Mastjaarvruchtzetting

Dinsdagavond arriveerde de eerste herfststorm van het seizoen en het KNMI heeft zich niet onbetuigd gelaten. Het was gelijk weeralarm van heb-ik-jou-daar en de weerman op tv zei dat er van alles kon gebeuren nu de bomen nog zo volop in blad stonden. Of woorden van gelijke strekking.

Nu nog volop bomen in blad! En wat meer is: op veel plaatsen nog volop groen ook. Alleen de paardenkastanjes, die bijna overal lijden onder de kastanjemineermot, hebben het blad bruin afgeworpen. En heel wat esdoorns zijn halverwege en veel berken zijn al aardig geel, preciseert oud-meteoroloog Baltus Zwart die verder wel mee gaat in de conclusie dat het er vreemd uitziet buiten. Voor de tijd van het jaar. Zwart hield zich bezig met dit soort fenologie tot die in de handen van de Natuurkalender-website raakte.

Maar KNMI-meteoroloog Jacob Kuiper is ermee doorgegaan. Sinds acht jaar fotografeert hij de boomtoestand op vaste plaatsen en tijdstippen. Zo ontstond het stel foto’s hiernaast. De bovenste foto is van 27 oktober 2004, de onderste van 27 oktober dit jaar. Kuiper is enthousiast: vorig jaar bleef het blad al lang aan de boom hangen, maar dit jaar lijkt alle records te breken. Of hier sprake is van een trend, of dit een uiting is van het vermaledijde broeikaseffect, dat durft hij niet te zeggen. Daarvoor is de waarnemingsreeks te kort.

Voor de bomen is het beroerd genoeg, want bij gelijke windkracht is de winddruk op een boom mèt bladeren wel acht keer zo hoog als op een kale boom, zegt Kuiper. Als het gaat sneeuwen of ijzelen kan het nog dramatischer worden. De natuur heeft het anders bedoeld.

Baltus Zwart hanteerde altijd de richtlijn dat de bomen in Nederland voor 5 december helemaal kaal waren. Dan kon de maan door de bomen schijnen. Maar vorig jaar werd het al 10 december. De Spoorwegen gaan er traditioneel vanuit dat de bulk van het blad valt in de weken 43 tot 46. Dan is er kans op extra glad spoor. Maar maandag begint week 45 al en er ligt nog bijna niets. Uitzonderlijk is het, dat staat vast.

Ondertussen is spelenderwijs aangetoond dat de bladval niet uitsluitend door het lichtaanbod wordt gestuurd, zoals vroeger vaak werd onderwezen, maar dat er ook duidelijk een temperatuur-component zit in de regeling. Of die nu aangrijpt op de bladeren zelf op op de wortels. En er speelt nog iets anders doorheen, zegt Jitze Kopinga van het Wageningse instituut Alterra. “Na de hitte en droogte van juli hebben veel eiken het blad laten vallen. Maar ze zagen kans ‘nieuw schot’ te vormen en deze relatief jonge bladeren blijven in de herfst altijd langer hangen.” Ook veel populieren houden hun jongste bladeren (die aan de buitenkant van de kroon zitten) altijd het langst vast. Maar uiteindelijk beslist het licht, weet Baltus Zwart. Zet je inheemse bomen in een min of meer verwarmde serre dan laten zij op den duur toch de bladeren los.

Het langhangend blad is niet het enige dat raar is buiten. Dit jaar is ook een uitzonderlijk goed eikeljaar. En een beukenootjesjaar. Een appeljaar. Hier en daar liggen de eikels zo hoog in de berm dat men er onpasselijk van wordt. Elders stapelen de beukenootjes zich op, vullen acacia-peulen de acacia’s tot in het absurde en hangen kiwi’s als pruimen aan een pruimenboom. Het is, zoals dat heet, een mastjaar.

En niet alleen hier, ook in de VS, als we mogen afgaan op de beschrijving die de Washington Post op 19 oktober gaf van eikelellende in North Arlington, New Jersey. Nooit eerder in de afgelopen 20 jaar zouden zoveel eikels van de eiken zijn gevallen. Het klettert op de Amerikaanse autodaken en knerpt onder de Amerikaanse autobanden. Ook vanuit Virginia wordt zware ‘masting’ gemeld, niet alleen van eiken, maar ook van beuken, okkernoten en ‘hickory’ (bitternoot).

Het volksgeloof wist wel raad met dit soort bijbelse gebeurtenissen, en de Post stijgt er in haar verklaring niet ver boven uit: de massale eikelproductie zou een overlevingsstrategie zijn, had zij gehoord (hoewel veel eikels steriel bleken). Of een reactie op stress, zoals droogte of een insectenplaag.

Met de trefwoorden ‘acorns’, ‘oak’ en ‘masting’ belandt men via Google snel in wetenschappelijke literatuur die au fond het omgekeerde beweerd. De masting treedt misschien wel bij uitstek op in jaren zònder stress, in de jaren waarin – om te beginnen – veel vrouwelijke bloemen waren aangelegd waarvan er vervolgens uitzonderlijk veel konden overleven. Het betekent dat al ruim een jaar geleden vaststond of dit een mastjaar kon worden of niet.

Volgens Kopinga zit er inderdaad heel weinig systeem in het voorkomen van mastjaren: het is een stochastisch verschijnsel. Zelfs twee opvolgende jaren kunnen mastjaren zijn, denkt hij, al menen anderen van niet. Een mastjaar zou een boom zo uitputten dat een aansluitend mastjaar onmogelijk is.

De waarneming dat op dit moment zoveel verschillende boomsoorten tegelijk een mastjaar beleven (ook bij de iepen was de vruchtzetting ongekend, zoals op 20 mei beschreven) suggereert dat het fenomeen is te voorspellen. De onderzoekers Kazuhiko Masaka en Hajime Sato publiceerden in 2002 inderdaad een model waarmee zij 90 procent van de oude eiken-mastings konden voorspellen Of ze ook mastjaren kunnen voorspellen die nog moeten komen viel niet te achterhalen.