op de Balkan te verhullen, waar de vn de etnische zuiveringen niet hadden kunnen stoppen. Toch was de oprichting van het tribunaal een eerste teken dat er misschien iets ging veranderen. En de eerste paar maanden, zo bleek uit onderschepte radiocontacten, waren de Bosnisch-Servische generaal Mladic en anderen er ook echt bang voor. Maar toen het niet meer dan een papieren tijger leek te zijn, pakten ze hun barbaarse praktijken weer op.

Schandalige afzijdigheid

'Toch viel het tribunaal goed bij de media. Dus toen we de schandalige afzijdigheid bij het bloedbad in Rwanda moesten toedekken, waar de grootmachten tegen alle aanwijzingen in volhielden dat er geen genocide aan de gang was, zette men opnieuw een tribunaal op, weer als public relations stunt. Aanvankelijk was het alleen maar een cynisch staaltje diplomatie, niemand dacht dat het zou werken.

'Er waren nog andere factoren. De regering-Blair kwam aan de macht met een ethische buitenlandse politiek: Londen begon de navo aan te sporen op de Balkan een aantal generaals en commandanten van concentratiekampen te arresteren. En in de Amerikaanse regering bleek Madeleine Albright, zelf als kind gevlucht uit Europa, een formidabele steunpilaar van het Joegoslavië-tribunaal. Ondertussen werkte een grote groep juristen gestaag door aan het Verdrag van Rome voor de oprichting van het Internationale Strafhof. De nabestaanden van de aanslag bij het Schotse Lockerbie bleven aandringen op een soort tribunaal voor de mannen die de Boeing hadden opgeblazen. En cruciaal was de arrestatie van generaal Pinochet in Londen, eind 1998. Hij kreeg huisarrest - in zeer comfortabele omstandigheden, maar hij zàt vast, de voormalige dictator en president van Chili, achttien maanden lang!'

De aanhouding van Pinochet was zo'n belangrijk moment, vindt Robertson, omdat de immuniteit die de senator-voor-het-leven in zijn eigen land had gekregen in het Verenigd Koninkrijk werd genegeerd. Namens Human Rights Watch pleitte Robertson bij het House of Lords voor inwilliging van het uitleveringsverzoek van Spanje. 'Ik herinner me nog goed de wereldwijde verontwaardiging over het feit dat we inbreuk hadden gemaakt op de nationale soevereiniteit van Chili', zegt hij tevreden.

'Het zou de kwetsbare democratie in het land ondergraven, zei iedereen. En met iedereen bedoel ik de toenmalige paus en de huidige paus, die allebei in schandelijke brieven aan de Britse regering bepleitten dat Pinochet werd vrijgelaten, maar ook George Bush senior en Henry Kissinger natuurlijk, en de leiders van Latijns-Amerika, onder wie, en dat vond ik het mooiste, Fidel Castro. De arrestatie van Pinochet was volgens hem een belediging van de soevereiniteit van nationale Amerikaanse leiders.'

Dat Pinochet uiteindelijk om gezondheidsredenen toch terug mocht gaan naar Chili betreurt Robertson, maar hij constateert met genoegen dat de voormalige dictator later toch in eigen land terecht moest staan voor belastingontduiking, fraude en ook het laten verdwijnen en martelen van mensen. En zijn aanhouding in Londen was hoe dan ook een belangrijk precedent.

'Bij al die factoren kwam ook nog de oorlog die een eind moest maken aan de etnische zuiveringen in Kosovo, in 1999. Vaclav Havel noemde het de eerste oorlog in de geschiedenis die ging over mensenrechten. En daarop volgde het wonder van Oost-Timor: daar bleken landen niet alleen bereid om te dóden voor de mensenrechten, zoals met de navo-bombardement in de Kosovo-oorlog, maar ook om hun troepen ervoor te laten sterven. De piloten die Servië bombardeerden vlogen op veilige hoogte, maar de Australische militairen in Oost-Timor waagden zich op de grond.

'Al die gebeurtenissen kwamen samen aan het einde van een eeuw waarin 160 miljoen mensen waren omgekomen. Daar kwam nog de grote invloed bij van niet-gouvernementele organisaties (ngo's) als Amnesty en de opkomst van cnn, die marteling en massamoord nu bij de mensen thuis bracht. Door dat alles ontstond het gevoel dat gerechtigheid in de nieuwe eeuw een sleutelrol moest gaan spelen, dat het als centrale factor in de internationale betrekkingen in de plaats zou komen van de Realpolitik.'

