Niet doof genoeg

De voorzitter van de Gallaudet Universiteit hoort doof te zijn. Dat wil zeggen: stokdoof.

Er waren allerlei redenen om van Jane Fernandes af te willen. Sommigen vonden dat ze haar baan te gemakkelijk had gekregen. Anderen dat ze niet inspireerde. Dat ze intimideerde. Ja, na een tijdje ontkende iedereen de oorspronkelijke reden van het verzet.

Soms word je hier overvallen door het fictiegevoel. Omdat we in Europa nu eenmaal Amerikaanse films zien, Amerikaanse muziek horen, Amerikaanse romans lezen, komt veel je hier vertrouwd voor. Verrassender is het effect van die fictionele voorkennis. Als je ze eenmaal in levenden lijve in hun eigen habitat ontmoet, kan het lijken alsof Amerikanen nog steeds niet echt bestaan. Alsof ze zichzelf, tegen het bekende decor, acteren.

De affaire op de Gallaudet Universiteit was weer zo’n gelegenheid waar het fictiegevoel het bijna onmogelijk maakte de hoofdrolspelers los te zien van hun verzonnen verwanten. Op Gallaudet moest ik steeds denken aan die fanatieke vrouwen uit The World According to Garp van John Irving. Die feministen met de leer dat je pas echt voor de onderdrukte vrouwen opkwam als je, net zoals een verkracht meisje was overkomen, je tong uitsneed.

Al maanden protesteerden studenten van Gallaudet tegen de benoeming van Jane Fernandes tot nieuwe voorzitter van de universiteit. Toen ik ze vorige week op hun campus opzocht, maakten ze om te beginnen soms geluidjes die aan Irvings feministen deden denken.

„Oeeíh! Uh, Uuuuchhh.”

Maar nu was de oorzaak dat ze doof waren. Gallaudet is de enige universiteit voor doven en slechthorenden ter wereld. Alle colleges, van criminologie tot biologie en van psychologie tot sociologie, worden gegeven in gebarentaal.

Ik geloof niet dat ik ooit een verwarrender bijeenkomst heb bijgewoond, dan van deze woedende menigte actievoerders. Oproer is herrie, maar hier was het doodstil, omdat iedereen stond te gebaren. Vogeltjes floten. De gazons van de schitterende, groene campus waren bezaaid met tentjes van de demonstranten. Gezellig.

Maar al snel leek de sfeer niet veel minder repressief dan die onder Irvings feministen. Praten bleek fout. Dat ik niet anders kón, werd me vergeven, maar het bleek not done een mondeling gesprek te voeren met de enkeling die min of meer kon horen. Dan sprong er meteen een tolk naast, die de boel in weidse gebarentaal kwam vertalen voor de rest van de demonstranten. Zachtjes of discreet je eigen mening nuanceren? Sommigen probeerden het, maar steeds kwam iemand alles letterlijk uitvergroten. Gebarentaal bleek een effectief middel om de neuzen dezelfde kant op te zetten.

Aan de hekken hingen spandoeken: ‘Eerst negeren ze je. Dan ridiculiseren ze je. Dan arresteren ze je.’ Twee weken geleden waren 130 demonstranten door de politie opgepakt, zodat het universiteitsterrein weer open kon. Tegen de avond, toen het al donker werd en gebarentaal niet meer te volgen was. Olie op het vuur.

Fernandes wilde al sinds de lente niet wijken voor het protest. De studenten weigerden ook na de arrestaties op te geven. Ze marcheerden met z’n allen naar het Capitool. Ook op doveninstituten in de rest van het land begonnen acties.

De laatste weken van oktober leek Gallaudet in verzet bevroren. Studenten en ook hun ouders – meestal ook doof en alumnus van Gallaudet, gingen in hongerstaking. Zoals Larry Vollmer, een man met een pet die zachtmoediger oogde dan hij klonk. Hij had zijn dove kinderen opgevoed met het adagium van veel dove ouders, gebaarde hij: „Je identiteit is die van doof persoon. Dreigen ze die te vermorzelen? Kom in opstand!”

De kwestie was van dag tot dag te volgen in de kranten en dat had ik sinds de lente bijna onafgebroken gedaan, omdat de absurditeit van het verwijt dat de studenten Fernandes aanvankelijk maakten me zo fascineerde. Zij was niet doof genoeg. In 1988 had Gallaudet onder het motto ‘Dove Voorzitter Nu’ al eens gedemonstreerd tegen een horende voorzitter. Ze kregen toen hun zin, en nu die dove voorzitter met pensioen ging, kwam er met Fernandes weer keurig een dove president. Maar dus niet doof genoeg. Fernandes’ ouders konden horen, gebarentaal leerde ze pas op latere leeftijd, ze voelde zich ook thuis in de horende wereld.

Opvallend was dat de studenten de laatste weken gingen ontkennen dat het lag aan Fernandes’ oren. Nu kwam het allemaal door haar slechte karakter. Waarschijnlijk was de studenten in de publiciteit duidelijk geworden dat positieve discriminatie niet meer vanzelfsprekend is.

De nieuwe koers werkte. Begin deze week ging het bestuur om. Jane Fernandes moet vertrekken. De stad spreekt er schande van. En er komt ongetwijfeld weer een stokdove voorzitter naar Gallaudet.