Op ijzeren wielen

De mensen wonen dicht op elkaar in een stad. Dat geeft reuring, maar ook ruzie en overlast. In een nieuwe serie schrijft Paul Andersson Toussaint elke maand over grootsteedse strubbelingen.

Karel Braun (66) woont op de derde verdieping aan de Tweede Jacob van Campenstraat in de Pijp, in een knap klein huurappartement. Vanaf zijn Parijse balkonnetje aan de voorkant kijkt hij uit op het Sweelinckplein, met toegang tot een winkelpassage en een grote Albert Heijn. Het is een onfris pleintje, in de vorm van een platgeslagen patatzak, afgezoomd met scheve fietsbeugels en fietsen.

Toen Braun in 1988 op die plek ging wonen, vond hij het een mooi rustiek pleintje.

Het was zijn pied à terre. Maar zo langzamerhand voelt hij zich totaal vervreemd in zijn eigen buurt.

Het is niet één ding.

Op steenworp afstand van zijn huis zijn drie nieuwbouwprojecten in volle gang. Dat betekent de godganse dag betonmolens en Radio 538. Aan de achterkant van zijn huis ligt een kinderopvang voor honderd kinderen. In zijn eigen pand werd hij jarenlang geplaagd door een buurman die tot diep in de nacht satanische muziek speelde. Op het pleintje bivakkeren daklozen. Omdat ze niet meer in de winkelpassage mogen komen, zitten ze daar te drinken. Ze lallen en schreeuwen vaak. Op het plein mogen ze niet drinken, maar dat verbod wordt niet gehandhaafd. Dan zijn er de straatmuzikanten die zingen. Je hebt de hondenbezitters die gaan winkelen en hun hond tien minuten laten blaffen. Een groot deel van de dag staan er dubbelparkeerders, wat leidt tot getoeter van andere automobilisten die er langs willen.

Dit valt allemaal nog te verteren. Maar zes dagen per week trekken vanaf een uur of half zes, zes 's morgens de marktkramenzetters door zijn straat. Ze rijden op kleine elektrische trekkertjes met twee tot vier marktkramen op ijzeren wielen of wielen van ander hard materiaal. Ze rijden vanuit de stallingen in straten in de directe omgeving naar de Albert Cuyp, even verder, waar de kramen worden opgebouwd. Het is alsof er een bulldozer met veertig kilometer per uur door de straat dendert, weet ik uit eigen ervaring.

Tussen vijf 's uur middags en acht uur 's avonds rijden ze terug.

Elke ochtend om zes uur zit Karel Braun recht overeind in zijn bed, net als een groot deel van zijn buren. Hij protesteert al jaren tegen de marktkramenherrie bij het stadsdeel Oud-Zuid.

Op 2 februari van dit jaar organiseerde het lokale bestuur een vergadering met de buurtbewoners: het 'overleg marktkarrenoverlast'. Op 27 april, tussen vier en zeven uur 's morgens, verrichtte de dienst Milieu- en Bouwtoezicht geluidsmetingen op verschillende locaties in de buurt en concludeerde dat de geluidsnormen van de Wet milieubeheer niet werden overschreden.

Maar de geluidsmeters waren niet alleen aan het méten, ze keken ook. Ze zagen dat de marktkarretjes 'al ruim voor 6 uur met hun aanhangwagens' naar de markt reden. Toegestaan is vanaf half zeven. Ze noteerden in hun rapport dat de geluidsoverlast nog eens wordt versterkt door het gebruik van ijzeren wielen en het passeren van verkeersdrempels. En ze schreven dat 'de ontstane geluidsniveaus het aannemelijk maken dat bewoners dit als storend ervaren en hiervan wakker worden.'

De rapporteurs kwamen ook met oplossingen. Bijzonder.

Bijvoorbeeld dat de kraamrijders zich gewoon aan de wet zouden kunnen houden. En dat ze rustig rijden. Ze zouden stukken rubber tussen de ijzeren framewerken kunnen plaatsen en de ijzeren wielen kunnen vervangen door rubberen wielen. De buurtbewoners zelf stelden voor om de straten te asfalteren en de verkeersdrempels weg te halen. Allemaal simpele en redelijke oplossingen, die ook volgens de Wet Milieubeheer toegepast kunnen worden.

Ik bel met het stadsdeel Oud-Zuid om te vragen of ze die voorgestelde oplossingen overwegen. Een woordvoerster van het stadsdeel vertelt dat oplossingen niet bedacht kunnen worden zolang de normen van de Wet Milieubeheer niet overschreden worden. En er is wel degelijk iets gebeurd: in de straat van Karel Braun is een verkeersdrempel verwijderd.

Paul van Grieken, de GroenLinkse portefeuillehouder voor o.m. de handhaving openbare ruimte en milieubeleid, wil het hinderbeleid graag persoonlijk uitleggen op het stadsdeelkantoor. Dat is gevestigd in een voormalig ziekenhuis, pal aan het Vondelpark. Idyllisch en zo rustig als een dorp op de Veluwe.

De stadsdeelwethouder is wel degelijk bekend met het feit dat er op dit moment 'enorm veel tegelijk gebeurt in de Pijp'. Maar die Albert Cuyp-markt bestaat al 101 jaar en dat maakt het allemaal ingewikkelder. En het is wel erg makkelijk om naar de overheid te wijzen. In de politiek gaat het om een belangenafweging. Ook de marktkramenzetters hebben een belang. De twee partijen moeten er door overleg met elkaar uit komen. Al is dat moeilijk, dáár moet je mee beginnen. Die overheid kan niet alles. En je moet ook niet na één overlegje resultaat verwachten. 'Ik zeg het eerlijk: Wij hebben als bestuur gekozen voor een ontwikkeling waarin ruimte is voor horeca en die markt. Dat maakt het ook een aantrekkelijk gebied. Als er regels overtreden worden, kunnen we handhaven. Anders kunnen we niks.'

Maar de regels worden niet gehandhaafd, constateert de eigen milieudienst.

De bewoners moeten gewoon bellen, als ze een overtreding constateren, antwoordt Van Grieken. Dan kan het bestuur het aanpakken. En er wordt wel degelijk gehandhaafd. Maar behalve de marktkraamzetters rijden er 's morgens ook leveranciers naar de markt met karren, en die zijn weer niet gebonden aan een vergunning. Hún overlast kan dus niet aangepakt worden.

'Verder is het een kwestie van politieke afweging. Een hoger niveau van wat wij willen met een gebied. Veel bewoners vinden de noordelijke Pijp juist een aantrekkelijk gebied om te wonen. Die politieke afweging is wel wat zwaarder dan een individuele hinderbeleving. Wat niet wil zeggen dat die hinderbeleving niet serieus zou zijn. Voor een deel is die stadse levendigheid, al die activiteit, gewoon iets waar je voor kiest als bewoner. Ik woon zelf ook in de Pijp, maar in mijn straatje is het doodstil 's nachts.'

stadsrumoer@nrc.nl