Zover is het bij lange na niet gekomen, erkent Robertson. 'Maar het oude idee dat diplomaten een vredesakkoord in elkaar zetten waarbij de tiran na veel bloedvergieten het podium verlaat met een amnestie in z'n zak en zijn Zwitserse bankrekening intact, dat is echt verleden tijd.'

Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat dat goed is.

Na twintig jaar bloedige burgeroorlog in het noorden van Oeganda zijn er dit jaar onderhandelingen op gang gekomen met de wrede rebellenbeweging Verzetsleger van de Heer, van de gevreesde Joseph Kony. Kony en vier van zijn commandanten zijn aangeklaagd door het Strafhof voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid. Maar ze zeggen alleen in ruil voor amnestie bereid te zijn de wapens neer te leggen.

Binnen en buiten Oeganda gaan nu steeds meer stemmen op om de aanklachten maar in te trekken en genoegen te nemen met alternatieve straffen. Sommigen pleiten voor een verzoening volgens lokaal gebruik, waarbij Kony zijn misdaden bekent, vergeving vraagt aan zijn slachtoffers en samen met hen een kop schapenbloed drinkt met een heel bitter kruid. Als de naar vrede snakkende Oegandezen zélf voor zo'n rituele oplossing zijn, is het dan nog wel te verdedigen om vast te blijven houden aan berechting door het Strafhof, als dat ten koste kan gaan van het vredesoverleg?

'Allemaal nonsens', zegt Robertson. 'Het kenmerk van misdaden tegen de menselijkheid is dat ze zó barbaars zijn, dat ze ons allemaal aangaan omdat ze ons allemaal als mens naar beneden halen, waar we ook wonen, in IJsland, Mauritius, Nieuw-Zeeland of Nederland. Daarom kan niemand dat soort misdaden vergeven, ze moeten bestraft worden. Zoiets kan je niet afzoenen. 'Over Oeganda zeggen sommige mensen: wat erg dat die aanklachten tegen meneer Kony niet worden ingetrokken, zo zal het vredesproces stuklopen. Maar sinds wanneer', vraagt Robertson retorisch met een blik naar de denkbeeldige jury, 'bestaat dat hele vredesproces met het Verzetsleger van de Heer? Het is pas begonnen ná de aanklachten van het Strafhof! Na en vanwege de aanklachten!

'Ik heb zelf ook geworsteld met het probleem van amnestie. In mijn boek, maar ook in vonnissen. Je moet je afvragen: is een amnestie verleend in ruil voor ondertekening van een vredesakkoord wel geldig? Over gerechtigheid valt niet te marchanderen. Maar ik geef toe, in de praktijk is amnestie aan het eind van een oorlog nu wèl geldig voor gewone soldaten, en niet voor de leiders die de grootste verantwoordelijkheid dragen voor marteling of volkenmoord.'

Sommige landen kiezen voor commissies voor waarheid en verzoening in plaats van strafrechtelijke processen. Een verscheurde samenleving zou met nationale verzoening meer gediend zijn dan met bestraffing en vergelding. Maar Robertson wil daar niets van weten. 'Ik zie niet in waarom waarheidscommissies in de plaats van rechtspraak moeten komen. Het zijn verschillende benaderingen die verschillende functies hebben. Waarom zouden ze niet naast elkaar kunnen bestaan?

'Waarheidscommissies geven slachtoffers een podium en kunnen een blauwdruk voor de toekomst bieden. Maar gerechtigheid is iets heel anders, daar heb je een rechtbank voor nodig die vaststelt of bepaalde individuen verantwoordelijk zijn voor barbaarse misdaden. Vergeving kan belangrijk zijn, maar de filosofe Hannah Arendt heeft gezegd: de mens kan niet vergeven wat hij niet kan bestraffen.'

In de praktijk is er heel wat aan te merken op de tribunalen en rechtbanken waar leiders van bloedige regimes en andere verdachten van massamoord terecht staan. Kan de berechting van Saddam Hussein bijvoorbeeld nog gerechtigheid opleveren?

'Nee', zegt Robertson - zelf betrokken bij de training van enkele van de Iraakse rechters - met kracht. 'Dat is een drama. Hij had berecht moeten worden voor een internationaal tribunaal. Maar dat wilden de Amerikanen en de Irakezen niet, want dan had hij nooit de doodstraf kunnen krijgen. Nu zal hij vast en zeker op een stoffig plein onder luide toejuichingen worden opgehangen. Juridisch is het een aanfluiting. De eerste rechter vertrok na politieke inmenging, de tweede werd domweg door de regering ontslagen - terwijl onafhankelijkheid van de rechter toch een absolute eis voor rechtvaardigheid is.

