ORNITHOLOGISCHE MISSER VAN KAMAGURKA

Gaarne wijs ik u op een ornithologische misser die de heer Kamargurka begaat in zijn column van 28 oktober in de bijlage Leven &cetera, onder de kop `Kerkuil wordt imam`. Hij doet hierin gewag van een kerkuil (Tyto alba) die `al jaren in zijn toren het welbekende Oehoe, Oehoe` zou roepen. Een kerkuil echter roept geen `Oehoe, Oehoe` maar laat zich horen middels `een onheilspellende schreeuw; daarnaast sissende, snurkende en keffende geluiden` (Peterson, Vogelgids, Elsevier, 1969).

Meer voor de hand lijkt te liggen dat hij in zijn toren een heuse oehoe (Bubo bubo) huisvest, aangezien deze vogel, volgens dezelfde gids, `een diep, kort oe-hoe (laatste toon wat lager)` ten gehore brengt.

Aannemelijk lijkt derhalve dat hier niet een kerkuil, doch een oehoe tot imam geworden is. Hetgeen nogal opmerkelijk is daar de oehoe in onze contreien een extreem zeldzame vogel is.