Meer wegen met minder bestuurders

Een commissie onder leiding van Wim Kok onderzoekt of er een Randstadprovincie moet komen. Waarom eigenlijk?

Het gaat vaak over wegen. Over tunnels, en ook over bruggen. Er moet bijvoorbeeld een weg verbreed worden of omgelegd. Zoals de N201 tussen Hoofddorp en Amstelhoek. Of de A4 bij Leiden.

Meestal wil de provincie dat, om de files op te lossen. Maar bewoners in de buurt van de weg vrezen een toename van stank en lawaai. Zij willen de weg wel, maar alleen als die verdiept wordt aangelegd. Een naastgelegen provincie, waar de weg maar een klein stukje doorheen loopt, vindt dat prima, maar die wil daarvoor niet te veel betalen. Want de stank in die andere provincie is natuurlijk niet hun probleem.

Het kost burgers geld, en tijd, dat er zoveel verschillende overheden zijn, zegt gedeputeerde Martin Huls (Verkeer en Vervoer, PvdA) van de provincie Zuid-Holland. „Dat merken ze misschien niet direct, omdat ze er niet altijd zicht op hebben. Maar het gaat wél om geld en om oplossingen die er niet komen.”

Nederland slibt bestuurlijk dicht, luidt een van de thema’s voor de komende verkiezingen. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) heeft oud-premier Wim Kok voor de zomer gevraagd te onderzoeken hoe het bestuur in de Randstad verbeterd kan worden. De minister vindt dat in ieder geval gemeenten met minder dan 20.000 inwoners moeten fuseren. Volgens Remkes is er nu sprake van „bestuurlijke drukte”.

Die drukte wordt niet alleen veroorzaakt door regionale overheden, zoals provincies, gemeenten en waterschappen. Ook bijvoorbeeld ProRail, de beheerder van de spoorwegen, praat mee. ProRail is onderdeel van het ministerie van VROM en wil, zegt gedeputeerde Huls, altijd hetzelfde: „Geen gelijkvloerse kruisingen met het spoor, want die zijn gevaarlijk en leveren vertragingen op. Maar ze willen voor duurdere oplossingen niet te veel betalen.”

Bedrijven die zich in Nederland willen vestigen, weten niet waar ze zich moeten melden, zegt Huls. En andersom presenteren overheden zich los van elkaar in het buitenland. „Leiden gaat de boer op als bio science center. En Delft presenteert zich als universitair centrum.” Het is veel handiger, vindt Huls, om te laten zien dat de Randstad alles in huis heeft.

Een ander probleem is de democratie, al zegt Huls dat niet op die manier. Maar hij zegt wel dat elke overheid die aan tafel meepraat, weer goedkeuring nodig heeft van zijn eigen achterban. Hij refereert aan de Rijn-Gouwelijn. Na lange onderhandelingen was er overeenstemming over de aanleg van de lightrailverbinding tussen Gouda, Leiden en de kust. Maar een nieuw gemeentebestuur van Leiden begon te twijfelen, en besloot een referendum uit te schrijven. Volgend jaar mogen Leidenaren zeggen of ze de verbinding binnen hun grenzen willen. Hij heeft niets tegen referenda, zegt Huls. „Maar als zo’n volksraadpleging in een stad kan leiden tot het mislukken van een regionaal project, heb ik daar wel problemen mee.”

Ook de Noord-Hollandse gedeputeerde Patrick Poelmann (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) vindt dat het soms beter en sneller kan. Hij noemt als voorbeeld de Zuidtangent, een busbaan tussen Haarlem en Amsterdam-Zuidoost. „Er is lang onderhandeld over wie welk deel van de kosten moest betalen.” Met gevoel voor understatement zegt Poelmann: „Dat had wel een toefje efficiënter gekund.”

Maar anders dan Huls denkt Poelmann niet dat één bestuur voor de Randstad de beste oplossing is. Als voorbeeld noemt Poelmann de discussie die dit jaar woedde over de aanleg van een tunnel bij natuurgebied Het Naardermeer. „Ook als er één Randstadprovincie zou zijn, is er weerstand tegen die weg.” Hij vindt dat de provincie meer moet samenwerken met de ‘natuurlijke partners’. Dat zijn, vindt de provincie Noord-Holland, de provincies Utrecht en Flevoland. Die overheden willen zich verenigen in een zogenoemde Noordvleugel. Ook de Raad voor Openbaar Bestuur (ROB) adviseerde onlangs om de Randstad op te delen in een noord- en een zuidvleugel (zie kaartje).

Elke grens is arbitrair, erkent Martin Huls van de provincie Zuid-Holland. Maar zijn provincie wil wel graag één bestuur voor de Randstad. „De huidige grenzen zijn honderden jaren geleden getrokken. Je kunt nu wel eens bekijken of ze nog goed zijn. Of een gebied waarin vier grote steden liggen niet een natuurlijker eenheid is.”

Paul Depla is wethouder in Nijmegen. Hij was ook voorzitter van de commissie die het verkiezingsprogramma voor de PvdA schreef. Hij vindt de Randstadprovincie „geen heilige graal”. Het is niet de oplossing voor alle problemen. „Bestuurders denken: als we nou maar goed nadenken en veel studeren, vinden we de juiste maat voor een nieuwe provincie. Maar je houdt altijd schaalproblemen. Want wat gebeurt er straks bijvoorbeeld met het deel van Noord-Holland boven het Noordzeekanaal? Hoort dat bij de Randstad of wordt het een gedegradeerde miniprovincie?”

Het is, vindt Depla zonde van de tijd om nieuwe structuren te bedenken. Beter kan er inhoudelijk worden samengewerkt. Hij vindt dat het nieuwe kabinet een paar onderwerpen moet kiezen waarop in de Randstad moet worden samengewerkt. Bijvoorbeeld een groep, mede gevormd door lokale bestuurders, die de infrastructuur aanpakt. En een groep die zich inzet voor Schiphol en de Rotterdamse haven.

Depla vindt wel dat er bezuinigd moet worden, op mensen. Door bijvoorbeeld gemeenteraden en provinciale staten kleiner te maken. De waterschappen kunnen van de PvdA zelfs helemaal worden afgeschaft. „Als je hoort dat er in de Randstad vierduizend dagelijks bestuurders werken, schrik je wel.”

Dit is het vierde deel van een serie. Eerdere delen zijn na te lezen op www.nrc.nl/binnenland