Na de verkiezingen: veilig onder eigen dak?

Sinds de zomer maakten medewerkers van het Centraal Planbureau (CPB) overuren om de verkiezingsprogramma’s van acht politieke partijen door te lichten. Vorige week werden de uitkomsten bekend. Het werk van het planbureau vermindert de kans dat partijen elkaar over feiten en cijfers in de haren vliegen. Zo staat het nu vast dat de koopkracht van de middengroepen gemiddeld het meeste toeneemt bij uitvoering van de plannen van GroenLinks en de SP. Een stem op VVD of PvdA maakt in dit opzicht geen verschil. Wie zijn stem laat bepalen door de inhoud van de eigen portemonnee heeft het minste van het CDA te verwachten.

Het is een gegeven dat politici de zaken graag te mooi voorstellen. Het planbureau bewijst de kiezers ook een dienst door de vinger te leggen bij maatregelen die technisch of juridisch niet uitvoerbaar zijn. Zo meende het CDA 4 miljard euro te kunnen uitsparen door de bureaucratie in de zorgsector te verminderen. Het CPB acht een half miljard het hoogst haalbare. De VVD blijkt geen geld te hebben voor de aan de kiezers beloofde afschaffing van de overdrachtsbelasting en de onroerendezaakbelasting voor woningeigenaren. De PvdA kreeg een gevoelige tik op de neus: de geleidelijke fiscalisering van de AOW in de periode 2011-2041 draagt slechts weinig bij aan het vergrijzingsbestendig maken van de overheidsfinanciën.

Veel kiezers zullen dit alles voor kennisgeving aannemen. Bij het uitbrengen van hun stem geven andere zaken de doorslag dan de gevolgen van partijprogramma’s voor economie en overheidsfinanciën. Ook kiezers die vooral op de eigen portemonnee letten, zullen er voor terugdeinzen het gehele rapport van het planbureau door te nemen. Behalve de vooruitzichten voor hun koopkracht zullen zij met name gespitst zijn op de fiscale behandeling van de eigen woning. Wat hebben de politieke partijen voor de 3,5 miljoen huizenbezitters in petto?

Beide regeringspartijen beschuldigen de PvdA van een stormloop tegen het eigen huis. Dat is pure verkiezingsrethoriek. De huidige huizenbezitters hebben niets van de sociaal-democraten te duchten. Alleen wie meer dan 55.000 euro per jaar verdienen en in 2008 of later een huis kopen krijgen, als het aan de PvdA ligt, te maken met enige beperking van hun renteaftrek. Hun belastingbesparing per in aftrek gebrachte euro rente vermindert dan van 52 cent tot 42 cent. Na vier jaar bedraagt de opbrengst van deze maatregel niet meer dan 100 miljoen euro, een bedrag dat de PvdA inzet om starters op de woningmarkt te helpen.

Dan tapt de Socialistische Partij uit een ander vaatje. De SP begrenst de aftrek tot hypotheekleningen van ten hoogste 350.000 euro. Net als bij de PvdA levert een euro rente, als die voor aftrek in aanmerking komt, ten hoogste 42 cent belastingbesparing op. Anders dan bij de PvdA worden bestaande gevallen niet ontzien. Iemand met een jaarsalaris van 80.000 euro, die zijn huis van een half miljoen volledig met een 4,5% hypotheek heeft gefinancierd, ziet bij de SP vanaf 2008 zijn jaarlijkse belastingaanslag ruim 5.000 euro hoger uitvallen.

Bij GroenLinks vervalt de renteaftrek en krijgt de woningeigenaar een jaarlijkse rentesubsidie van 1,2 procent van de koopprijs van de woning, zij het met een maximum van 3.000 euro. Hij hoeft voortaan geen bedrag wegens woongenot meer bij zijn inkomen te tellen. Voor de woningeigenaar in bovenstaand voorbeeld betekent dit een lastenverzwaring van ruim 7.000 euro per jaar. Voor mensen die al een huis hebben wordt de pijn uitgestreken over een invoeringsperiode van tien jaar.

D66 begrenst de hypotheekschuld waarover rente kan worden afgetrokken tot een half miljoen euro. Dit geldt alleen voor nieuwe gevallen. Zij hoeven voortaan ten hoogste 3.000 euro bij hun inkomen te tellen wegens woongenot. Net als de PvdA begrenst de ChristenUnie het tarief waartegen hypotheekrente mag worden afgetrokken tot 42 procent. Bestaande gevallen worden ontzien. Eenmaal in de vijf jaar mogen huizenbezitters tot 1.500 euro aan onderhoudskosten aftrekken. De SGP beperkt de hypotheekrenteaftrek met een kleine 200 miljoen euro. Hoe precies, dat valt niet uit het rapport van het planbureau op te maken.

Net als in de aanloop naar de vorige kamerverkiezingen, ruim drie jaar geleden, verzekeren CDA en VVD de kiezers om strijd dat zij niet aan de aftrek van de hypotheekrente zullen tornen. Maar wat is zo’n belofte waard? Het tweede kabinet-Balkenende was nog geen jaar aan het bewind, toen het in 2004 de ‘bijleenregeling’ invoerde. Mensen die hun oude huis van de hand doen en een nieuwe woning kopen krijgen geen renteaftrek meer over het verschil tussen de verkoopopbrengst van de oude woning en de daarop rustende hypotheekschuld. Die overwaarde moet tegenwoordig worden gebruikt voor de financiering van de nieuwe woning. Dus kan voor het nieuwe huis minder met renteaftrek worden geleend. De bijleenregeling kost de groep van de eigenwoningbezitters inmiddels al 400 miljoen gederfde belastingbesparing per jaar.

Het planbureau benadrukt terecht de onzekerheden die aan zijn berekeningen kleven. De economische ontwikkeling laat zich bijvoorbeeld slecht voorspellen. Maar de grootste onzekerheid – waar de rekenmeesters over zwijgen – blijkt te zijn dat sommige politici zich niet aan hun woord houden.