Neurenberg

'Het proces tegen Milosevic kende ook grote problemen, maar het is ook waardevol geweest. Het verliep veel te traag. Er had natuurlijk een hulprechter klaar moeten staan om in te springen toen de voorzitter van het tribunaal overleed, dan had zich niet halverwege iemand helemaal opnieuw hoeven inwerken. In Neurenberg hadden ze vier invallers achter de hand. Ook was het tribunaal in Den Haag veel te toegeeflijk tegenover Milosevic, waardoor alles nog veel langer ging duren - en hij na vier jaar uiteindelijk stierf terwijl het proces nog aan de gang was. Maar van dat proces kunnen we veel leren. Zo had het tribunaal na zijn dood eigenlijk een rapport moeten uitbrengen, niet als een soort onvolledig vonnis, maar als een verslag voor de geschiedenis van wat de aanklagers aan het licht hadden gebracht.'

Robertsons geloof dat de strijd voor internationale gerechtigheid, zoals hij het noemt, een strijd is tegen het idee van nationale soevereiniteit, dat sinds de Vrede van Westfalen van 1648 de internationale betrekkingen heeft bepaald. Daarmee werd de absolute immuniteit van staatshoofden vastgelegd en het beginsel dat staten niet in elkaars zaken interveniëren, ook niet als er allerhande wreedheden worden begaan. Eindelijk wordt nu geaccepteerd, zegt Robertson, dat de soevereiniteit van een land soms aan de kant geschoven moet worden, bij voorkeur met instemming van de Veiligheidsraad, om voor mensenrechten op te komen en tirannen te bestraffen.

Maar is daarmee niet een situatie ontstaan waarbij de soevereiniteit van staten die toch al zwak zijn terzijde wordt geschoven, terwijl de grootmachten en hun leiders zich wèl achter hun grenzen kunnen blijven verschuilen en niets te vrezen hebben? De vijf permanente leden van de Veiligheidsraad zullen zich hun soevereiniteit heus niet laten afnemen ten gunste van internationale gerechtigheid.

'Dat is waar', zegt Robertson. 'In deze fase is er geen enkel uitzicht op dat de grote vijf zich zullen onderwerpen aan interventie van het internationale strafrecht. Maar daarmee hoef je het hele idee toch niet te verwerpen? De grootste problemen zijn er ook niet met de grootmachten, maar met failed states, staten die op instorten staan of door tirannen geleid worden. Er is veel waar de grote vijf niet mee wegkomen, ze worden veel meer in toom gehouden door de regels die we ontwikkelen en door de publiciteit die hun handelen oproept.'

Massamoord

Maar heeft na '11 september' het voortschrijden van Robertsons global justice movement niet zware tegenslagen te verduren gekregen? Door de massamoord die op die dag plaatsvond, maar ook doordat de Verenigde Staten belangrijke pijlers van het internationale recht naast zich neerlegden, in Guantanamo Bay en met de relativering van de Conventies van Genève?

'Het was zeker een terugslag. Amerika heeft zo'n belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de mensenrechten. Dankzij Truman zijn de Neurenberger-processen gevoerd, de Amerikanen hebben een hoofdrol gespeeld bij de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dat Washington zich tegen het Strafhof heeft gekeerd en na '11 september' het internationale recht niet leek te respecteren, is verraad aan de eigen geschiedenis.

'Maar op een vreemde manier zie je juist nu dat de beweging van internationale gerechtigheid toch invloed heeft op de regering-Bush, die er aanvankelijk niets van wilde weten. Het Hooggerechtshof dwingt het Witte Huis om de Conventies van Genève te respecteren. Tot hun grote verrassing komen de Bush-lawyers erachter dat het internationale recht deel is van het Amerikaanse recht. Zelfs het Internationale Strafhof, dat de Amerikanen zo fel hebben bestreden, beginnen ze voorzichtig te accepteren. Ze hebben er

op een ontspannen manier mee ingestemd dat het Strafhof aanklachten voorbereidt in verband met het bloedbad in Darfur. De Amerikaanse vijandigheid tegenover het hof is weg.'

Crimes Against Humanity; The Struggle for Global Justice, derde (herziene) druk 2006, Penguin Books.

The Tyrannicide Brief; The Story of the Man who sent Charles I to the Scaffold, 2005, Chatto & Windus.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Ilse Frech is fotograaf.

'Vaclav Havel noemde Kosovo de eerste oorlog in de geschiedenis die ging over mensenrechten.'

'Dat Washington zich tegen het Strafhof heeft gekeerd is verraad aan de eigen geschiedenis.'