‘Mijn woorden waren op’

De Zuid-Afrikaan Gert Vlok Nel oogstte lof door zijn poëzie, maar stapte over op de popmuziek, met de succesrijke cd ‘Beautiful in Beaufort-Wes’: „Ik heb geen gedicht meer geschreven.”

Gert Vlok Nel is knoestig om te zien, en ook zijn woorden zijn knoestig. Hij praat in korte erupties. Gister heeft hij de Amerikaanse blueszanger Tony Joe White ontmoet. „Ik zal nooit vergeten wat hij tegen me zei, bij onze ontmoeting.” Wat zei hij dan? „Hij zei niets.” Vlok Nel is doorgezakt vannacht. Zijn stem is schor en z'n ogen zijn zo groot als rozijnen. Maar die ogen twinkelen van… ja, van wat eigenlijk? Je zou denken levenslust, als dat geen raar woord is voor iemand die zijn dichtbundel Om te lewe is onnatuurlik (Om te leven is onnatuurlijk) noemde.

De Zuid-Afrikaan Gert Vlok Nel (42) publiceerde dit boek in 1993, en kreeg er veel erkenning voor. In 1998 maakte hij een cd, Beaufort-Wes se Beautiful Woorde, die hier nu, acht jaar later, is verschenen. In het Zuid-Afrikaans zingt hij over liefde en over verschroeid land, zijn rustige maar stuwende stem begeleid door een eenvoudige akoestische gitaar, en af en toe het ver weg klinkende geluid van knarsende treinwagons en vogelkreten. De muziek is simpel, maar het resultaat heeft een verbijsterende kracht. De stijl van Vlok Nel is als van een rivier die zich door een nauwe doorgang wringt: de stilte voor de crash.

Vlok Nel groeide op het Zuid-Afrikaanse platteland, in het dorp Beaufort-Wes, waar zijn vader treinen rangeerde. Hij studeerde Engels, maar zwaaide voortijdig af. Toen volgde er een serie baantjes als bewaker, druivenplukker en deur-tot-deurverkoper. Tot hij een keer een brief schreef aan een geliefde, en één alinea op zichzelf een gedicht bleek te zijn. „Het was zoals Pablo Neruda zei ‘One day poetry found me’,” zegt Vlok Nel. In twee jaar tijd schreef hij zijn bundel, die drie jaar later werd uitgegeven, en hem in poëziekringen tot een beroemdheid maakte. Het boek werd de meeste succesvolle poëziebundel in Zuid-Afrika ooit. Maar de was poëzie was op. „Alles kwam in die twee jaar. Daarna heb ik geen gedicht meer geschreven.”

Hij begon liedjes te maken. „Dat is iets anders dan dichten. Het is niet zo dat ik mijn gedichten bij een gitaar ging zingen. Alleen in de manier waarop ze tot stand komen zit een overeenkomst. Bij allebei moet ik de code kraken. Daar zit ik lang naar te zoeken en ineens heb ik hem. Of niet. Dat weet ik dat ik er langs scheer, dat ik het nog steeds niet te pakken heb. Dan gooi ik het maar weg.”

Zijn cd verscheen bij een kleine platenmaatschappij waarvan de eigenaar twee jaar later failliet ging in een „waas van alcohol”, volgens Vlok Nel. Daarna heeft hij geen liedje meer geschreven.

Maar als popzanger heeft hij een cult-status verworven. Hij treedt op op rockfestivals, al speelt hij ook daar alleen met een gitaar, en soms een harmonica. Ironisch genoeg heeft Theuns Jordaan, een van de commercieelste – en ‘vreselijkste’ – zangers van Zuid-Afrika met Vlok Nels liedje Beautiful in Beaufort-Wes een grote hit gekregen. Vlok Nel kreeg geen cent aan royalties. Omstreeks 2000 had hij een moeilijke periode. Hij wil er niet veel over zeggen, behalve dat zijn platencollectie (Dylan, Tom Waits, Abba) in die tijd verdwenen is omdat hij in Kaapstad „op straat” leefde. Zijn broer heeft hem gered. Nu trekt hij in bij zijn vriendin, met wie hij binnenkort een kind krijgt.

In de afgelopen jaren heeft de Nederlandse regisseur Walter Stokman een documentaire gemaakt over Vlok Nel en Beaufort-Wes. Stokman vond het raar dat Vlok Nels cd niet in Nederland te krijgen was, en is op zoek gegaan naar een platenmaatschappij. Nu is de cd, inclusief dvd met de documentaire, eindelijk in Nederland te krijgen. Die acht nummers op de cd zijn de enige die Vlok Nel heeft gemaakt. Want net als met de gedichten was het ineens ‘op’.

Live vult hij zijn eigen repertoire aan met een cover: Broken Promises van de Nederlandse groep Pussycat. Vlok Nel is bevriend met Pussycat-zangeres Toni Willé. ,,Broken Promises was het eerste liedje dat ik ooit leerde spelen. Als ik optreed in Zuid-Afrika schep ik altijd op: „Ik ben de enige Zuid-Afrikaan die kan zeggen dat hij bevriend is met Toni Willé.”