Onderzoek godinnen

Een enkele toerist in Kathmandu vangt een glimp van de Kumari op. Soms kijkt ze even om de hoek van het houtsnijwerk dat de ramen van de tempel waarin ze woont versiert. Nepalese boeddhisten en hindoes vereren het jonge meisje als een levende godin, een incarnatie van Taleju Bhavani, godin van de Kracht, die op haar beurt een manifestatie is van Durga, de Universele Moeder. Het Hooggerechtshof heeft deze week besloten te laten onderzoeken of de goddelijke status van Kumari’s (er zijn er meerdere in de Kathmandu-vallei) hun mensenrechten aantast. Over drie maanden moet er een uitkomst zijn.

Een Kumari wordt als ze nog een kleuter is geselecteerd uit de Newari-gemeenschap in de Kathmandu-vallei, aan de hand van een reeks eeuwenoude rituelen. Haar koelbloedigheid wordt bijvoorbeeld getest door haar een nacht op te sluiten met de afgehakte hoofden van geiten en buffels. Als haar goddelijkheid is bevestigd verlaat ze haar familie om een afgesloten, door ceremonies bepaald leven te gaan leiden. Een van haar taken is de bescherming van de koning, die zelf als incarnatie van Vishnu de andere levende god van Nepal is.

Als de Kumari voor het eerst bloedt, door menstruatie of een verwonding, is dat een teken dat Taleju haar heeft verlaten en moet er een opvolgster komen. Veel oud-Kumari’s hebben moeite met het gewone leven. Jongemannen zouden schrik hebben voor het feit dat Durga, de strijdlustige godin die de aarde verloste van de demon Mahishasura, ooit in haar lichaam zat. Een profaner struikelblok is dat veel oud-Kumari’s er niet aan kunnen wennen dat ze niet altijd hun zin krijgen. (AP)